Kori Chaca

De Kori Chaca goudmijn is het “kleine” broertje van Kori Kollo. Net als Kori Kollo gaat het om open-pitmijn in handen van het private bedrijf Inti Raymi (EMIRSA). Hoewel de concentratie van goud op de mijnsite bijzonder laag is, besliste EMIRSA toch dit project op te starten in 2004, omdat het bedrijf een groot deel van de faciliteiten van Kori Kollo kon recupereren voor dit nieuwe project. Een piek in de goudprijs gedurende de eerste jaren na opening, speelde in het voordeel van EMIRSA waardoor de mijn veel langer dan gepland open bleef en er, ondanks de lage goudconcentratie, enorme winsten geboekt werden. Gezien de nabijheid van de site volgen CEPA en CORIDUP deze case letterlijk op de voet, en wij met hen.

Situering

De Kori Chaca-mijn bevindt zich op de Andes-hoogvlakte, in het departement Oruro. De grootste kritiek op het project bestaat er omwille van het feit dat de site gelegen is op minder dan 5 kilometer ten zuidwesten van het centrum van de stad Oruro. Dit betekent dat de site binnen de urbane zone van deze grote stad ligt en de bouw van de mijn daarom wettelijk gezien illegaal was. Toch verkreeg EMIRSA de nodige licenties om goud uit de Vincutaya-heuvel te ontginnen. De site grenst aan het Iroco mijndistrict, een district waar reeds honderden jaren mijnbouwactiviteiten worden uitgevoerd.

Mijn

Sinds 1994 onderzochten 6 buitenlandse mijnbedrijven de Iroco-site: Free Port, BHP, Cameco, Austrabol, Vista Gold en Newmex. Geen van hen vond echter het potentiële goudrendement hoog genoeg om de exploitatiewerken te starten. EMIRSA was wel geïnteresseerd in de ontginning van de 0,8 gram goud, die gemiddeld aanwezig is per ton erts en verkreeg in 2001 de concessierechten. De milieulicentie verwierven ze in 2004, waarna de constructie van de mijn van start ging, met als objectief om 224.000 ons goud te ontginnen in 4 jaar tijd. In 2008 werd besloten om nog een additionele 2,8 ton ore (mengeling van goud en zilver) te ontginnen. Eind 2013 startte de mijn zijn sluitingsfase.

De Kori Chaca-mijn is een open-pit goudmijn, wat in dit geval concreet betekent dat er dagelijks, gemiddeld 20.000 ton materiaal werd afgegraven uit een steeds dieper wordende put en dit gedurende 24u per dag, 6 dagen op 7. Deze tonnen materiaal werden vervolgens fijngemalen en opgestapeld op uitloogplatformen. De platformen worden tot op heden non-stop besproeid met een mengsel van water en cyanide om op die manier de aanwezige goudpartikels te onttrekken. Dagelijks wordt er zo 60 à 70 ton cyanide gebruikt. Verder kent de mijn ook een excessief watergebruik, volgens officiële cijfers (‘Ficha ambiental’) gebruikt de mijn tot 6240m³ water per dag en daarenboven 25000m³ drinkwater per jaar.

Eind 2013 startte EMIRSA met de sluitingsfase van de Kori Chaca mijn. Er worden geen nieuwe gesteentes meer uitgegraven. EMIRSA liet de put, die intussen ca.110 meter diep was geworden, zonder aankondiging vollopen met water afkomstig uit de aangrenzende Desaguadero-rivier. De uitloogplatformen zullen echter nog 3 jaar na sluiting besproeid worden, om de extractie van goud verder te zetten.

Milieu

Het Kori Chaca-project heeft verschillende gevolgen voor de omgeving. Behalve geluids- en stofoverlast, het risicovolle transport van het hoog-toxische cyanide en het dumpen van het verontreinigde afvalgesteente, situeren de grootste problemen zich rond water en dat op verschillende manieren.

  1. Bij het graven van de mijnbouwput is er een continue aanvoer van grondwater in de put. Om de put droog te houden wordt het (zoute) grondwater opgepompt en opgeslagen in grote verdampingsmeren. Omwille van de samenstelling van de ondergrond bevat dit water ook hoge concentraties aan zware metalen. Het water verdampt waarna er een zoutkorst (met zware metalen) achterblijft. Bij hevige neerslag in het regenseizoen krijgen deze verdampingsmeren soms te grote hoeveelheden water te slikken waardoor de dijken kunnen breken. Het vrijgebroken water komt dan in de Desaguadero-rivier terecht die het zout en de zware metalen meevoert naar het Poopó meer. Onderweg kan ook de rivier buiten haar oevers treden en zo verontreinigd slib achterlaten.
  2. Het oppompen van grondwater om de mijn droog te houden, heeft ook een invloed op de grondwaterreserves die tot kilometers verder in de put sijpelen. Verschillende gemeenschappen stroomafwaarts van de mijn klagen over opgedroogde en/of verzilte grondwaterputten.
  3. De gebrekkige opslag van het verontreinigde afvalgesteente, leidt tot het vrijkomen van zware metalen die in de bodem infiltreren en zo het grondwater verontreinigen.

Nu?

Er bestaat zeer veel onduidelijkheid over wat er nu nog verder met de site en met EMIRSA zal gebeuren. Volgens EMIRSA zelf trekken zij volledig weg uit Oruro en hebben zij geen verdere plannen om verder te blijven ontginnen. Er doen echter geruchten de ronde dat ze plannen hebben om voor naburige bergen concessierechten te verkrijgen zodat zij daar ter plekke goud kunnen blijven ontginnen. Een andere piste is dan weer dat kleinere mijncoöperatieven er verder goud zullen ontginnen, waarbij EMIRSA mogelijks als groothandelaar zou kunnen optreden. Wat de toekomst ook biedt, het komt er nu op aan om de case te blijven volgen.