Spookstad Choropampa: Twintig Jaar na de Ramp

Author: Maxime Degroote

 

Spookstad Choropampa:

Twintig Jaar na de Ramp

 

Op 2 juni 2000 verloor een vrachtwagen met vracht van de mijn Yanacocha zo´n 150 kilo kwik in de kleine gemeenschap Choropampa in de provincie Cajamarca, in het noorden van Peru. Twintig jaar later is het dorp verlaten en vergeten, terwijl de inwoners bij bosjes sterven aan de gevolgen van de ramp.

Het is 2 juni 2000, rond een uur of vijf in de middag. Er klinken luide stemmen op straat, geroep. “Alles wat voor mijn winkel ligt is voor mij”, roept Julia Angelica. Een sparkelend, helder, zilverkleurig goedje glibbert als een soort gelei over de weg die dwars door het dorp loopt. “Mama, mama, kijk”, klinkt het elders, “er vloeit iets glanzends en sparkelends over de straat en iedereen is het aan het verzamelen. Ik ga ook!”

Kinderen ploffen middenin het mysterische spulletje, verzamelen grote lege cola- en fantaflessen en vullen ze met het glanzende spulletje. Ze spelen ermee, gooien het in de lucht, lopen er onderdoor, wrijven zich er mee in, krijgen het binnen. Is het goud? Hoeveel zou het waard zijn? De verwarring heerst, maar het moét iets waard zijn. Rijkdom voor Choropampa.

Flauwvallende kinderen

Niks blijkt minder waar. Twintig jaar later staan we op diezelfde plek op datzelfde asfalt. De lange weg die de belangrijke mijnstad Cajamarca met Lima verbindt, de hoofdstad van Peru. De weg waar vrachtwagens van de mijn Yanacocha dagelijks overheen denderen. De weg waar zo´n zelfde vrachtwagen van transportbedrijf Ransa vandaag precies twintig jaar geleden 151 kilo kwik verloor. Geen goud, maar 151 kilo glanzend, sparkelend, maar oh-zo giftig kwik, verspreid over 27 kilometer weg van San Juan tot Magdalena, dwars door het dorpje Choropampa. En rechtstreeks of onrechtstreeks zijn alle drieduizend inwoners van Choropampa met het kwik in contact gekomen.

Het kwik verwoestte de hele gemeenschap. Het drong de grond in, het water in, de planten in, de lucht in. Watermetingen wijzen uit dat er met de tijd steeds meer kwik in het water zit. De oogst levert steeds minder op en niemand wil nog landbouwproducten uit de streek van Choropampa kopen.

Personen die niet fysiek met het kwik in aanraking waren gekomen, ademden het in. En ademen het nog steeds in. Bij warm weer verdampt en stijgt het kwik dat nog altijd in de grond verscholen zit. En inademing blijkt nog erger dan aanrakingen.

Het breekt het beschermingsmembraan van de hersenen en zorgt voornamelijk voor problemen met het zenuwstelsel. Salomón Saavedra uit Choropampa bevestigt dat. “Als het warm is, zie je dikwijls kinderen flauwvallen op straat, onderweg van school naar huis. Vraag maar rond. Ze vallen flauw door al het kwik dat ze inademen. Ze worden naar de gezondheidspost gebracht, ze recupereren een beetje, maar ze blijven ziek. Ze blijven diezelfde symptomen hebben. Zoals wij allemaal, en dat voor de rest van ons leven.”

Ook kinderen geboren na de ramp hebben ernstige gezondheidsproblemen. ©Maxime Degroote

Collectief geheugenverlies

Uren na de ramp stroomde de gezondheidspost in Choropampa vol met mensen met dezelfde soort klachten. Neusbloedingen, hoofdpijn, maagpijn, netelroos over het hele lichaam. De lijst met symptomen groeide met de tijd. Gezichtsverlies, pijn in de botten, gewrichtspijnen, vervelling over het hele lichaam, bloed in de urine, menstruatie die uitblijft, onvruchtbaarheid, buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, kinderen die misvormd geboren worden, en ga zo maar door.

We zitten in de krappe woonkamer van Juana Martínez. Op de vraag of ze kan vertellen wat er de dag van de ramp gebeurd is, kijkt ze ons radeloos aan. “Ik weet het niet meer… Echt niet. We verliezen ons geheugen door het kwik.”

Vergeten. Niet alleen door de overheid en de authoriteiten, maar ook hun eigen geheugen laat hen langzaam in de steek.

Een tiental dorpelingen hebben zich in het kleine kamertje verzameld om hun verhaal te doen. Anderen haalden het niet om de paar blokken te lopen, en bezoeken we in hun eigen huizen. De verhalen zijn gelijkaardig.

Mooi vergif

“Het zag er zo mooi uit,” herrinnert María Clementina Hoyo Zabreda zich, “zo mooi hoe het de straat versierde. Maar het bleek vergif. Kijk naar mijn lichaam.” Ze trekt haar rokken omhoog en laat haar opgezwollen benen zien. Verschillende vrouwen volgen haar voorbeeld. Handen, voeten, overal plekjes en vel dat verdwijnt.

Ook gezichtsverlies is een ernstig gevolg van de ramp. “Het hele dorp moet een bril dragen. En elk jaar moet die opnieuw versterkt”, klinkt het.

Melisa Castrejón Hoyos was niet in Choropampa op het moment van de ramp. Zes dagen later kwam zij pas terug thuis, om te horen te krijgen dat er vergif in het dorp was aangekomen. Vergif dat in een glazen fles in haar huis stond. “Ik was zo bang. Ik durfde niet in de buurt te komen. Daar stond ik dan, met mijn baby van amper twee maanden oud… Nu is mijn zoon praktisch blind. Hij kan niet lezen. Hij studeert, maar ik denk dat hij zoals de meeste jongeren in het dorp zijn studies niet zal kunnen afmaken”, vertelt ze.

Wachten

Santos Mirando herinnert zich de dag van het ongeluk nog wel heel goed. Hij rende naar buiten om het kwik met zijn handen op te rapen. “Ik heb een verschrikkelijke hoofdpijn. Constant. En ze schrijven me alleen paracetamol voor. Mijn echtgenote rilt zo hard dat ze vaak borden laat vallen terwijl ze kookt. En mijn dochter van amper zeven wordt gek van de pijn in haar botten en kan niet meer zien. Ze was nog niet eens geboren toen het gebeurde. En we zijn arm. We kunnen niks. Niks, alleen wachten.” Santos veegt de tranen van zijn wangen. “We moeten gewoon door de pijn heen bijten.”

Wachten. Dat is het enige wat iedereen in Choropampa nog rest. En langzaamaan sterven de inwoners van Choropampa. “Mijn nichtje stierf aan lupus,” vertelt Helena Portilla, “en vlak daarna stierf mijn zoon. Hij was pas 23. Ze gaven hem drie maanden in het ziekenhuis. Niet veel later stierf ook mijn schoondochter. Om een uur of één voelde ze zich slecht, om zeven uur was ze er niet meer.”

Verschillende dorpelingen ontvluchtten de gemeenschap en trokken naar andere steden op zoek naar een gezonder bestaan. Maar niemand ontvlucht de dood van Choropampa. Zelfs kinderen en jongeren geboren na de ramp hebben hoge kwikwaarden in hun lichaam en ernstige gezondheidsproblemen.

Judith Guerrero Martín kreeg een miskraam. “Ik kan niet zwanger worden. En veel vrouwen lopen risico´s bij zwangerschappen. Er zijn vrouwen die hun kind verliezen na drie, vier maanden zwangerschap. Of de kinderen worden misvormd geboren. Toen ik mijn kind verloor, zei de dokter dat het beter was zo. Dat het een buitenbaarmoederlijke zwangerschap was, zoals veel vrouwen hier meemaken. Een vriendin van mij stierf tijdens haar zwangerschap.”

Vastgeketend

De burgemeester brengt ons naar een huis iets verderop. Een nieuw gezicht dat ons smekend aankijkt. Ze praat zacht en haar woorden zijn amper te verstaan. Hoofdpijn, rugpijn, pijn aan de armen. Drie jaar zit ze al zo vastgeketend aan haar stoel. Drie jaar waarin ze niks heeft kunnen doen. Haar handen kan ze niet plooien, haar armen niet strekken. Ze kan zich niet wassen, haar haar niet kammen. Niks lukt nog.

“Mijn leven is zo triest”, zucht Modesta Pretel. “Ik kan niks meer. Ik kan niet op het veld werken. Ik kan niet koken. Ik kan niet breien. Wat de dokters er van zeggen? Geen idee. Ik weet het niet meer. Ik vergeet alles, zoals wij allemaal. Zelfs mijn dochter, die geboren is na de ramp, lijdt aan geheugenverlies.”

Op een steenworp van waar het ongeval plaatsvond, treffen we Imelda Guarniz Ruiz. Ook zij lijdt onder de impact van het kwik in het dorp. “Ik was een sterke vrouw, en nu? Nu kan ik niet meer lopen. Mijn nieren doen pijn. En er is geen enkele oplossing. Als medicatie geven ze me ibuprofen en paracetamol. Wat heb ik daaraan? De mensen van de mijnbouwbedrijven lachen met ons. En ik kan niks meer. Voor ik ergens ga zitten, moet ik eerst goed kijken of er wel iemand is die me kan helpen opstaan”, vertelt ze. Ze zet haar woorden kracht bij door haar zoon te roepen om haar te helpen opstaan van de trappen waar ze op zit.

