Colombia

COLOMBIA

REGIO

De Colombiaanse ondergrond is rijk aan natuurlijke grondstoffen. Het land bevat niet enkel de grootste steenkoolreserves van Latijns-Amerika ; daarnaast bezit het aanzienlijke hoeveelheden aan goud, nikkel, koper, zilver, platina en edelstenen. Bij zijn aantreden in 2010, noemde president Santos de mijnbouw dan ook één van de vijf locomotieven achter de groei van Colombia.

Op economisch vlak doet Colombia het goed na meer dan een halve eeuw gewapend conflict tussen de staat en de rebellenbewegingen (waaronder de FARC). Het land is één van de snelst groeiende economieën van Latijns-Amerika. Dat de economie zo snel groeit, heeft naast die natuurlijke rijkdommen veel te maken met het economisch beleid van de overheid. Het Nationaal Ontwikkelingsplan 2014-2018 van president Santos focust op vijf ‘locomotieven’: infrastructuur, huisvesting, mijnbouw en energie, agro-industrie en innovatie. Een belangrijke doelstelling van dit ontwikkelingsplan is om buitenlandse investeerders aan te trekken, die grootschalige landbouw-, mijnbouw- en energieprojecten ontwikkelen.

Helaas leidt de komst van zowel binnenlandse bedrijven als buitenlandse multinationals en de grote projecten die ze opzetten tot nieuwe conflicten op het Colombiaanse territorium. Lokale inheemse groepen en campesinos worden van hun land verdreven om plaats te maken voor diverse megaprojecten. Terwijl Colombia het tweede land ter wereld is met de meeste ‘internally displaced people’, blijft deze problematiek bestaan door het investeringsvriendelijke beleid van de overheid tegenover investeerders die megaprojecten ontwikkelen en daarvoor grote stukken grond opeisen. De Colombiaanse overheid beschouwt de royalties uit de mijnbouwsector immers als één van de belangrijkste bronnen om de post-conflict periode te financieren. Echter, de meest grondstofrijke gebieden behoren net tot de armste en meest kwetsbare regio’s van het land. Bijgevolg zijn net deze gebieden die centraal staan in de rurale ontwikkelingsplannen van de deelakkoorden, ook de gebieden waarin de overheid een zeer groot aantal mijnlicenties heeft gegeven aan multinationale ondernemingen. Dit zorgt op lokaal niveau vaak voor grote sociale onrust.

Bovendien heeft dit ontwikkelingsplan een grote impact op de biodiversiteit en de diverse ecosystemen van het land. Uit een rapport van de VN-Organisatie voor Industriële Ontwikkeling (UNIDO) blijkt dat Colombia wereldwijd één van de grootste vervuilers is wanneer het gaat om het gebruik van kwik in de artisanale mijnbouw. Jaarlijks zou er tussen de vijftig en honderd ton kwik verloren gaan tijdens het extractieproces van goud.

GESCHIEDENIS

Goud en zilver speelden een belangrijke rol doorheen de geschiedenis van Colombia. Van de lokale bevolkingsgroepen, waaronder de Muisca, Quimbaya en de Tairona wordt tot op heden nog steeds gedacht dat zij een economie hadden die deels op goud georiënteerd was. Nog vóór de Spanjaarden er toekwamen, waren er echter al gemeenschappen met “fulltime mijnbouwers”. Het meest bekende voorbeeld hiervan zou de site van Buriticá geweest zijn, in de bergen van het noordelijk gelegen Antioquia. Van daaruit werd een deel van het surplusgoud verhandeld naar de Quimbaya en de Muisca, maar het merendeel zou naar noordelijker gelegen bevolkingsgroepen verhandeld zijn geweest: richting de Dabeiba. Wanneer de Spanjaarden in 1499 voet aan wal zetten, was het ook daar waar de interesse van de kolonisator naar uit ging: goud. Cartagena werd het centrum van een economie die gecentreerd was rond goudmijnen. Zo groeide Colombia uit tot de grootste goudproducent van de negentiende eeuw. Er wordt geschat dat tussen 1537 en 1886 goud werd geproduceerd ter waarde van $639.000.000, naast een grote hoeveelheid aan zilver.

Colombia telt drie grote regio’s waar goud kan gevonden worden: de regio van de Andes, de Sierra Nevada de Santa Marta Mountains en het Hoogland van Guyana. De regio van de Andes herbergt veel van de centrumsteden van het land en kan opgedeeld worden in drie cordilleras (de centrale, oostelijke en westelijke). Veel van het goud dat geproduceerd werd in vroegere eeuwen, was afkomstig uit deze regio, en dan voornamelijk uit het Antioquia-departement.

Tot het midden van de twintigste eeuw was Colombia één van de grootste goudexporteurs ter wereld. Daarna nam de mijnbouw wat af, tot recent de belangstelling weer steeg. De afgelopen tien jaar trok Colombia een toenemend aantal buitenlandse investeerders aan. Zij konden profiteren van de mijnbouwwetgeving die werd goedgekeurd en aangemoedigd door de regeringen onder Andrés Pastrana (1998-2002) en Álvaro Uribe (2002-2010).

Naast de grote projecten, zijn ook vele individuen actief in de Colombiaanse mijnbouw. Volgens de 2011-2012 Mining Census zouden ongeveer 314.000 mensen werken in kleinschalige en middelgrote mijnbouwactiviteiten. Vele mensen beoefenen er nog de ‘artisanale mijnbouw’, waarbij dat in zijn meest rudimentaire vorm neerkomt op het handmatig scheiden van goud en zand in rivieren.  Daarnaast is er ook sprake van heel wat illegale mijnbouwactiviteit in Colombia. Dat zorgt geregeld voor criminaliteit en geweld.

De voorbije jaren maakte de mijnbouwsector een groei door. Het CETEC, een organisatie van kleine boerengemeenschappen in Cali, berekende hoe groot die groei is geweest. Daaruit blijkt dat de winsten op mijnbouw sinds 1990 vertienvoudigd zijn: van 2,5 miljard dollar naar ruim 25 miljard dollar per jaar. Tussen 2010  en 2014 verdubbelde dat bedrag nogmaals. De toename in gewonnen goud laat een gelijkaardige curve zien. In 2015 stond de mijnbouwsector garant voor 2,3% van het totale Bruto Binnenlands Product van Colombia. Voor datzelfde jaar werd berekend dat de mijnbouwsector voor 18,8% van de export zorgde en voor 17% van de directe buitenlandse investeringen in Colombia.

Sinds 2000 werden miljoenen kilo’s aan goud ontdekt in het land. Een van de grootste ontdekkingen is het ‘La Colosa’-mijnbouwproject van AngloGold Ashanti, het bedrijf dat graag zou ontginnen in de buurt van Tolima.