Types ertsen

Ertsen, of metaalhoudende gesteenten en mineralen, worden ingedeeld in twee categorieën naargelang de hoeveelheid mineralen per ton gesteente, en de waarde van het mineraal. Voor goud, bijvoorbeeld, wordt er gesproken van laaggradig gouderts (bij minder dan 2 gram goud per ton erts) en hooggradig gouderts (vanaf 6 gram per ton erts). voor koper wordt 1% koper/ton erts als laaggradig erts beschouwd en voor ijzer wordt zelfs nog van laaggradig erts gesproken wanneer er 25% tot 30% ijzer in de grond zit.
Meestal bevat de ondergrond van een mijnsite meer dan één metaal, bijvoorbeeld goud en koper zoals in de Skouriesmijn in Griekenland en de Congamijn in Peru.

De gradatie bepaalt welke mijntechniek winstgevend is; zo zal er in het geval van laaggradig goud gebruik worden gemaakt van open-pit mijnbouw, terwijl bij hooggradig goud eerder ondergrondse mijnbouwtechnieken toegepast worden. De gradatie bepaalt het energieverbruik en de hoeveelheid verontreinigde reststoffen, vermits er meer chemicaliën nodig zijn wanneer er slechts lage mineraalconcentraties aanwezig zijn. Maar ook de diepte waarop de gewilde metalen kunnen worden teruggevonden, speelt een rol. Gouderts aan de oppervlakte zal eerder worden ontdekt en makkelijker kunnen worden ontgonnen (d.m.v. oppervlaktemijnbouw), terwijl pas later dieper liggende grondlagen zullen worden aangeboord (d.m.v. ondergrondse mijntechnieken).

Door de hoge extractiegraad in de voorbij decennia zijn de meest interessante ertsen (dus die met de hogere (meer winstgevende) concentraties reeds ontgonnen, terwijl de grondlagen met lagere concentraties eerder overblijven. De toenemende schaarste zorgt voor een stijgende grondstofprijs waardoor het ook winstgevend is geworden om zeer mineraalarme (of laaggradige) sites te ontginnen. Zo worden sites al volledig ontgraven (via open-pit mijnbouw) wanneer er minder dan 0,2 gram goud per ton erts te vinden is. Dit veroorzaakt meer gevaarlijk mijnbouwafval per gram goud.