Imelda Guarniz Ruiz heeft pijn in haar hele lijf als gevolg van het kwik dat ze binnenkreeg. ©Maxime Degroote

Vier doden per maand

De klachten zijn niet nieuw, maar worden met de jaren wel steeds ernstiger. Rond de tijd van de ramp vielen er ongeveer 100 doden. “Dokters van Duitsland en de Verenigde Staten gaven ons aan dat alles na vijf, tien, vijftien jaar nog veel ernstiger zou zijn”, zegt Juana Martínez. En kijk nu. “Vroeger stierf er één iemand per drie, vier jaar. Nu sterven er drie tot vier personen per maand.” De impact van de ramp is nu, twintig jaar later, duidelijker zichtbaar dan ooit.

Het heeft lang geduurd voor de inwoners van het dorp te horen kregen hoe giftig het kwik was. Twee dagen na het ongeluk kwamen er werknemers van Yanacocha naar Choropampa. Dik ingepakt in speciale pakken met beschermingsbrillen, herinneren de inwoners zich. Het rees vragen op, maar nog altijd had niemand de lokale bevolking ingelicht van de risico´s van het kwik. En ook nu werd het niet gezegd. De werknemers meldden alleen dat ze het kwik kwamen terug kopen, en boden de inwoners van het dorp geld in ruil voor het verzameld kwik.

Kinderen renden opnieuw de straten op, op zoek naar de laatste restjes. Vijf tot tien soles kregen ze, afhankelijk van hoeveel kwik ze konden inleveren. “Er was net circus in het dorp”, vertelt burgemeester Ronald Mendoza Guarniz, “en met vijf soles konden de kinderen heel wat. Voor een kilo kon je zelfs tot 100 soles krijgen. Ze renden met handenvol vloeistof heen en weer.”

Slechts een derde van het verloren kwik werd door Yanacocha gerecupereerd. De rest bleef achter in Choropampa, in de velden, in de huizen, in de slaapkamers.

De data op de kruisjes op het kerkhof volgen elkaar steeds sneller en sneller op. ©Maxime Degroote

Zwijggeld

De schade was aangericht en al snel werden de onomkeerbare gevolgen van de ramp duidelijk. Choropampa werd ziek. En Choropampa protesteerde. Ze wilden analyses, weten wat er mis met hen was. Vijftien dagen na de ramp werd het niveau van vervuiling in de dorpelingen gemeten.

De analyse wees uit dat de dorpelingen effectief hoge kwikwaarden in hun bloed en urine hadden. Maar de resultaten van de analyse verdwenen. En twintig jaar later zijn ze nog steeds nergens terug te vinden.

Terwijl verschillende dorpelingen met dezelfde klachten in het ziekenhuis belandden, keerde Yanacocha terug naar de gemeenschap, advocaten aan de arm.

Yanacocha bood geld aan de inwoners van Choropampa. Willekeurige bedragen. 2500 soles (ongeveer 650 euro) voor een persoon, 5000 (1300 euro) voor een ander. Waar de persoon in kwestie maar akkoord mee ging, als zwijggeld.

Om het geld te ontvangen, moest er immers een document ondertekend worden. Een uitgebreid document met verschillende clausules, waarin duidelijk stond dat Yanacocha geen schuld heeft aan het gebeurde, dat Yanacocha alleen betaalt om een einde te stellen aan de controverses rond de ramp. En door te tekenen, namen de dorpelingen afstand van hun rechten om Yanacocha in de toekomst nog aan te klagen om wat er gebeurd was.

Vingerafdrukken

Bijna heel het dorp tekende. De overgrote meerderheid door zijn of haar vingerafdruk te zetten. In die tijd was 85 procent van de inwoners van Choropampa analfabeet, en kon noch het document lezen, noch zijn of haar handtekening zetten.

Het geld werd onmiddellijk ingezet voor medische kosten. En het geld was onmiddellijk op, nog voor de ware impact van de gezondheidskwesties tot de bevolking doordrong. Het ging niet om een paar tijdelijke klachten. Het ging om levenslange klachten, die alsmaar erger zouden worden. Maar welke keuze hadden ze? De toenmalige minister van de Vrouw en Menselijke Ontwikkeling is toen zelfs vanuit Lima naar Choropampa afgereisd om het dorp af te raden advocaten aan te nemen.

Choropampa werd het zwijgen opgelegd. Niemand mocht praten. Jarenlang hebben de inwoners van Choropampa gezwegen, onder het gewicht van de documenten. Maar twintig jaar later, terwijl het aantal sterfgevallen aan de gevolgen van de ramp plots razendsnel stijgt, geven ze hun zwijgplicht op. Als we toch doodgaan, kunnen we even goed onze mond opendoen, lijkt het motto.

Geen medicatie

Naast het geld, kregen de inwoners van Choropampa ook een ziekteverzekering voor vijf jaar van Yanacocha. Een ziekteverzekering waar ze echter amper iets aan hebben in Choropampa.

Vlak naast de plek waar twintig jaar geleden het kwik de levens van drieduizend Cajamarquinos verstoorde, ligt de gezondheidspost van het dorp. Over die post is iedereen het eens. “We hebben de hoop op hulp of medicatie opgegeven. Het enige wat we nu nog vragen, zijn kalmerende middelen, pijnstillers. Genezen worden kunnen we toch niet meer.”

We kloppen op de deur van de post, maar worden niet binnengelaten. Beter komen we over een dag of twee terug, klinkt het. Dan kunnen ze ons de post laten zien.

De burgemeester kijkt ons met een veelzeggende blik aan. “Er is niks om te laten zien. Niks. De post is leeg. Dat is het probleem dat we inmiddels al jaren hebben. Er is geen medicatie in de gezondheidspost, geen hulp. Ze nemen alleen je hartslag op en geven je een kalmeermiddel. Maar ik weet zeker dat als Yanacocha weet dat jullie hier zijn, ze met een wagen vol medicatie komen. Daarom hebben ze twee dagen tijd nodig om jullie binnen te laten.”

Een dag later ontvangen we van een anonieme bron plotseling een filmpje van in de gezondheidspost, van diezelfde dag. De rekken zijn leeg. Er is geen medicatie in Choropampa.

“We gaan dood”, zegt Helena Portilla. “Dit is geen leven voor ons. Wij zijn vergeten. We vragen gerechtigheid van Yanacocha, maar er gebeurt niks. Ze kwamen, vergiftigden ons, en verlieten ons.”

Ook in andere steden lijkt de bevolking van Choropampa geen hulp te kunnen vinden. “We liegen. We zeggen dat we uit Magdalena of Cajamarca komen. Mensen uit Choropampa helpen de dokters niet. Wij zijn niemand”, klinkt het.

De plaats waar precies twintig jaar geleden een vrachtwagen van Yanacocha 151 kilo kwik verloor. ©Maxime Degroote

Volle begraafplaats

De begraafplaats van Choropampa vult zich razendsnel. De sterfdata op de kruisjes volgen elkaar sneller en sneller op. Twee per maand, drie per maand, vier…

Burgemeester Guarniz kijkt ons wanhopig aan. Hij is nog jong, was nog een kind toen het kwik in Choropampa verspreid werd. Net als zijn vrouw. Zeven dagen na het ongeluk belandde zij voor het eerst met klachten in het ziekenhuis. Vijf jaar later keerde ze terug met dezelfde symptomen. Twee jaar later opnieuw. “En nu? Breng ik haar binnen een jaar? En daarna elke maand?”

De vorige burgemeester was 28 toen hij stierf. Ze brachten hem razendsnel naar Chiclayo, waar hij vrijwel onmiddellijk het leven liet. “Zulke snelle doden zijn eerder regel dan uitzondering”, klinkt het. “Vandaag voelen we ons goed, morgen voelen we ons misschien slecht, en poef, meteen naar het kerkhof. Waar wachten wij nog op? We zijn volledig aan ons lot overgelaten.”

Slechts tachtig inwoners van Choropampa tekenden het document van Yanacocha niet, twintig jaar geleden. Enkel zij kunnen nog gerechtelijke stappen nemen tegen het bedrijf, al werden de meeste rechtszaken snel gearchiveerd. Slechts drie ervan werden opnieuw geopend.

In twintig jaar tijd heeft Choropampa de hoop op hulp verloren. “We zijn al zoveel bedrogen,” zegt Julia Angelica Guarniz Luis, “er is twintig jaar voorbij gegaan en er gebeurt nog altijd niks. We gaan dood. Straks is het afgelopen met Choropampa. Er rest ons alleen nog te wachten tot God zegt dat het genoeg is geweest.”

Er is twintig jaar voorbij gegaan en nog altijd is er geen oplossing voor Choropampa, het dorp waar de inwoners blijven sterven en bij elke ademhaling meer en meer vergiftigd worden. Het is tijd dat Choropampa gerechtigheid krijgt.

Bekijk de documentaire “Choropampa, Tierra de Nadie” hier:

Covid-19 in the Peruvian Amazon: Challenges for the most vulnerable communities of Loreto

Covid-19 in the Peruvian Amazon: Challenges for the most vulnerable communities of Loreto

Author: Mirna Fernández

 

If there is one thing which the Covid-19-outbreak has brought to the surface in a very clear way, it is the existing global inequalities. To which extent communities are able to withstand the crisis, depends a lot of their access to healthcare, sanitation and food systems.

The reality in the region of Loreto, located in the Peruvian Amazon, shows that this pandemic and its socioeconomic implications will pose severe threats to some of its most vulnerable communities.

An already collapsed Health Care System

When the first positive cases of the coronavirus were confirmed in Loreto, the hospitals were already close to collapsing. The Peruvian Health Minister, Victor Zamora, announced that Loreto was facing two “big problems” at the same time: Coronavirus and Dengue.

