Ecuador

Intag : een biodiverse regio 

In de Andes, in de Imbabura provincie in het noorden van Ecuador, bevindt zich de Intag regio. Hier komen twee van de 34 grootste biologische hotspots ter wereld voor :  de Tropische Andes hotspot en de Tumbes-Chocó-Magdalena hotspot.  De regio bestaat uit 150 000 hectaren en 17 000 mensen leven er in 76 rurale gemeenschappen. De bevolking doet aan kleinschalige landbouw en ontwikkelt eveneens eco-toerisme en lokaal handwerk.[1] We vinden in de streek voornamelijk nevelwouden en landbouwgebied. De bescherming van de nevelwouden is belangrijk, aangezien slechts 2, 5 percent van de tropische wouden ter wereld, nevelwouden zijn. Veel soorten die in nevelwouden leven, komen enkel in deze natuurlijke omgeving voor.[2]

Mijnbouw in Ecuador 

Mijnbouw in Ecuador is een relatief recent fenomeen, in tegenstelling tot de oliewinning die reeds begon in 1921.[3] Grote multinationals begonnen pas mijnexploraties te doen begin jaren 2000, nadat een nieuwe mijnwet was aangenomen in 2000. Een van de redenen is dat na de oliepiek in 2006, de olieproductie daalde. In de zoektocht naar alternatieven om de staatskas in de toekomst te spijzen, kreeg de regering van Correa meer aandacht voor de mijnbouw. Bijgevolg, tegen 2007 had het Ecuadoriaanse ministerie voor energie en de mijnen, meer dan 4 000 nieuwe mijnen goedgekeurd.[4] Veel mijnconcessies werden echter ingetrokken in april 2008 door het ministerie van niet-hernieuwbare natuurlijke grondstoffen. Dit werd verplicht door een nieuw mijndecreet uitgevaardigd door de nationale wetgevende vergadering. De redenen voor de intrekking waren vooral het niet betalen van de jaarlijkse honoraria om de mijnconcessies te behouden of omdat de concessies overlapten met natuurgebieden of een negatieve impact hadden op waterbronnen.[5]

Deze situatie veranderde opnieuw toen de Ecuadoriaanse nationale vergadering in januari 2009 een nieuwe mijnwet aannam.[6] Die wet gaf de staat meer macht over het beheer van de minerale grondstoffen in het land. Sindsdien steunt de overheid de mijnbouwinvesteringen in het land sterk.[7] Bijgevolg konden een aantal mijnbedrijven hun activiteiten beginnen of hervatten.[8] In december 2009, werd ook het eerste Ecuadoriaanse staatsmijnbedrijf opgestart, ENAMI EP genaamd.[9] De Ecuadoriaanse handelskamer voor mijnbouw (mining chamber of commerce )heeft de goudreserves van het land op 39 million ounces geschat en de koperreserves op 8 million metriek ton. De totale waarde van de Ecuadoriaanse minerale grondstoffen worden op 220 miljard dollar geschat.[10]

De drie fasen van de mijnbouw in het Intaggebied 

Kort samengevat bestaat het mijnbouwconflict in de Intag regio uit drie fases : Eerst verzette de gemeenschap zich tegen het Japanse bedrijf Bishimetals in het midden van de jaren 1990, een decennium later probeerde het Canadese bedrijf Ascendant en zijn opvolger Copper Mesa om de mijnsites uit te bouwen en in 2012 kwam het Chileense bedrijf Codelco naar het gebied.[11] DECOIN (Defensa y Conservacion Ecologica de Intag) werd in januari 1995 gesticht. Het is een milieubasisbeweging die de unieke biodiversiteit in de Intag regio wil behouden.[12] In deze context verzetten zij zich eveneens tegen de mijnbouwbedrijven die actief zijn in dit gebied.[13]

De eerste poging om een kopermijn in de Intag regio te bouwen, dateert van de jaren 1990. Het Japanse bedrijf Bishimetals, dat onderdeel is van de Mitsubishi corporatie, heeft de mijn in de Junin-Cuellaje concessie sinds 1991 ontgonnen, maar zonder de wettelijke vergunningen.[14]  Deze concessie bevindt zich in de biodiverse Toisan Mountain Range, in het departement Cotacachi, in de provincie Imbabura.[15] Bishimetals schatte dat er zo'n 2,26 miljoen ton koper, naast kleine hoeveelheden molybdenum, goud en zilver uit de Toisan Mountain Range op te halen is.[16] Het Intag mijnproject werd verder aangemoedigd door het Project for Mining Development and Environmental Control (spaanse acroniem : PRODEMINCA), met een lening van de Wereldbank, dat aanvatte in de tweede helft van de jaren 1990. Dit project promootte industriële mijnbouw in Ecuador.[17] 

