Zes weken in Oruro, Bolivia

4 augustus, Dia de Bandera, en mijn aankomst in Oruro. Verbaasd kijk ik mijn ogen uit naar de feestelijkheden. Zes weken later kijk ik niet meer op van speciale feestdagen, optochten en blokkades. Dit is dagelijkse kost in het land van Evo Morales.

Ik kwam in Oruro aan, en na onmiddellijk een –verplichte- karaokesessie met mijn gastgezin kon ik aan de slag voor mijn stage bij het ‘Cosecha de Agua’ (Rainwater Harvesting) project van CEPA en CATAPA. Regenwater, hier overvloedig in het regenseizoen, wordt dan opgevangen in grote tanks om de rurale Andesgemeenschappen rond het Poopómeer het hele jaar door drinkwater te kunnen voorzien. Vrijwel bij mijn aankomst werd een analyse uitgevoerd op het water in de tanks en dook het probleem op dat in elke tank een concentratie aan arseen zat die de limiet voorgeschreven door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) overschreed. Dit was het begin van een intrigerende zoektocht die me tegelijk meer leerde over de arseenproblematiek en daarnaast ook over hoe Bolivia nu eigenlijk in elkaar zit.

Het water testen op de concentraties arseen

Het  ‘cosecha de agua’-project geeft al een enorme verbetering in het drinkwater ten opzichte van wat de gemeenschappen op het platteland al vele jaren drinken. Zij halen hun drinkwater uit ‘wijiñas’, putten in de grond waar het oppervlaktewater in terecht komt, grondwaterputten en rivieren (waar rechtstreeks het afvalwater van de mijnen in geloosd wordt). Het hoeft niet te verwonderen dat deze enorm vervuild waren wegens de naburige mijnbouw en het wanbeleid betreffende de kwaliteit van het water. De komst van de regenwatertanks verbeterde de kwaliteit van het water aanzienlijk. De concentraties aan pathogenen, zouten en zware metalen reduceerden tot minimale hoeveelheden. Enkel arseen bleef boven de drinkwaterlimiet, maar ten opzichte van enkele grondwaterstalen reduceerde de concentratie met een tienvoud.

Tank gebruikt voor het regenwater op te vangen bij Don Máximo, een schaapsherder.

Naïef verwachtte ik dat er gewoon een pasklare oplossing op de markt bestond voor de hoge arseenconcentraties, dit probleem dook immers ook al op in Bangladesh waar het grote gezondheidsschade aan de bevolking heeft berokkend. Te hoge arseenconcentraties in het drinkwater leiden tot huidziektes, diabetes, cardiovasculaire ziektes en kanker. Het bleek echter niet zo eenduidig te zijn. Op het veld een duurzame oplossing vinden is niet iets dat je zo maar in een boek leest.

Het probleem met arseen is dat het geurloos en kleurloos is en niet onmiddellijk een effect heeft op de gezondheid. De rurale gemeenschappen laten betalen voor een dure filter is duidelijk geen oplossing aangezien de incentives en het geld er niet zijn. De gemeenschappen gewoon een oplossing geven, hoe mooi het ook klinkt, blijkt ook niet doenbaar. Zonder educatie rond het onderwerp zullen de gemeenschappen het zeer vervuilde water blijven drinken uit gemak. Daarom ben ik er van overtuigd dat er nood is aan een scholing over het gebruik van water zodat de mensen zelf kritisch kunnen omgaan met water. Want in de zes weken dat ik in Bolivia verbleef, is de onwetendheid hierover hetgeen wat mij het meest trof. Over de jaren is er zo veel steun van buitenaf gekomen, dat de regering en de mensen zelf geen oplossingen zoeken. De creativiteit en wil om te ondernemen mist in Bolivia en voor de meer technische en complexere zaken zijn het voornamelijk buitenlanders die hier hun steentje bijdragen. Het (beperkte) onderzoek dat hier gedaan wordt, wordt onvoldoende gedeeld en daarom is er weinig efficiëntie bij de zoektocht naar oplossingen voor de problematiek. Dit terwijl er een enorme nood is aan meer onderzoek zoals S. Aguilar, biologe, tijdens een interview vertelde: ‘El thema de agua es super complicado’. Daarom geloven Alberto, Silke en ik dat er nood is aan een denktank met mensen die zich interesseren rond de waterproblematiek van het Poopómeer. Enerzijds willen we mensen samenbrengen van verschillende afkomst (mensen van de gemeenschappen, professoren van de universiteit, vrijwilligers van ngo’s,…) om meer informatie te delen. Anderzijds willen we dat de gemeenschappen zelf het heft in handen nemen om de problematiek aan te gaan.

Nu zes weken later, is het tijd om te vertrekken uit CEPA. De problematiek hier (niet enkel van arseen, maar ook van de algemene werking in Bolivia) heeft me getroffen en het is jammer nu al te moeten vertrekken. Het heeft me echter stof tot nadenken gegeven en hopelijk laat de toekomst toe om terug te keren en verder onderzoek te doen om de waterkwaliteit rond het Poopómeer te verbeteren. 

Hester Blommaert

Het uitgedroogde Poopó meer