Before the arrival of Covid-19 the region of Loreto was victim of one of the worst episodes of a dengue epidemic in the history of the region. According to the National Center for Epidemiology, Prevention and Control of Diseases (CNE), only in the first 3 months of 2020, the number of cases of dengue in Peru reached 8 times the amount of cases compared to the same period last year. Loreto has reported the biggest number of cases, with 3,925 in total, which is 31 times higher than the same period last year. This was already a heavy burden for the weak regional health care system. In the hospitals, few beds were available for the many patients that needed to be covered by mosquito nets to prevent the spread of the disease to other patients in the hospitals.   

Patients with dengue with mosquito nets to avoid the spread of the disease. Photo: DIRESA Loreto

The Covid-19 outbreak disrupted Loreto, as the region doesn’t have enough beds ready to use in Intensive Care Units (ICU). The Regional Hospital of Loreto – the biggest and most equipped hospital of Loreto – has only 12 ICU beds for Covid-19 patients, of which 10 are already in use. The other hospitals in the region all together have only 9 extra ICU beds and all of them are in use already by non Covid-19 patients. This should cover a population of 884 000 inhabitants. Belgium, in comparison, has a population of 11.46 million inhabitants and 1864 ICU beds, of which 785 remain free for future patients needing Intensive Care. The fact that only 2 ICU beds remain free for the whole region of Loreto is a hard reality check.

While the pandemic is spreading in the region, everyday we hear reports from health personnel dropping out due to a lack of protective equipment. A hospital called ESSALUD had to close temporarily when 4 health workers were tested positive, and improvised health centres had to be put in place to continue the medical attention for its patients. The president of the Medical Federation of Loreto, María Huilca Chambi, pointed out the lack of biosecurity for the personnel taking the samples for Covid-19 testing. “We are putting our lives at risk”, she said.

Loreto is currently the region with the fourth highest amount of most positive cases in Peru, with 619 to date. This is the result of 2876 tests performed in the region since the beginning of the outbreak, according to the official government data. There is an obvious lack of tests, labs and equipment for the personnel’s health, which did not improve much since the beginning of the outbreak. This raises questions about the credibility and transparency of the local authorities.  

Increasing food prices

Loreto does not have a diversified agricultural production, due to the hard conditions that the Amazon ecosystem poses on peasants. With mainly poor, infertile soil where crops are often suffering from erosion due to heavy rains and from different plagues, only a limited variety of crops can survive. Therefore, the region needs to import massive amounts of food, especially vegetables, from other regions of Peru.

The transportation of imported food is especially complicated for Loreto. Its main city, Iquitos, which has about one million inhabitants, is the only major city in Peru that is not accessible by road. The imported food from other regions needs to arrive either by air or by ground transportation until Yurimaguas, and from there by boat for more than 3 days. The regional food supplies reach Iquitos by boat, coming from local communities settled on the river sides.  

Family agriculture produces 70% of the food supplies that are consumed in Peru. In many cases, this means that the surplus food production of small families is sent to other regions by means of passengers’ transport, which is now prohibited by the State of Emergency. The cargo transport of food supplies is allowed, and people working in the food supply sector are officially allowed to pass by regularly. However, to obtain the necessary permits with the National Police, you would need to provide certain certifications that many small producers don’t have.

Therefore, if prices of basic food in the region have increased, it is directly linked with the State of Emergency declared by the government of Peru and its transport restrictions. Basic fresh food items like eggs, potatoes, tomatoes, bananas and onions have doubled in price since the beginning of the lockdown.

Speculation is another cause of increasing food prices. There was a wave of panic among the inhabitants of the country, especially during the first days of the lockdown, so the markets and stores were wiped out of some products. The resulting demand in turn increases the prices. While the Peruvian government is trying to send positive messages to the population ensuring that there will not be a shortage of food supplies, the outcome is nonetheless that the prices of some products might take a while to stabilize after the panic-buying.

There are also very strict and inconvenient rules put in place during the State of Emergency regarding groceries shopping. In Iquitos, markets start business around 5 am and the police force the vendors to start closing by 9:30 am. The result is a major assembly of people trying to buy their food in the very early hours of the morning, which absolutely poses more risks for mass contagion.

Belen market early in the morning during the state of emergency. Photo: Luis Rodriguez

Threats to Indigenous Peoples and Native Communities

There is no national action plan for Covid-19 focused on Indigenous Peoples, despite the demands from the largest national indigenous organization, Aidesep, and the regional organization of indigenous federations, Orpio. They demand the participation of indigenous peoples’ representatives in the planning and implementation of measures to avoid scenarios of mass contagion in the indigenous communities.

Indigenous peoples’ organizations from Loreto such as Fediquep, Feconacor, Opikafpe and Acodecospat have proposed sanitation protocols to be urgently implemented, but they are still waiting for a response from the government. Loreto compasses more than 24% of the Amazon indigenous population in Peru according to the latest national census. It is the region with the most indigenous communities in the country, which count about 1200. But in most of these communities, health posts have a shortage of supplies, even more so during this sanitary crisis.

There is only one lab in the region that can process the Covid-19 molecular tests: it is located in Iquitos. The Regional Health Director, Percy Minaya León, mentioned that his main concern is the population in remote areas and close to international borders, which includes indigenous and native communities. In these areas, the health care personnel that takes samples for example in Santa Rosa o Caballococha (near the borders with Colombia and Brasil), must travel by boat on the Amazon river for more than 12 hours and then go back to the lab in Iquitos with the samples for testing. There are not enough tests, nor enough personnel to cover these areas appropriately in terms of Covid-19 testing.

Out of fear of getting infected by the virus, several native communities took the decision to block all entrances to their territories in order to isolate themselves. They prefer not to receive any donation rather than exposing themselves to possible infection. However, not everybody is respecting their decision. There are unscrupulous merchants, hostile public officials, rapporteurs, illegal loggers and miners, uninformed military and police, and other outsiders who do not understand that their decision falls within their right to self-determination and is valid and well-founded. 

Communities block the access to their territories. Photo: Agencia Andina

There are many basic needs which lack coverage for indigenous peoples in the Peruvian Amazon, now representing major obstacles for their wellbeing during this health crisis. According to the census for native communities conducted in 2017, only 9,8% of the indigenous population in the Amazon has access to the Internet, where they could consult the most recent prevention and protection measures. Moreover, only 25,8% of these communities have access to a public drinking water system, complicating washing hands to prevent infections.

To overcome this crisis, the national and regional governments have a huge amount of work to do, especially in these remote areas, to avoid the worst-case scenarios, in which the most vulnerable communities become infected on large scale. After the crisis it will be necessary to evaluate to which extent the government failed to meet the needs of the indigenous population during this pandemic.

You can also read more about the COVID-19 situation in Peru in our other blog post Caning, arrests and social issues: Ten days of quarantine in Peru.

Celebrate Earth Day with Chaikuni Institute

Celebrate Earth Day with Chaikuni Institute

CATAPA wants to dedicate this Earth Day to our partner organization in Peru, the Chaikuni Institute. They are facing a critical financial situation due to the COVID-19 pandemic. We want them to keep fighting against climate change and we are sure you do too! Here we are sharing their message and call for donations.

FROM CHAIKUNI INSTITURE

Today is the 50th Anniversary of #EarthDay, a historic moment of reflection and celebration… But, what is different this year?

The COVID-19 pandemic has affected all of us in different measures and proportions, we all know that nothing will be the same again. It’s time to reflect, prevent, and reinvent.

After 8 years of work promoting sustainable land-management and forest regeneration with local communities, supporting indigenous federations in making their fundametal rights respected, and accompanying indigenous students on their journey to become professionals, the Chaikuni Institute faces a critical situation. If we don’t quickly raise enough funds we will have to end our activities.

Now, more than ever, we need your support. We are working to mitigate the effects of climate change by regenerating the most important terrestrial ecosystem, the Amazon rainforest. We can’t give up. There is too much to be done.

Celebrate nature, celebrate life and celebrate the 50th Anniversary of Earth Day with us. Please, DONATE NOW and become part of the global movement to fight climate change

©InstitutoChaikuni

All donations will be matched a 50% until April 24 as part of the Climate Action Campaign of Global Giving!

The 2020 Climate Action Campaign is an exclusive opportunity for GlobalGiving partners working on climate action to participate in a five-day matching campaign and compete for five year-long slots in the GlobalGiving Climate Action Fund. The Climate Action Campaign runs from Monday 20th of April 20 till Friday 24th of April.

The campaign is centered around the 50th anniversary of Earth Day.

@GlobalGiving

*GlobalGiving is the largest global crowdfunding community connecting nonprofits, donors, and companies in nearly every country.

VACATURE: Global Engagement CATAPA Officer (GECO) te Cajamarca, Peru

VACATURE Global Engagement CATAPA Officer (GECO) (m/v/x) te Cajamarca, Peru

CATAPA is een vrijwilligersbeweging die werkt rond sociale en ecologische rechtvaardigheid. CATAPA streeft naar een wereld waarin de ontginning van niet-hernieuwbare grondstoffen niet langer nodig is. We focussen ons op de mijnbouwproblematiek in Latijns-Amerika, waar we lokale gemeenschappen ondersteunen. In België sensibiliseren we over de sociale en ecologische impact van metaalverbruik door onder andere de link te leggen met het verbruik van ICT-producten (smartphones, laptops, …). We gaan (via onderzoek) ook actief op zoek naar alternatieven voor mijnbouw en doen aan lobbywerk. 

In Latijns-Amerika ondersteunt CATAPA de lokale gemeenschappen die (potentieel) worden getroffen door de negatieve impact van mijnbouw. Op vraag van haar partnerorganisaties bevordert CATAPA dialoog in functie van conflictpreventie en –bemiddeling.

