Globalisering

De laatste honderd jaar is de wereldbevolking verviervoudigd. Demografen schatten dat we tegen 2050 met meer dan 9 miljard op de aarde zullen zijn. Het merendeel van deze extra 2,3 miljard mensen wonen in ontwikkelings –en groeilanden. Al die mensen zullen nu en in de toekomst materialen en energie verbruiken om te (over)leven. De expansie van de wereldeconomie sinds de jaren ’90, voornamelijk aangedreven door landen zoals China, India en andere groeilanden, heeft een verhoogde vraag naar natuurlijke grondstoffen zoals olie, metalen en ertsen teweeg gebracht. Die vraag zal naar alle verwachtingen in de komende jaren blijven stijgen. De geopolitieke grootmachten rekenen mee. Ze willen zich zo snel mogelijk verzekeren van toegang tot de resterende natuurlijke grondstoffen, om te kunnen blijven voorzien in hun energie- en materialenbehoefte.

De toenemende schaarste en prijsstijgingen voor grondstoffen en energie, zoals mineralen, metalen, petroleum en gas, zorgde het voorbije decennium, voor geopolitieke onrust en een nieuwe boom in de sector van de extractieve industrieën. Tussen 1999 en 2008 stegen de grondstoffenprijs van metalen exponentieel. De mijnbouw kende sinds de jaren ’90 de mijnbouw een enorme boom, zich uitend in een snelle geografische en economische expansie, mogelijk gemaakt door politieke hervormingen, de stijging van de grondstoffenprijzen en technologische innovaties. In de loop van de laatste tien jaar zijn zowat alle voorwaarden voor een razendsnelle territoriale, economische (her)kolonisatie van het Zuiden gerealiseerd. Men spreekt dan ook vaak van een ’second colonization’ of ’second gold rush’. In hun rol van kolonisator zijn de westerse natiestaten vandaag vervangen door economische entiteiten - vooral transnationale ondernemingen. Transnationale ondernemingen en internationale organisaties domineren de sector. Zij bepalen de manoeuvreerruimte van de mineraalrijke landen, gezien hun sterke afhankelijkheid van de wereldmarkt en Buitenlandse Directe Investeringen (FDI). De stijgende grondstofprijzen, torenhoge winsten en de daarmee samenhangende concessiestrijd zorgen voor een concurrentieklimaat waarin -helaas letterlijk- over lijken wordt gegaan.

Deze transformaties lieten zich ook in Latijns-Amerika voelen. Ondanks de soms sterk verschillende ideologische kaders van de leidende regeringen (bvb Bolivia, Ecuador, Venezuela versus Peru, Colombia), toch zijn er gelijkaardige tendensen op te merken. Op dit moment overheerst de kortetermijnvisie bij zowel progressieve én conservatieve leiders. De extractieve industrie kreeg in Latijns- Amerika een sleutelrol in de economische groei gezien de exploratie en exploitatie van mineralen voor de injectie van vers kapitaal (en moderne technologie) zorgden. Sinds de crisis in Europa zijn er ook steeds meer regeringen in geldnood zoals Griekenland en Roemenië, die met nieuwe mijnbouw activiteiten snel nieuwe inkomsten trachten te genereren.

Europa bekrachtigt het economische model in Latijns-Amerika, waar export van ruwe grondstoffen centraal staat. De vrijhandelsakkoorden die werden afgesloten met Peru en Colombia, bijvoorbeeld, moeten de grondstoffenimport naar Europa en Europese investeringen in de regio veiligstellen. De Andes is nu eenmaal een te belangrijke leverancier van grondstoffen voor de Europese industrie, die in tijden van grondstoffenschaarste zijn aanvoer van grondstoffen wil veiligstellen. Aan de andere kant kunnen buitenlandse investeringen de sputterende economische motor van de EU opnieuw aantrekken, klinkt het. Ook onze federale regering schaart zich achter dit vrijhandelsbeleid.

Vandaag is er sprake van een sterke daling van de grondstoffenprijzen, waarmee er een einde lijkt te komen aan de jarenlange groei.  De grillen van de markten zijn moeilijk te voorspellen, maar de Andesregio, traditioneel een exporteur van grondstoffen, staat hoe dan ook voor een dilemma.
Afhankelijk blijven van de export van ruwe grondstoffen en dus van de ups en downs van de wereldeconomie? Of deze kans grijpen om werk te maken van een meer gediversifieerde en duurzame economie? Landen die erg afhankelijk zijn van de inkomsten uit mijnbouw- en aardgasontginning dreigen in zwaar weer terecht te komen door de keldering van de olie -en metaalprijzen (noot: goud vormt hierop een uitzondering). Zo daalde de koperprijs op een jaar tijd met ongeveer 24 procent. Een zware klap voor een land als Peru, dat tot de drie grootste koperproducenten ter wereld behoort.

Het lijkt het moment om een transitie door te voeren, maar voorlopig is het antwoord van vele regeringen in Latijns-Amerika anders. Men kiest ervoor om MEER te ontginnen zodat de tegenvallende inkomsten opgevangen kunnen worden en men versoepelt sociale -en milieuwetgeving om de buitenlandse investeerders in het land te houden. Het antwoord in Griekenland is anders. Zeven jaar van genadeloze besparingen opgelegd door de troika (de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het IMF) hebben Griekenland tot over de afgrond geduwd. Na hernieuwde impulsen voor de exploitatie van mijnen in het land, zette de kersverse regering zich af tegen mijnbouwactiviteiten in hun land.