Socio-culturele impact

De komst van een mijnbouwproject is een mogelijke bron voor grote spanning. De interesses van de mijnbouwbedrijven of de overheid komen niet altijd overeen met deze van de lokale bevolking. Wanneer mijnbouwconcessies worden verleend zonder inspraak van de gemeenschap komt deze vaak in opstand.

Zij vragen inspraak in de verlening van concessies en controle over de natuurlijke hulpbronnen waarop hun bestaan geënt is. Met de komst van mijnactiviteit vrezen zij ernstige vervuiling en een verwoesting van het ecosysteem. Inheemse gemeenschappen in Latijns-Amerika hebben een wereldbeeld (cosmovisión) dat is opgebouwd rond de traditionele vorm van landbouw, waarin de dynamiek tussen mens en omgeving centraal staat. Ingrijpen in het landschap en het ecosysteem, betekent dan ook een rechtstreekse ingreep in de traditionele cultuur.

Daarnaast dragen de mijnen weinig of niet bij aan de lokale economische ontwikkeling. Meer zelfs, onderzoek toont dat de kloof tussen rijk en arm vergroot.

Ten gevolge van de komst van de mijnbouw veranderen ook de sociale structuren. Potentiële arbeiders en hun families stromen toe in dorpen en steden in de buurt, terwijl het verlies van landbouwgrond een plattelandsvlucht met zich meebrengt. De kloof groeit tussen zij die werken in de mijn, en zij die ten gevolge hiervan geen inkomsten meer hebben. Dit zorgt voor nog meer spanningen in de snel aangroeiende steden met meer werkloosheid, armoede, prostitutie en geweld als gevolg.

In vele gevallen leidt  protest van lokale organisaties en hun leiders tot een regelrecht conflict. Zij worden het doelwit van bedreiging al dan niet rechtstreeks geuit door de mijnbedrijven, hun spionnen, milities of bewakingsfirma’s. Leger en politie worden niet zelden ingezet om de belangen van de bedrijven te garanderen, eerder dan ter bescherming van de lokale bevolking. Deze escalatie leidt tot mensenrechtenschendingen. Om de weerstand te breken wordt het sociaal protest gecriminaliseerd. Een verdeel en heers strategie wordt toegepast onder de vorm van omkoping, bedreiging, geweld en chantage.

De socio-ecologische conflicten draaien dus rond de controle over rurale territoria. Boeren verliezen hun gronden, terwijl bedrijven de rechten op diezelfde gronden dikwijls voor een spotprijs kunnen kopen.  Deze relatief nieuwe conflicten spelen zich af tussen transnationale ondernemingen en het middenveld, waarbij de staat vaak de transnationale ondernemingen steunt, onder het mantra van economische groei. Bescherming van mensenrechten en milieu wordt als tegenstrijdig met economische ontwikkeling voorgesteld. De geografische expansie van mijnbouw gaat bijgevolg gepaard met sociale onrust.

In kader van de bescherming van de rechten van inheemse bevoking ontwierp de Internationale arbeidsorganisatie (ILO; International Labour Organisation) de Conventie 169: het verdrag betreffende inheemse en in stamverband levende volken in onafhankelijke landen (1989). Dit is een internationaal instrument dat stelt dat inheemse bevolking geconsulteerd moet worden bij een beslissing die hun territorium beïnvloed. 22 landen, waaronder de meeste Latijns-Amerikaanse, schaarden zich achter deze conventie. Er is echter een grote grijze zone tussen de ratificatie van het verdrag en de actuele toepassing ervan. Er is nog een lange weg af te leggen.