De GECO zal ingeschakeld worden om de samenwerking met de NGO Grufides te bevorderen. Daarnaast zal de GECO de activiteiten van de basisbeweging PIC (Plataforma Interinstitucional Celendína) opvolgen en een nauwe band met Celendín behouden. Beide organisaties zijn gevestigd in het departement Cajamarca, in het noorden van Peru. Grufides werkt rond thema’s als mensenrechtenschendingen, milieu en mijnbouw. Ze voorzien ook juridische begeleiding aan slachtoffers van mijnbouwgerelateerde incidenten. PIC is een grassroots organisatie die in de provincie Celendín lokale burgerinitiatieven en boerengemeenschappen samenbrengt in de strijd voor ecologische rechtvaardigheid. Momenteel is PIC iets minder actief, waardoor de GECO hoogstwaarschijnlijk voornamelijk met GRUFIDES nauw zal samenwerken.

Taakomschrijving

  • Opvolging van mijnbouwprojecten in Cajamarca (en bij uitbreiding in Peru), waaronder het project Conga en de mijnbouwactiviteiten van Yanacocha. Zeer belangrijk zijn nu vooral de opvolging van de formele (Shahuindo) en informele mijnbouwprojecten in Cajabamba en het nieuwe mijnbouwproject Michiquillay.
  • Het voorbereiden en uitschrijven van nieuwe projecten en subsidiedossiers in samenwerking met onze partners ter plaatse en actief op zoek gaan naar nieuwe subsidiemogelijkheden.
  • Een ondersteunende, uitvoerende en opvolgende rol opnemen in de lopende projecten die CATAPA samen met haar partnerorganisaties uitvoert. In 2020 is dat een project rond waterbeheer met de watermetingscomités en een project rond gender.
  • Bijdragen tot een versterking van de werking van GRUFIDES in Cajamarca binnen eigen capaciteiten en vaardigheden en de werking van de PIC in Celendín opvolgen en versterken waar mogelijk.
  • Overleggen en coördineren binnen de verschillende samenwerkingsverbanden, lokaal en internationaal. 
  • Externe communicatie voorzien over lokaal en (inter)nationaal nieuws inzake mijnbouw, extractivisme  en sociale bewegingen en CATAPA en achterban informeren over recente ontwikkelingen in Cajamarca. Dit kan via blogs, video’s, podcasts, nieuwsbrief, artikelen en foto’s op de website van CATAPA en sociale media (Facebook, Twitter, Instagram). CATAPA Peru heeft ook een eigen Facebookpagina die de GECO bijhoudt.
  • Kennis van CATAPA’s aanpak delen met de partners.
  • Werking in België: De GECO levert informatie en materiaal ter versterking van onze campagnes in Vlaanderen. Het is belangrijk beeldmateriaal en documentatie over emblematische cases te verzamelen.
  • Coördinatie met stagiairs en thesisstudenten die naar de regio komen en erop toezien dat ze eveneens een nuttige bijdrage leveren aan het werk van de partnerorganisaties ter plaatse.
  • Nauwe samenwerking met de werkgroep Peru in België en regelmatige vergaderingen via Skype. De GECO levert hen zowel informatie als denkt na over mogelijke ondersteuning vanuit België.

Profiel

  • Je bent minimum 21 jaar.
  • Je hebt een zeer goede kennis (gesproken en geschreven) van het Spaans en Nederlands, bij voorkeur ook Engels.
  • Bij voorkeur een band met CATAPA (bv. in het verleden een engagement opgenomen, samengewerkt, een thesis geschreven…).
  • Je bent sociaal en communicatief vaardig.
  • Je bent diplomatisch ingesteld en gaat bewust en discreet om met potentieel conflictueuze situaties.
  • Je functioneert zowel zelfstandig als in team goed.
  • Je kunt zelf goed je waarde en capaciteiten inschatten en ziet zelf waar jouw hulp het meest nodig is. Je ziet zelf waar jij mee kunt helpen binnen de lokale organisaties en neemt voldoende initiatief.
  • Je toont openheid en respect voor culturele verschillen en kan je aanpassen aan andere culturen en organisatievormen.
  • Je hebt ervaring in het schrijven van subsidiedossiers en dossierbeheer, of wilt je in korte termijn inwerken. 
  • Je bent bereid om fondsen te zoeken voor de partnersamenwerking en CATAPA’s lokale werkingskosten.
  • Een belangrijk project van GRUFIDES in samenwerking met CATAPA in 2020 focust op watermetingscomités. Bij voorkeur heb je technische kennis van biologie, watermetingen, etc. om een extra kracht binnen dit project te kunnen bieden en te helpen om technische kennis om te zetten naar informatie die gemakkelijk te begrijpen is voor lokale gemeenschappen.
  • Kennis over mijnbouw, sociale bewegingen, milieubescherming of water is een meerwaarde.
  • Het is een pluspunt als je je voordien kan vrijmaken om jezelf in te werken bij CATAPA.
  • Je bent geïnteresseerd in een engagement binnen CATAPA na terugkeer.
  • Je hebt ervaring in het geven van presentaties en workshops.

Periode

Vertrek idealiter in april 2020. Wordt voorzien voor 1 jaar, mits tussentijdse evaluatie na 6 maanden.

 

Wij bieden

  • Voorbereiding vóór vertrek en omkadering en opvolging tijdens het verblijf.
  • Een volledige reisbijstandsverzekering.
  • Terugbetaling visum
  • Een bijdrage in de leefkost indien je geen recht hebt op een uitkering in België (425 euro/maand).  CATAPA komt niet tussen in de kost van het vliegticket en vaccinaties.

Geïnteresseerd?

Stuur je CV en motivatiebrief naar charlotte.christiaens@catapa.be en dit ten laatste op 1 maart 2020. We nemen contact op in de loop van de daaropvolgende week.

Meer informatie? Neem contact op met charlotte.christiaens@catapa.be en maxime.degroote@catapa.be

 

CATAPA
Maria Hendrikaplein 5 bus 401
9000 Gent
www.catapa.be

Art as a Form of Protest – Peru

Art as a Form of Protest – Peru

As all neighboring countries of Peru are stuck or have been stuck in violent protests recently, Peru seems calm. Cajamarca, known for its huge protests to stop the mining project of Conga, seems calm.

Those protests happened only about 7 years ago, in 2011 and 2012, and still have a special taste in everyone’s mouth. Everyone in Cajamarca today has lived them profoundly. Everyone has somehow been part of the cruel protests. But looking at Cajamarca now, it seems like the idea of protesting has died. It seems like people have quietly accepted legal and illegal mining activity in the region. For example, there seems to be no reaction to the new mining project Michiquillay of the company Southern Copper, which they hope to start using in 2022. And there is very little reaction to the contamination of the Valle de Condebamba, where vegetables most Cajamarquinos eat get produced and are severely contaminated with toxic metals.

Why is that? Why do people stay calm? Is it because there are too many protests in Peru? Because they got tired? Because of the number of social conflicts that never get resolved? Because of the 279 people that died defending human rights until 2018 in Peru? Because of the horrible criminalization of protests in Peru in all its forms – both direct attacks as methods like states of emergency? Because of the memory of the horrible protests in 2012?

All very good reasons to not take to the streets anymore. But the truth is – the protests have never really stopped. They have just taken different forms.


Silent protests

Calm, silent protests are happening everywhere. Protesting doesn’t mean aggression. Protesting means showing how things can be different, making people think, for example through art, photo exhibitions, music, whatever you feel like. Protesting can be as silent or as violent as you want it to be. It’s your fight.

So yes, people in Cajamarca – or in Peru – might be tired of protest marches. It’s easy to see that the protest marches for women rights are smaller every year. The three climate change actions we’ve organized this year shrunk every time, and in June, when bull fights came back to Cajamarca after years, we were just a small group screaming outside of the arena holding up cardboards and getting laughed at.

But almost no one came to see the bull fights. The stadium was empty, which made the government cancel the second day of fights. And isn’t that a sign that Cajamarca doesn’t want bull fights anymore? Isn’t just not showing up a form of protest too? Isn’t silent protest, protest too?


Cross boundaries

Protest is what you want it to be. And using art as a form of protest isn’t something new. In fact, it represents the way of protesting in Peru. In the world. And all through history.

It’s said that art as a form of protest or activism was first seen with Dada, an anti-war movement which openly outed critiques to the First World War. Picasso protested with paintings based on for example the Spanish Civil War. The Vietnam War formed a base for many works of art in the sixties, and also gender issues, feminism, immigrant problems, and so on, got addressed through art. And then we haven’t even mentioned Banksy yet with all his work on all kinds of global issues, or the Russian feminist punk-rock band Pussy Riot that dealt with themes as feminism, freedom of speech, LGBT+ rights, etcetera, through their music.

Art is political, and art can be a powerful weapon. Art can make you think about things you hadn’t thought about before. Art can make a political statement, can be some sort of critique on a political or social situation. Art often looks up boundaries, or crosses them.


Art and activism

Also during the awful protests against mining project Conga in 2011 and 2012, art was used. The Plaza de Armas in Cajamarca changed into an art gallery, there were concerts, people were singing and dancing on the street. The Marcha del Agua towards Lima was beautiful with everyone singing together. And that has never stopped. That’s still part of Peru’s – or Cajamarca’s – culture. Art is protest.

As Carlos, founder of an environmental organization in Cajamarca says: “Art has a great impact on people. People get conscious about the environment, and on top of that about the beauty of the art and the people.” Art has an incredibly creative power to move people emotionally, while activism sets a goal, shows us the social or political change we need to see in the world. Art moves a feeling, while activism creates an effect. And in order to make that change, in order to get that effect, we need some sort of stimulation. We need to be moved. Emotionally. Art and activism combined, can lead to many, many things.

On top of that, art used as a form of protest, outside of actual protest marches or political spaces, gets you a surprise effect. It makes people think about serious, maybe political, issues, without them maybe realizing it. It gets in your mind, and slowly, gets you to that effect activism wants to reach.


Changing minds

Murals for example, big paintings on walls, are widely used as a form of protest or activism in Cajamarca and in Peru. In the province of Celendín the streets are full of colourful walls. And also in Cajamarca the city is covered in painted walls, leaving powerful messages. Something we could already see in the beginning of the 20th century in Mexico.

And I have to admit, while painting one of those murals, thinking about the load of work waiting for me on my desk, I did think to myself that I could use my time better. That I could actually do something useful to help the environment, instead of just paint. That I shouldn’t waste my time painting a wall with a message probably no one would read. But was I wrong. All the people passing by that day stopped to check out our message. To see what it was about. And still very often, as I walk passed that wall, I see people talking about the painting. Maybe the mural didn’t gain the change immediately. But it is changing people’s minds, slowly, daily, firmly.

The same happened when we used a beautiful Cajamarcan tradition as a form of activism. On Corpus Christi, the whole Plaza de Armas gets covered in alfombras, or flower carpets. We focused on animal rights and protested against the bull fights with our carpet, whereas some others used it to address gender inequality, for example. And in between the beautiful art works, those pieces of art showing some sort of social or political issue, were the alfombras where most people stood around, discussing what they saw. Not what was actually there, but what they saw, what it meant to them, what they understood the message was. It made people rethink their own actions.


Happiness in protest

And that’s not all. Ecological fairs keep popping out of the ground like mushrooms, focusing on economic alternatives to mining and environmental issues, and that way making passengers-by think about the impact of mining activity without them realizing that’s what it’s about. Wakes are organized to mourn the death of our environment, combined with a beautiful piano concert, to focus on environmental issues in a different way. Theatres are held all through town showing the effects of gender inequality or climate change. Movie nights focusing on social themes are a big thing.

The lyrics to the typical cheerful carnival music of Cajamarca get changed to songs defending human rights and are being sung whenever the opportunity shows.

A few weeks ago a protest action was held at Cerro Quilish. Only about 30 people showed up, hiking to the top of the mountain from where you could look out over Yanacocha. But those 30 people brought up their giant speaker, singing and dancing their way up. And after the talk on top of the mountain, the volume of that same speaker was turned up a bit more.

People opened their bags, uncovering bowls of food, giving everyone a spoonful of whatever they had brought. Sharing. Dancing. Singing. Turning a protest into a beautiful moment together, showing their strength, their traditions, their bond. Showing they are one. Unstoppable. Finding happiness in protest.


Beautiful protests

There’s loads of centers that open their doors for all kind of social movement or activity, for free, supporting artists. There’s a cultural magazine made entirely by volunteers that also hold events every few weeks addressing for example topics as cultural identity, traditions, history. There’s movies or poetry in Quechua to make people rethink their roots and history. There’s dozens of bands in Cajamarca singing about animal rights or human rights or violence against women or any topic you can think of.

Lots of youth organizations take charge and organize fun activities for all ages such as actions on recycling with quiz questions and prices to win. Photo exhibitions focus on what nature should look like and shows the work of different human and environmental right defenders.

Of course, protesting is hard in Peru. And it’s sad that there’s still so much to protest about. But at least we know it will always be here, in its own way. And protesting can be so, so beautiful.

There’s resistance. There’s hope. In all its forms. Don’t underestimate the power of art. And don’t underestimate Cajamarca.

Vacancy: Global Engagement CATAPA Officer (GECO) at the Chaikuni Institute in Iquitos, Peru

Vacancy: Global Engagement CATAPA Officer (GECO) at the Chaikuni Institute in Iquitos, Peru

CATAPA and the Chaikuni Institute are looking for a collaborator to work for a year at the Chaikuni Institute in Iquitos, Peru, with two main tasks: 1) Support or set up activities and projects of the Chaikuni Institute, allies and indigenous students related to mineral extractivist activities such as gold mining in rivers and oil extraction in the Peruvian Amazon and 2) support the general operation of the Chaikuni Institute, with a focus on the human and nature rights program.

The Chaikuni Institute

The Chaikuni Institute is a local non-profit organization, based in the city of Iquitos, in the Loreto Region in the Peruvian Amazon.  It’s a grassroots collective which investigates, promotes and protects equitable, inclusive, interrelated and abundant living systems, honoring indigenous knowledge and permaculture principles. We work hand in hand with indigenous people and local communities in the Peruvian Amazon, on three main programs: permaculture, human and nature rights, and intercultural education. For more information, please go to:  www.chaikuni.org

 

CATAPA vzw

CATAPA is short for Comité Académico Técnico de Asesoramiento a Problemas Ambientales. It is an environmental non-profit organization from Ghent who sensibilizes people in Flanders and Brussels about the social and environmental impact of mainly large scale mining in Latin-America and supports organizations and communities in Peru, Colombia and Bolivia in their struggle against big mining projects. More information: www.catapa.be.

POTENTIAL TASKS

Tasks may be slightly adapted according to the specific strengths and interests of the GECO:

 

Support the Human and Nature Rights Program of the Chaikuni Institute

  • Organize and accompany all kind of different activities within the Human and Nature Rights program
  • Assist in the formulation, fund-raising and implementation of a new project on indigenous female leadership, human rights (with a specific focus on the right to clean water), and sustainable community solutions in communities affected by oil extraction.
  • Contribute to the environmental monitoring (quality of water, soils, etc.) of the oil-affected communities
  • Participate in workshops and public events concerning relevant topics (Oil and other extractive industries in the region).
  • Support of the intercultural education program when needed. Tasks may include: Organizing and assisting the tutoring and academic training of the indigenous students during their vacations (basic English, Spanish and computer classes), facilitating monthly movie nights for the students, assisting the organization of workshops and events with the students.

 

Communication

Between Catapa and Chaikuni

  • Share knowledge from the Chaikuni Institute with Catapa and the other way around
  • Provide information and material that supports the campaigns of Catapa.
  • External communication about local and (inter)national news concerning mining, extractive industries and social movements. E.g. through blogs, articles and photos on the website of Catapa and social media. Inform CATAPA about recent developments

Within the Chaikuni Institute

  • Preparation of contents for the website of the Chaikuni Institute
  • Support for updating the Chaikuni website
  • Help with the preparation of other communication materials
  • Support the development of advocacy materials (website, Facebook, etc.)
  • Assist with the creation of audio-visual materials
  • Support to advocacy activities in Peru and Belgium (and the world)
  • Translations

 

Fundraising and development of projects

  • Support any ongoing project of the Chaikuni Institute and/or set up an activity (campaign, documentary, artistic project, investigation etc.) with allied organizations related to mineral resource extraction issues in the Amazon region. Some current issues in the region are illegal gold mining carried out by river dredges and the ongoing conflict regarding the decade-long oil extraction in the region, but also the increased use and improper disposal of electronic devices are growing issues that need to be tackled.
  • Support the elaboration and translation of project proposals to (potential) donors
  • Assist in the process of mapping and identifying potential new donors
  • Promote and help spreading fundraising campaigns of the Chaikuni Institute

 

Research

  • Assist and/or lead investigation of the Chaikuni Institute into different topics related to mineral extractive industries.

PROFILE

  • You have advanced knowledge in Spanish and English, Dutch is an added value.
  • Prior working experience in foreign countries and/or in social projects is desirable
  • Experience within CATAPA is an advantage
  • You are a creative, flexible, honest and dedicated person
  • You work independently and take your own initiative
  • You have intercultural sensitivity, can adapt easily and have patience
  • You are interested in topics related to indigenous peoples
  • You have the capacity to work in a multi-disciplinary and multicultural team
  • You preferably have a university degree in social or natural sciences, related to environmental and human rights issues.
  • You are interested in volunteering at CATAPA after return
  • You are able to set up projects and find funds/subsidies
  • People with a more technical/natural science background (engineering, biology, chemistry, etc.) are encouraged to apply

CONDITIONS AND DURATION

We offer:

  • Preparation by CATAPA before departure and following up during the stay
  • A full travel insurance
  • As a contribution to your local living cost, you’ll receive 425 Euros/month (if you don’t have a right to social benefits in Belgium). From this amount you are also expected to cover your phone and local transport expenses for work related activities.
  • We don’t refund the flight ticket or costs involving vaccinations
  • A working experience in a fascinating region with challenging tasks on current issues
  • A professional and multicultural work environment with dedicated colleagues
  • Welcoming, training and continuous follow-up by Chaikuni’s staff
  • An opportunity to learn, grow professionally and contribute to the vision of the Chaikuni Institute working for economic alternatives for the local communities in Loreto and the preservation of the Amazon rainforest

 

Duration

  • Ideally from the 1st of October, with a duration of one year after a positive evaluation after 6 months. (small deviation is possible).

 

Place

  • City of Iquitos, in the northern Peruvian Amazon region Loreto, with possible travels to communities once in a while.

INTERESTED?

Send your CV (in English) and a motivation letter (in Spanish) to Charlotte Christiaens (charlotte.christiaens@catapa.be) at the latest on the 31st of August. Interviews are planned in the first week of September.

Gelukkige Vrouwendag in Peru? Helaas niet!

Gelukkige Vrouwendag in Peru? Helaas niet!

Waar is een Internationale Vrouwendag nog voor nodig, zeg je?