Een milieueffectenrapport dat door Bishimetals werd uitgevoerd, vermeldde dat de mijnbouw een negatieve impact op bossen en waterbronnen zou hebben.[18] Massale ontbossing zou aanleiding geven tot het verdrogen van het lokale klimaat en verwoestijning. Vervuiling van waterbronnen zou volgen door metalen die voorkomen in de kopererts zoals lood, arsenicum, cadmium en chroom.[19] Bird International verklaarde Toisan Range in 2005 tot een belangrijk vogelgebied in Zuid-Amerika.[20] Maar door de mijnbouw zal het leefgebied van verschillende vogels en zoogdieren die met uitsterven zijn bedreigd, net als het Cotacachi-Cayapas ecologische reservaat, worden getroffen. Ook honderd families die tot vier gemeenschappen behoren, zullen worden verdreven, omdat ze zich bevinden op strategische plaatsen, die nodig zijn voor de constructie van de mijn en aanverwante infrastructuur.[21]

In 1997 gaf Bishimetals haar concessies in Intag door aan het Canadese mijnbedrijf Ascendant. In 2004 veranderde dit Canadese bedrijf zijn naam eerst naar Ascendant Copper Corporation en sinds 2008 noemen ze zichzelf Copper Mesa Mining Corporation. Zij verklaarden dat de koperreserves in het Intag gebied meer dan drie keer zo groot waren, namelijk negen miljoen ton. In 2008 waren ze echter verplicht om hun mijnproject stop te zetten, doordat hun concessie door de Ecuadoriaanse nationale vergadering werd ingetrokken. Deze vergadering deed hetzelfde met 88 percent van de andere mijnconcessies in het land.[22]

In januari 2012 werd het Chileense staatsmijnbedrijf Codelco actief in de regio, maar ze verlieten het gebied reeds in augustus 2012, omdat het project niet rendabel zou zijn.[23] Maar de Junin mijnsite werd snel heropend in 2013, nadat de Chileense en Ecuadoriaanse overheid dit waren overeengekomen in 2012.  Het Chileense Codelco en het Ecuadoriaanse staatsmijnbedrijf ENAMI, zouden dit project samen uitwerken.[24] In december 2015 werden beide bedrijven het eens over het mijnproject in Llurimagua, in de Intag regio.[25]

Het lokale verzet 

De lokale bevolking heeft verklaard dat ze niet waren geïnformeerd door Bishimetals over het mijnproject. Bovendien werden ze onwettig van hun land onteigend. Om de mijnactiviteiten af te wenden, hebben ze het Cotacachi District tot het eerste ecologische district van Ecuador laten benoemen.[26] Aan de andere kant probeert de lokale bevolking sinds een tiental jaar om een alternatieve economie zonder mijnbouw te ontwikkelen en in de praktijk om te zetten.[27] Het mijnproject van Codelco en ENAMI zorgde eveneens voor protest, want zoals de lokale milieuorganisatie Decoin beargumenteert, het project schendt wettelijk bindende grondgebruiks- en ontwikkelingsplannen voor de regio. Daarbij bevindt het geplande project zich in een beschermd gebied. De lokale gemeenschap werd ook niet op voorhand geraadpleegd, zoals de grondwet vereist.[28] Toch is de lokale bevolking verdeeld over het mijnproject. Volgens Javier Ramírez, het hoofd van de Junin gemeenschap, is 70 procent van de 260 inwoners gekant tegen de mijnbouwactiviteiten. Daarentegen meent Anita Enríquez, die achter Enami staat, dat 50 procent voor en 50 procent tegen het mijnproject zijn.[29]

Ook worden lokale tegenstanders onderdrukt. Zoals in 2006 toen de nationale politie het huis van de lokale leider, Carlos Zorrilla, binnenviel. Hij werd ervan beschuldigd een wapen en drugs te bezitten en moest zich in de rechtbank verdedigen. De rechter maakte de beschuldigingen ongedaan. Eenzelfde beschuldigingen werden geuit tegen andere leiders. Niettemin vaardigde de nationale vergadering in 2008 een Decreet van Amnestie voor hen uit.[30]

Ook in april 2014 werd Javier Ramírez, het hoofd van de Junin gemeenschap, gearresteerd door de overheid. Het staatsmijnbedrijf beschuldigde hem van terrorisme, oproer en sabotage.[31] Hij werd schuldig bevonden aan oproer en werd door de rechtbank van Imbabura tot 10 maanden gevangenis veroordeeld.[32] Desondanks bleven de prefect van Imbabura, Pablo Jurado, en de burgemeester van  Cotacachi, Jomar Cevallos, die zich ook tegen de mijnprojecten in Intag verzetten, hem steunen.[33] Hij kwam vrij in februari 2015 toen hij zijn straf had uitgezeten.[34] 


Lees meer: