Protestmars tegen de mijnbouwprojecten in Cajabamba in september 2020. ©Maxime Degroote

Auteur: Maxime Degroote

Druk op nieuwe mijnbouwsites in Peru opgevoerd door pandemie

In Peru wordt er op nieuwe mijnbouwprojecten gerekend om de economische crisis, veroorzaakt door de meer dan drie maanden durende quarantaine naar aanleiding van COVID-19, het hoofd te bieden. Zelfs de activering van mijnbouwprojecten Tía María en Conga, die beide al ernstige sociale conflicten veroorzaakten, wordt opnieuw geëvalueerd.

Op 16 maart 2020 ging Peru in quarantaine om de verdere verspreiding van COVID-19 in het land tegen te gaan. Hierbij ging het hele land dicht en werd vrij verkeer verboden. Op 17 maart werden mijnbouwactiviteiten echter al opgenomen in de lijst van activiteiten die als essentieel worden beschouwd tijdens de noodtoestand. En inmiddels is bekend gemaakt dat er eveneens op mijnbouw gerekend wordt om de onvermijdelijke economische cisis, veroorzaakt door de quarantaine, het hoofd te bieden.

 

Preventie- en responsmaatregelen

Hoewel mijnbouwactiviteiten in het begin van de quarantaine naar aanleiding van de COVID-19-pandemie onmiddellijk in de lijst van essentiële activiteiten werden opgenomen, werden er eveneens preventie- en responsmaatregelen tegen COVID-19 opgesteld die de bedrijven dienden te implementeren. Deze betroffen onder andere de afbouw van personeelsbezetting ter plaatse. Mijnbouwbedrijven evacueerden 75% van de werknemers in de belangrijkste mijnbouwsites, en hielden 25% voor hun kritieke operaties; zich houdend aan de overheidsvoorschriften.

Op de vraag of de mijnbouwbedrijven op die manier niet werden bevoordeeld gedurende de nationale quarantaine, reageerde president Martín Vizcarra openlijk dat de Peruaanse regering geen druk zou aanvaarden van een groep die een bepaald belang heeft in de samenleving.

De door de overheid verleende toestemming voor de mijnbouwsector om gedeeltelijk te blijven werken tijdens de nationale quarantaine heeft echter de besmetting veroorzaakt van zo´n 1000 arbeiders (cijfers van 25 juni), voornamelijk van mijnbouweenheden in productie, in exploratie en in een mineraal opslagbedrijf (Impala Terminals). De meeste gevallen zijn van Compañía Minera Antamina S.A. en het Horizonte Mining Consortium. In Cajamarca zijn de hotels omgetoverd tot quarantaineplekken voor mijnwerkers, waar iedereen met een zo groot mogelijke boog omheen loopt.

 

Verplaatsingen mijnwerkers

Als reden dat de mijnbouwbedrijven hun gang mochten blijven gaan, werd gegeven dat de projecten in geïsoleerde gebieden doorgingen, en de regels van de quarantaine op die manier wel opgevolgd werden. Hierbij werd geen rekening gehouden met dat er nog steeds in- en uitgaand verkeer van medewerkers was.

De ontwikkeling van de mijnbouw omvat namelijk de voortdurende mobilisatie van arbeiders van en naar de mijnen, en die arbeiders leven voornamelijk in grote steden, die de belangrijkste besmettingszones zijn voor COVID-19. Bij de overdracht van personeel waren COVID-19-tests niet verplicht. In werkelijkheid reisden veel mijnwerkers zelfs dagelijks uren heen en weer.

Mijnwerkers uit verschillende bedrijven in het land legden zelf reeds een klacht neer over het gebrek aan bescherming en veiligheidsmaatregelen binnen hun werksituatie. Verschillende gepubliceerde foto´s bewezen het gebrek aan bescherming die geboden werd aan hun werknemers.

En niet alleen de arbeiders lopen risico, maar eveneens de gemeenschappen en regio´s waar tussen heen en weer gereisd wordt. Er zijn meldingen van bussen die zelfs het hele land doorkruisten, en vooral in Iquitos, waar het tussen de gemeenschappen moeilijk reizen is aangezien er enkel waterwegen zijn, is het akelig duidelijk dat het vooral heen-en-weer reizende mijnwerkers en petroleumontginners zijn die het virus onder de kwetsbare gemeenschappen verspreiden. Op 28 oktober publiceerde Red Muquí een verklaring over dat gezondheid en het welzijn van de bevolking boven economische interesses van het land moeten staan, een verklaring dat door vele andere organisaties gedeeld werd.

Quarantaine in Cajamarca. ©Edgard Bazán

Conflicten

In Cajamarca zijn verschillende conflicten ontstaan ​​als gevolg van de uitzonderlijke maatregel ten aanzien van mijnbouwactiviteiten die door de regering is vastgesteld. De bevolking van Cajamarca was al snel verontwaardigd over het feit dat voertuigen van mijnbouwbedrijven normaal in de omloop waren tijdens een noodsituatie. Zij stelden vast dat voertuigen Cajamarca binnenkwamen via de snelweg via Bambamarca, terwijl de politie en de overheid geen enkele vorm van controle uitoefenden.

Op 20 maart probeerde bijvoorbeeld een groep van 32 arbeiders van het Quellaveco-mijnbouwproject uit Moquegua Cajamarca binnen te rijden in een bus, waarbij ze de controlevoorschriften van de regionale transportdirectie negeerden. Als gevolg van sociale druk hielden het regionale ministerie van Gezondheid samen met politiepersoneel de bus tegen en isoleerden de inzittenden. De regionale officier van justitie van Cajamarca, Fredy Núñez Goicochea, heeft bij het ministerie een strafrechtelijke klacht ingediend tegen de betrokkenen bij de binnenkomst in Cajamarca, waaruit blijkt dat het politiepersoneel zou hebben gediend als escort voor de bus om zonder problemen het hele land te doorkruisen. Iets later kwam er een tweede bus van 11 passagiers, eveneens mijnbouwpersoneel uit Moquegua.

Werknemers van transportbedrijf Sagitario klaagden datzelfde bedrijf al aan omdat ze verplicht werden arbeiders van Yanacocha te vervoeren, ondanks de avondklok en het verbod op transport zonder de vereiste documenten, waardoor zij zelf gevaar liepen.

Vele gemeenschappen in het hele land namen inmiddels het heft in eigen landen om de toegangswegen te blokkeren, óók voor vervoer van mijnbouwpersoneel.

 

Economische crisis

Eén van de implicaties van de pandemie voor COVID-19, is de economische crisis. Het genereren van economische inkomsten om deze crisis het hoofd te bieden, is het perfecte excuus voor het Ministerie van Energie en Mijnen (MINEM) om te proberen de reactivering van de mijnbouwprojecten Conga en Tía María te stimuleren.

In mei gaf de minister van Energie en Mijn (Minem), Susana Vilca, aan dat de reactivering van mijnbouwprojecten Conga (Cajamarca) en Tía María (Arequipa) mogelijks aangemoedigd worden om de economische crisis als gevolg van de COVID-19-pandemie het hoofd te bieden. Beide projecten lokten in het verleden en ook nu nog ernstige sociale conflicten uit waarbij verschillende mensen het leven lieten. Beide projecten werden dan ook niet doorgevoerd, en daar lijkt nu verandering in te komen.

Conga wordt gezien als een emblematisch project. Door de vele sociale protesten omwille van het waterbevoorradingsgebied van de lokale bevolking van Cajamarca dat Conga zou gaan vervuilen, werd het uiteindelijk na een jarenlange strijd on hold gezet. De lokale gemeenschap ziet met deze geruchten haar waterbevoorrading en meren weer bedreigd worden, wat rechtstreeks impact heeft op hun levensonderhoud.

Protesten tegen het mijnbouwproject Conga in Cajamarca in 2012. ©Grufides

Versnelde uitvoering nieuwe projecten

Op vier mei 2020 werd er door woordvoerders van Yanacocha eveneens bekend gemaakt dat, om de economie in Cajamarca op te krikken, projecten Quecher Main en Antonio, die gepland staan voor 2021 en 2022, al in de komende maanden zullen worden uitgevoerd, op voorwaarde dat ze de vereiste toestemmingen te pakken krijgen.

Omwonenden meldden al dat Yanacocha hen van hun terreinen probeerde te verdrijven, dat binnen de reikwijdte van het toekomstige project Antonio ligt, met behulp van twee graafmachines en politie.