Maxime Degroote, 20 maart 2019

De Internationale Vrouwendag leek vrijdag op dezelfde manier te starten als vorig jaar. Opnieuw werd ik wakker met verschillende vrolijke gelukswensen in mijn telefoon. Feliz Día de la Mujer. Wensen die aantonen dat het nog altijd niet duidelijk is waarom er zoiets als een Internationale Vrouwendag bestaat. Maar daartussen dat ene schokkende bericht, haast opgeslokt door alle vrolijke posts er omheen. Het soort bericht dat je twee keer moet lezen en waarvoor je snel terug naar boven moet scrollen. Het bericht dat me op slag wakker maakte. Vrouw vermoord door echtgenoot. Vandaag, op 8 maart, op de Internationale Dag van de Vrouw, is vrouwenmoord nummer 27 van het jaar gepleegd. Waar is een Internationale Vrouwendag nog voor nodig, zeg je?

 

Verschillende obstakels

Al bijna een maand lang, sinds mijn eerste dag hier in Cajamarca, staan al mijn avonden in het teken van de Internationale Vrouwendag. Verschillende ngo’s en organisaties staken de koppen bij elkaar om plannen te maken voor 8 maart, en ik had het geluk net op tijd aan te komen om nog deel uit te kunnen maken van dit prachtige team vrouwen én mannen.

We zouden 8 maart vullen met activiteiten. Een hele dag lang. En strijden voor gelijkheid. De ideeën bleven stromen, en al snel moesten we beginnen te schrappen. Een protestmars, een theater, een workshop voor kinderen in een opvangtehuis en een film met een vrouw in de hoofdrol wonnen de afvalrace.

Binnen ons vergaderteam: een hele groep verschillende gezichten van verschillende ngo’s en verenigingen. Obstakels: even veel als er verschillende personen deelnamen.

 

Gelijke rechten

Allemaal willen we hetzelfde: gelijke rechten voor man en vrouw. Op arbeidsvlak, educatief vlak, gerechtelijk vlak, op alle vlakken. Vrouwen in Peru verdienen gemiddeld een vijfde minder dan mannen voor dezelfde job. Vrouwen worden geacht het huishouden te doen, gasten te bedienen. Ze worden geacht kinderen te baren en op te voeden – volgende week heb ik een afspraak in de kerk omdat ik het durfde een discussie aan te gaan over het feit dat ik geen kinderen op de wereld wil zetten.

Ze worden geacht het eten op tafel te zetten, want uit een paar vraagjes die we die achtste maart na ons theater stelden, bleek al snel dat zelfs een ei bakken geen evidentie is voor een man. Ze worden geacht mannelijke familieleden te bedienen, want zelfs een kan optillen om een glas chicha morada in te schenken blijkt moeilijk voor het mannelijk geslacht. De ongelijkheid merken we overal. In zoveel kleine dingen, grotere dingen, zoveel dingen van het dagelijks leven.

We willen dat het patriarchaat valt, en die kreet hebben we dan ook luidkeels laten horen, die achtste maart. Daar staan we allemaal achter. Maar al willen we allemaal dezelfde rechten voor man en vrouw, dat betekent niet dat we ook allemaal dezelfde rechten willen.

 

Wel of geen feministe

Verschillende deelnemers aan ons collectief 8 maart zijn erg gelovig. Abortus? No way. Groot struikelblok, grote discussie. Abortus schrappen we maar even uit ons actieplan voor de achtste maart, al werkt het merendeel van ons team voor de abortuskliniek hier in Cajamarca.

Iemand anders springt op bij het horen van het woord feministe. Ik ben geen feministe, klinkt het. Feminisme blijft een negatieve bijklank hebben in veel kringen.

Tweede hoog oplaaiende discussie. Wat feminist ook wel of niet betekent, hoe lang we ook discussiëren, de term blijft een groot struikelblok. We veranderen de zin ‘feminista quiero ser’ (feministe wil ik zijn’) uit de fantastische feministische versie van het revolutionaire lied Bella Ciao, naar ‘igualdad quiero lograr’ (‘gelijkheid willen we bereiken’).

We discussiëren over de mannelijkheid en vrouwelijkheid van woorden, over wanneer we todas of todos gebruiken, wanneer we de mannen erbij betrekken en wanneer niet. We discussiëren zelfs over wie er wel of niet mee mag lopen in onze mars.

Acht maart valt namelijk net na carnaval. En carnaval is groot hier. Cajamarca is het Río de Janeiro van Peru, en de hele stad leeft een jaar lang naar carnaval toe. Ongelooflijk leuk – en eerlijk, carnaval was een fantastische ervaring – maar iets minder leuk als je een stad probeert warm te maken voor acties de vrijdag net daarna. Acties die volledig verdronken in de carnavalsactiviteiten die Cajamarca tot en met woensdag in hun ban hielden.

Daarnaast vormde carnaval de grote oorzaak voor de discussie over wie wel of niet mee mocht lopen in de protestmars. Eén lid van ons collectief heeft namelijk meegedaan aan de strijd om de titel Koningin van Carnaval, een soort missverkiezing. Iets wat op zich al reden was tot discussie, want hoe vrouwvriendelijk is een missverkiezing? En dan kwam haar voorstel: de reinas mee laten lopen in onze protestmars om zo meer publiciteit te krijgen. Maar de vraag of een miss mocht deelnemen aan een protestmars voor gelijke rechten voor vrouwen, deed de discussie nog hoger oplaaien. Een hele vergadering lang werd er gepraat over wie wel of niet mee mocht lopen in onze mars.

Eerlijk – ik kon soms mijn oren niet geloven. Zoveel verdeeldheid, terwijl we allemaal eigenlijk hetzelfde willen. We spendeerden uren en uren discussiërend, en hoewel ik hou van de discussies en ik het interessant vind de verschillende meningen te horen, leken we onze eenheid steeds meer kwijt te raken.

Ons mooie vrouwenverbond dreigde tijdens iedere vergadering uiteen te vallen en opgesplitst te worden. Net wanneer eenheid zo belangrijk is. Net wanneer we als vrouwen samen een front moeten vormen. En zoals zo vaak merkte ik tijdens die eindeloze discussies, dat ook vrouwen deel uitmaken van het machismo. Dat een fundamentele wijziging nodig is binnen de opvoeding en educatie van zowel mannen als vrouwen. Het probleem zit dieper geworteld dan we denken.

 

Ingeperkte feministische kreten

Daarnaast kwamen we er een dag voor onze protestmars achter dat er diezelfde dag eveneens een vreedzame (en stille!) mars georganiseerd werd door verschillende gouvernementele organisaties. Géén protestmars, dat werd ons maar heel goed duidelijk gemaakt. Na nog eens een lang overleg, mochten we toch aansluiten. Achteraan, want wij gingen wél kabaal maken. En we moesten onze feministische kreten inperken. Alweer die verdeeldheid, die angst voor echt protest.

Maar ondanks dat alles, was de mars een succes. Een dag voordien werden we onverwachts uitgenodigd voor zowel een radio-interview als een interview op de plaatselijke televisiezender. Waar ze – surprise surprise – een journalist voor kozen die gekend staat om zijn machistische uitspraken. We stuurden onze mondigste jongere er op af, en mister macho werd onder tafel gepraat. Zo hard, dat hij vergat de genodigden te bedanken voor hun komst en zomaar een gascentrale van Cajamarca begon te vernoemen om de overschakeling naar de reclame in te leiden. Heel rare gewoonte hier trouwens. Journalisten die deel uit maken van opkomende advertenties. Maar goed.

Een dag later merkten we waarom we onze feministische kreten in de mars moesten inperken: vooral politieagenten waren oververtegenwoordigd in de vreedzame pasacalle. Iets wat bij velen logischerwijs kwaad bloed zette. Wie neemt immers zijn verantwoordelijkheid niet op bij alle vrouwenmoorden die gebeuren? Wie zien wij vreedzaam toekijken wanneer iemand tijdens de carnavalsvieringen wordt lastiggevallen?

Achter de vreedzame staatsorganisaties leken wij een bende woestelingen, met trommels, met verschillende megafoons, met boxen, met alles wat maar lawaai kon maken.  Een paar bedeesde maar goedkeurende glimlachjes van vrouwen vooraan gaven ons nog meer kracht.

We stonden er vrijdag, hoe klein onze groep kabaalmakers achteraan ook was. We schreeuwden, we zongen, we sloegen onze trommels letterlijk kapot en we trokken aandacht. We werden zelfs uitgenodigd om te spreken in een zaal van het politiekantoor, samen met verschillende andere organisaties. Al leek het meer een verplichting om ons ook uit te nodigen, want waar iedere spreker al het nodige respect kreeg, werden wij eerst verkeerd aangekondigd, om vervolgens minstens vier keer onderbroken te worden door geklungel met de muziekinstallatie. Een probleem dat bij geen enkele andere organisatie leek voor te komen. Over gelijke kansen gesproken.

 

Bloemen en feminicide

Maar het zijn juist die acties, die ons harder hebben doen vechten. De kreten kwamen vanzelf, de term feminisme is meermaals gevallen en er zijn die dag wonder boven wonder geen discussies ontstaan. We deelden ervaringen, hielden elkaar vast, we waren één, hoe verdeeld we voordien ook waren. Tijdens de theatervoorstelling werd net dat beetje harder gesproken, en ook de workshop in het opvangcentrum was een groot succes.

En eerlijk, ik heb in protestmarsen van duizenden mensen gelopen, 75.000 als de klimaatmars in België meetelt, maar onze eigen kleine mars voelde ergens zo veel belangrijker. Juist omdat we zo veel tegengewerkt werden. Misschien ook juist omdat we maar met een klein aantal waren, en onze stem zoveel luider moesten laten klinken. Misschien omdat ik de kracht voelde van de vrouw die naast me liep, die recent haar dochter heeft verloren (nota bene in de politieschool) en wanhopig en tevergeefs zoekt naar gerechtigheid.

Misschien omdat we wekenlang werkten aan bloemen – gemaakt van gerecycleerd materiaal! – om uit te delen als respons op de boeketten bloemen die vrouwen ontvangen op 8 maart, en we daar donderdagavond de hele avond met veel moeite recente data van feminicides aan hingen, om de volgende ochtend tot de gruwelijke ontdekking te komen dat die data nu al niet meer up to date zijn.

Misschien omdat een vriend van mij deze week een artikel deelde dat stelde dat bijna de helft van de Peruaanse bevolking vindt dat het de schuld van de vrouw is als zij alleen naar een feest gaat en daar wordt aangerand. Misschien omdat ik de reactie las van een kennis van hem, die schreef dat iedereen verantwoordelijk is voor wat hem of haar overkomt op een feest. Misschien omdat ik – net zoals iedere vrouw die ik ken – ook in genoeg benarde situaties beland ben op feestjes. Misschien omdat ik nooit, maar dan ook nooit, zal kunnen begrijpen hoe we een slachtoffer de schuld kunnen geven boven de daadwerkelijke aanrander. Misschien omdat die reactie het bloed van onder mijn nagels haalde, en me kreten deed uitschreeuwen nog voor ik in de protestmars was.

 

Gesteriliseerde vrouwen vechten

In ieder geval, we grepen onze trommels en we schreeuwden ons schor. En bij elke geschokte blik rond ons, schreeuwden we harder.

Voor alle 149 Peruaanse vrouwen die in 2018 vermoord werden, voor de 27 Peruaanse vrouwen die Nieuwjaarsdag nog vierden, niet wetend dat het hun laatste zou zijn. Voor alle meisjes die nooit meer naar huis terugkeerden, voor alle vrouwen die ’s avonds met de sleutels in hun hand over straat rennen, voor alle meisjes die worden betast op het openbaar vervoer, die worden nageroepen op straat, die elkaar iets laten weten als ze veilig thuis zijn gekomen. Voor de zestien vrouwen die dagelijks slachtoffer zijn van seksueel geweld in Peru. Voor de honderdduizenden vrouwen die verplicht gesteriliseerd werden onder het bewind van Fujimori.

Ook zij vochten deze 8 maart voor hun rechten. Voor het eerst werd er in Tambo, in Bambamarca, een district van Cajamarca, ook geprotesteerd op 8 maart. Een groep van gesteriliseerde vrouwen trok met hun borden en kreten de straat op. Ongezien in de gemeenschap Tambo. Op video’s lachen de vrouwen van oor tot oor.

Toen doña Dora Lisa, één van die vrouwen, maandag ons kantoor binnen kwam, stond diezelfde grijns nog steeds op haar gezicht. “Je had er bij moeten zijn señorita”, glundert ze, “we zijn allemaal samen onze rechten aan het verdedigen! Ze denken dat wij niks zijn, maar ze kennen ons niet! En wat ze ook zeggen, ik blijf strijden, zoals ik al altijd heb gedaan, en nu zijn we met nóg meer! En volgend jaar, dan zijn we met nóg zo veel meer! Dan moet je ook komen, señorita.”

Haar blijdschap is aanstekelijk. Ze vertelt over de verschrikkelijke pijn die ze heeft moeten doorstaan toen ze verplicht gesteriliseerd werd, net als 99 andere vrouwen uit haar gemeenschap. Dat zijn meestal vrouwen die niet kunnen lezen of schrijven en waar weinig verzet van verwacht wordt, “maar dan hebben ze niet op mij gerekend!”, glundert Dora Lisa.

Dit. Dit hebben we nodig. Sterke vrouwen als Dora Lisa. Die kleine conservatieve gemeenschappen op hun kop zetten en straten overspoelen met kreten en borden, die een debat openen over hoe zij zélf vooruitgang kunnen boeken, en hoe ze hun eisen aan de staat in werkelijkheid omzetten.

 

Veel sterke vrouwen

En gelukkig zijn er ook veel sterke vrouwen zoals Dora Lisa. Om de dag af te sluiten op 8 maart, speelden we een film in Cajamarca. Geen film waarin de vrouw een slachtofferrol aanneemt, wel één van een sterke vrouw met ballen aan haar lijf. (Nu ik dit neerpen krijg ik voor het eerst serieuze twijfels bij deze uitdrukking. Ballen aan haar lijf? Betekent dat dat alleen mensen met ballen, mannen dus, moedig en krachtig zijn? Nog een uitdrukking om vanaf nu te schrappen uit mijn woordenboek.)

We kozen voor een film die ons kracht zou geven, want het einde van de dag betekent nog lang niet het einde van onze strijd. ‘Million dollar baby’. De film werd geprojecteerd door een club die elke vrijdag films afspeelt, waardoor de film helaas werd voorgesteld door iemand die begint en eindigt met een ‘Feliz día de la mujer’. Door iemand die helaas anti-abortus is, pro-mijnbouw en eigenlijk ons tegenbeeld is. En een paar verongelijkte blikken van ons collectief terugkrijgt op zijn gelukswensen.

Maar zijn woorden maken de film niet minder krachtig. Wanneer de film, net als de Internationale Vrouwendag, rond middernacht eindigt, zitten we allemaal in tranen. Het benefietconcert waar we nog naartoe zouden gaan wordt geschrapt, en arm in arm lopen we verzonken in gedachten rond de plaza. De dag gaf ons veel om over na te denken. Wanneer we onze monden terug kunnen openen, spreken we af om vaker actie te ondernemen, veel vaker.

Eén Internationale Vrouwendag per jaar is niet voldoende, lang niet. Het is tijd dat we, net zoals we woensdag symbolisch de verlichamelijking van carnaval in Cajamarca hebben begraven en de grond in lieten zakken, dat nu met het patriarchaat en het machismo doen.

Dit artikel schreef ik op 9 maart. Inmiddels is ook het aantal van 27 vrouwenmoorden niet meer up-to-date. Vandaag, op 20 maart, zijn dat al 31 moorden. Gisteren nog werd in Puno opnieuw een lichaam van een vrouw gevonden, naakt. In heel Latijns-Amerika werden er alleen in januari al 280 vrouwen vermoord. Cijfers die elk jaar meer lijken te stijgen, in plaats van te dalen. We hebben nog een lange strijd te gaan.

Voor hen die geen stem meer hebben: meer en meer Peruaanse vrouwen strijden voor hun rechten

Voor hen die geen stem meer hebben: meer en meer Peruaanse vrouwen strijden voor hun rechten

Maxime Degroote, 4 april 2018

Dat het op acht maart Internationale Vrouwendag is, daar kun je niet omheen hier in Peru. De felicitatieberichtjes stromen binnen bij het opstaan, gelukwensen worden gedeeld met moeders, zussen, vriendinnen. Chocolade en bloemen worden uitgedeeld op het werk, winkels promoten cadeaus voor vrouwen, vrouwen krijgen er korting. Mannen roepen je na op straat, ´Feliz día de la mujer, guapa´. Wanneer ik ´s avonds iets ga drinken met vrienden, krijgen alle vrouwen aan tafel gratis een mierzoet drankje aangeboden. Gelukkige Dag van de Vrouw.

Maar zo gelukkig is die dag niet. Dat een dag als deze nog altijd zo broodnodig blijft, zegt genoeg. Ook de cijfers van vrouwenmoorden spreken voor zich, zoals ik eerder al schreef na één van de vele vrouwenmoorden die gepleegd zijn sinds ik hier ben. Acht maart wordt gevierd, maar veel valt er niet te vieren.

En dus doet Peru wat ik Peru inmiddels al zoveel keren zien doen heb. Peru trekt de straat op. Tegen alle verkrachtingen die nog steeds gebeuren, tegen al het geweld tegen vrouwen, tegen de moorden, tegen de discriminatie, tegen het machismo, tegen het simpele nagefluit op straat. Er is hoop. Er zijn een heleboel sterke Peruaanse vrouwen die zich niet zomaar laten onderdrukken.

 

Verhalen vol moed

Met veel zijn we niet, die achtste maart. Slechts een kleine selectie ´cusqueños´ die de dag niet zomaar aan zich voorbij konden laten gaan. Maar net zoals ik de laatste maanden zoveel gedaan heb, kijk ik opnieuw vol trots, vol bewondering, vol respect naar de vrouwen die naast me lopen.

Want ik heb nog nooit zoveel sterke, prachtige, moedige vrouwen ontmoet als tijdens de afgelopen acht maanden hier in Peru. Maanden die gevuld waren met de meest verschrikkelijke verhalen van vrouwen. Na de eerste mars van Ni Una Menos, toen ik net een week of twee in Cusco woonde, stond ik te huilen op het plein toen ik hoorde over de vele vrouwenmoorden in dit land.

Sindsdien heb ik mezelf nog vele keren op diezelfde plek in tranen teruggevonden. Luisterend naar de meest verschrikkelijke verhalen, maar eveneens naar de moed in diezelfde verhalen van vrouwen die aan hun verleden wisten te ontsnappen.

Een paar weken geleden nog, stond ik op de Plaza de Armas te luisteren naar de getuigenissen van de gesteriliseerde vrouwen die de protestmars tegen de gratieverlening van ex–president Fujimori leidden en op eigen houtje helemaal naar Cusco afreisden om gerechtigheid te eisen. Voor het eerst zag ik toen hoe jong ze nog waren, besefte ik pas goed hoe recent die horror zich heeft afgespeeld.