Daniel Chaupe, zoon van sleutelfiguur Máxima Acuña uit de strijd rond het Congaproject, meldde via sociale media dat Minera Yanacocha, samen met leden van de Peruaanse Nationale Politie, op 3 mei zijn huis binnendrong. Een vertegenwoordiger van Minera Yanacocha arriveerde samen met twee leden van de Peruaanse Nationale Politie bij het huis van Máxima Acuña in Tragadero Grande, waar Daniel Chaupe op dat moment aanwezig was. De mijnwerkers identificeerden zichzelf niet en en hun bezoek ging tegen de wet in, maar volgens hen handelden ze in overeenstemming met een Buitengewone Politiedienstovereenkomst die ze zouden hebben met het Ministerie van Binnenlandse Zaken (MINTER) en de nationale politie (PNP).

Ook uit verschillende delen van Cajamarca waar nog geen mijnbouwprojecten lopen, komen meldingen binnen dat onbekenden hun gebied inspecteren, op zoek naar mogelijke nieuwe locaties voor projecten. De autoriteiten van Magdalena en Chetilla en sociale organisaties van Casadén en Succhabamba kwamen overeen om waakzaamheidsgroepen te vormen om mijnbouwactiviteiten te vermijden, en gaven aan dat ze poorten zullen plaatsen om de toegang van voertuigen en mensen te controleren.

 

Aanzien mijnbouwbedrijven

Ondertussen groeit het aanzien van mijnbouwbedrijven tijdens de COVID-19-pandemie, niet alleen omdat ze volgens de regering het land van een economische ondergang zullen redden, maar ook door hun hulp tijdens de sanitaire crisis.

Verschillende mijnbouwbedrijven helpen immers met het leveren van middelen aan ziekenhuizen, zoals Minera Yanacocha in Cajamarca. De traditionele media helpen die “heldhaftige” positie van Minera Yanacocha te behouden en publiceren artikels met koppen als “Cajamarca heeft minder gevallen van COVID-19 dankzij de steun van mijnbouw en zuivelbedrijven bij de aankoop van beschermingsmateriaal en testen”.

Pedro Cruzado Puente, regionaal directeur van gezondheid in Cajamarca, benadrukt eveneens dat de steun van mijnbouwondernemingen van uiterst belang was bij de aankoop van beschermingsapparatuur, tests en de financiering van plaatsen voor gerepatrieerde Cajamarquinos om hun verplichte twee weken quarantaine door te brengen.

 

Anti-mineros

Daarnaast wordt in veel media gesproken over over hoe anti-mineros gebruik maken van de pandemie om mijnbouw te stoppen en hoe ze de economische ontwikkeling van Peru willen tegenhouden. Sociale organisaties en milieuactivisten worden op die manier in een heel slecht daglicht gezet, om op die manier toch maar de aandacht te kunnen blijven vestigen op de welvaart die onder andere de reactivering van verschillende mijnbouwprojecten volgens hen het land zullen brengen.

De negatieve aspecten van die reactivering worden in de traditionele media amper aangehaald, en ook ernstige ongelukken en lekken veroorzaakt door mijnbouwbedrijven tijdens de quarantaine, zoals in april op de weg van Cajamarca naar Bambamarca, waar door een ongeluk van een vrachtwagen bijna 20 000 liter petroleum gelekt werd vlakbij de rivier Chancay, en ernstige luchtvervuiling veroorzaakt door Las Bambas, lijken amper in de media te worden opgenomen.

 

Reactivering

Inmiddels is in veel delen van het land de quarantaine voorbij. En uiteraard vielen mijnbouwbedrijven binnen fase 1 van het heropstarten van de activiteiten. Reeds op elf mei, nog steeds middenin de nationale strikte quarantaine, werden er regels bekend gemaakt waar mijnbouwbedrijven aan moeten voldoen om langzaamaan terug op volle capaciteit te draaien. En die activiteiten zijn nu in werking gezet.

Het is afwachten wanneer de nieuwe mijnbouwprojecten waar over gesproken wordt effectief beginnen te opereren. Maar de druk is groot, en de vele recente publicaties van bijvoorbeeld Newmont en Yanacocha om te laten zien hoe goed deze nieuwe projecten de lokale gemeenschappen zullen doen, beloven niet veel goeds. Het lijkt erop dat Peru na deze crisis een nog groter mijnbouwland zal zijn dan het al is, met alle sociaal-ecologische gevolgen van dien.


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.