Een vrouw van misschien dertig jaar oud nam toen het woord. Al zou ze zichzelf niet zo omschrijven. “Ik ben geen vrouw meer,” zei ze toen, “mijn vrouwelijkheid is me afgenomen. Ik heb geen kinderen en zal er nooit hebben. Ik zou even goed niet kunnen leven.”

De Plaza de Armas, gevuld met zesduizend protesteerders, was stil bij de hartbrekende getuigenissen van de vrouwen. Zelfs toen Claudia sprak, stille Claudia met haar lange vlechten, hoorde je niks. Al snapte bijna niemand wat ze vertelde in het Quechua en was ze amper hoorbaar zonder megafoon, het plein was stil. En als iemand durfde lawaai te maken, reageerde vijfduizendnegenhonderdnegenennegentig man onmiddellijk met geïrriteerde shh-geluidjes.

 

Verbannen en verlaten

Eén van die bijna 400 000 gesteriliseerde vrouwen is Inés. In 1995 werd zij onder het bewind van Fujimori tegen haar wil gesteriliseerd. Ze kan nog levendig omschrijven hoe ze die dag uren naar het ziekenhuis in Cusco reisde vanuit haar gemeenschap in Chumbivilcas. Hoe ze daar de vloer van het ziekenhuis vol vrouwen aantrof, die overgaven, bloedden, schreeuwden om hulp. Hoe ze zich wou omkeren en wegrennen, maar hoe het ziekenhuispersoneel beloofde haar te helpen en weer ´jong´ te maken.

Tot op de dag van vandaag weet ze niet precies wat de dokters vervolgens met haar gedaan hebben, maar toen ze wakker werd, had ze hechtingen in haar onderbuik en werd ze gek van de pijn. En die pijn bleef meer dan een jaar aanhouden.

Sindsdien kon Inés niet alleen geen kinderen meer krijgen, ze kon ook niet meer op het veld werken om haar familie te onderhouden. Veel vrouwen werden na hun sterilisatie zelfs verbannen door de gemeenschap doordat ze zelf hun steentje niet meer konden bijdragen en geen kinderen konden baren om het werk over te nemen. Echtgenoten verlieten hun gesteriliseerde vrouwen en vrouwen als Inés verloren hun vrouwelijkheid en voelden zich nooit meer hetzelfde.

Maar de sterke Inés bleef niet bij de pakken neerzitten. In 2012 vond ze meer en meer vrouwen uit andere provincies in dezelfde situatie. Ze begonnen zich te organiseren, en sinds 2015 vormt Inés het hoofd van de Asociación de Mujeres Víctimas de Esterilizaciones Forzadas, een organisatie waar Derechos Humanos Sin Fronteras, partnerorganisatie vanBroederlijk Delen, zich sterk voor inzet.

Inmiddels hebben 280 mannen en vrouwen zich bij Inés aangesloten en zich als gesteriliseerd laten registreren. Maar er ontbreken uiteraard nog ongelooflijk veel registraties. Huidig president Pedro Pablo Kuzcynski beloofde voordat hij verkozen werd dat hij zou helpen met die registraties en onderzoeken.

Onderzoeken zijn er echter amper geweest. Het Instituto de Defensa Legal (IDL), eveneens een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, zet zich in voor de verdediging van de gesteriliseerde mannen en vrouwen uit de organisatie van Inés. En er is nog veel werk – slechts drie of vier van de zaken zijn sinds 1995 onderzocht. De rest is gewoon gearchiveerd.

 

Naar Brussel

En dat is nog niet alles. Niet alleen kwam PPK zijn belofte over de onderzoeken niet na, daarbovenop verleende hij gratie aan de verantwoordelijke voor de sterilisaties: oud-president Alberto Fujimori. En dat was een harde klap in het gezicht van de gesteriliseerde vrouwen. In het gezicht van Inés. “PPK heeft onze laatste waardigheid weggenomen. Onze zaak moest zelfs nog onderzocht worden, en nu is Fujimori vrij. Op 24 december vrijgelaten. Op een feestdag. Zodat we niks zouden kunnen doen”, zegt ze.

Maar dan had hij niet op Inés gerekend. Inés doet wél iets. Ondanks al het onrecht dat haar nog steeds wordt aangedaan, blijft ze doorzetten. “We willen reparatie van wat ons is aangedaan, we willen onderzoeken, maar vooral gerechtigheid”, zegt Inés strijdlustig.

 

En er wordt naar haar geluisterd. Inés werd uitgenodigd om haar verhaal te doen op het Feministisch Forum in het Europees Parlement in Brussel, georganiseerd tussen 6 en 8 maart.

Een paar weken geleden stond ze overstuur voor de deur van Derechos Humanos Sin Fronteras. Of we haar alsjeblieft konden helpen met het regelen van haar paspoort, want ze snapte er niks van.

Even kregen we het allemaal benauwd. Daar ging onze Inés, die nog nooit zo ver gereisd had, met vier verschillende vluchten in haar eentje naar België. En twee dagen later weer die hele lange weg terug. Maar deze week stond ze weer voor diezelfde deur, breed lachend, de gaten in haar mond ontblotend. “Brussel is prachtig,” was het eerste wat ze zei, “en ik ben ontelbaar veel keer geïnterviewd. Iedereen wou mijn verhaal horen!”

 

Gehoord worden

En dat is voor haar het belangrijkste. Dat ze gehoord wordt. Dat de wereld weet wat zij en honderdduizenden anderen hebben moeten doorstaan. En beetje bij beetje wordt er ook echt meer geluisterd.

Niet alleen naar Inés, maar ook naar andere dappere vrouwen die hun stem laten horen. Vrouwen zoals Melchora, die net zoals Inés bleef doorzetten tot haar verhaal gehoord werd. Zij werd in 2016 uitgenodigd om te praten over haar lange strijd tegen de mijnbouw in Espinar voor het Interamerikaans Hof voor de Mensenrechten (CIDH) in Washington.

En ook naar Máxima Acuña werd geluisterd. In 2011 weigerde zij simpelweg te verhuizen uit haar huisje in Celendín, Cajamarca, toen het Newmont mijnbedrijf daar het nieuwe Congaproject wou starten. Ze werd bedreigd, haar huis werd verwoest, haar dieren werden gedood en ze werd continu in de gaten gehouden door geplaatste camera´s. Maar Máxima hield voet bij stuk en met de steun van de rest van de gemeenschap en internationale organisaties als Amnesty International, zorgde ze ervoor dat het Congaproject werd afgelast. In 2016 won ze de Goldman Environmental Prize voor haar strijd tegen de mijnbouw.

 

Grote tegenstrijdigheid

Met haar actie redde Máxima de hele gemeenschap, al betekende dat niet dat ze daarna door iedereen goed onthaald werd. Vrouwen uit diezelfde gemeenschap noemen haar onaardig, een leugenaar. “Ze is bij alle internationale vergaderingen, maar op lokale vergaderingen komt ze nooit opdagen. Ze zingt dat het dorp kracht betekent, maar deelt niks met het dorp. Alles is voor haar. Ik zou haar niet verdedigen als ze weer wordt aangevallen”, klinkt het bij twee vrouwen die ik sprak in Celendín.

Iemand anders neemt het voor haar op. “Máxima is geen leidersfiguur. Het is niet haar schuld dat ze een prijs heeft gewonnen en internationale bekendheid heeft. Ze is een vrouw zoals jij en ik, ze is niemand iets verschuldigd. Ze is eenvoudigweg een ongelooflijk sterke vrouw die op haar terrein bleef terwijl haar heel veel geld geboden werd om weg te gaan”, meent die.

De tegenstrijdigheid is groot. Dankbaarheid voor wat ze samen bereikt hebben, maar ook afgunst. Vrouwen die zich inzetten voor mensen- en vrouwenrechten, maar tegelijkertijd slecht praten over Máxima´s echtgenoot, want “zij draagt duidelijk de broek in huis, terwijl hij als man toch de baas zou moeten zijn.” Er is nog een lange weg te gaan, als zelfs voor vrouwen zelf gelijkheid nog niet vanzelfsprekend is.

 

Voor hen die geen stem meer hebben

De strijd is nog lang niet afgelopen. En dat merken we op 8 maart nog maar eens. Zoveel vrouwen waar we voor moeten vechten op de Internationale Vrouwendag. Voor de vrouw die uitgehuwelijkt en mishandeld werd, die door de overheid gevolgd wordt voor haar werk rond de vervuiling van de mijnen. Maar die nog steeds de meest goedlachse vrouw is die ik hier heb ontmoet. Voor hen die geen stem meer hebben, zoals verschillende borden tijdens de protestmars aangeven.

Voor de zoveelste keer vind ik mezelf met tranen in de ogen terug op de Plaza de Armas, luisterend naar de moedige getuigenissen. Van een meisje van amper twintig, dat een bord in haar armen klemt waarop staat: “Mijn eerste vriend sloeg me. Mijn tweede vriend heeft me net niet vermoord.”

Ze huilt wanneer ze vertelt over de gebeurtenissen uit haar korte, moeilijke leven. Een volgende vrouw vertelt hoe haar vader haar moeder vermoord heeft. En hoe ze nog steeds wacht op gerechtigheid, al is het jaren geleden gebeurd.

En terwijl ik weg loop van het plein en de verzameling sterke, moedige vrouwen, die net al huilend hun moeilijke getuigenissen gedeeld hebben, achter me laat, knipoogt een man naar me. ´Hola mamita guapa, a dónde te vas tan solita, ven conmigo´, klinkt het. Ik geef hem een woedende blik, verstop mijn gezicht in de kraag van mijn jas en loop hem snel voorbij. We zijn nog lang niet aan de laatste mars toe.