Gelukkige Vrouwendag in Peru? Helaas niet!

Maxime Degroote | Peru, Vrouwen

Gelukkige Vrouwendag in Peru? Helaas niet!

Waar is een Internationale Vrouwendag nog voor nodig, zeg je?

Maxime Degroote, 20 maart 2019

De Internationale Vrouwendag leek vrijdag op dezelfde manier te starten als vorig jaar. Opnieuw werd ik wakker met verschillende vrolijke gelukswensen in mijn telefoon. Feliz Día de la Mujer. Wensen die aantonen dat het nog altijd niet duidelijk is waarom er zoiets als een Internationale Vrouwendag bestaat. Maar daartussen dat ene schokkende bericht, haast opgeslokt door alle vrolijke posts er omheen. Het soort bericht dat je twee keer moet lezen en waarvoor je snel terug naar boven moet scrollen. Het bericht dat me op slag wakker maakte. Vrouw vermoord door echtgenoot. Vandaag, op 8 maart, op de Internationale Dag van de Vrouw, is vrouwenmoord nummer 27 van het jaar gepleegd. Waar is een Internationale Vrouwendag nog voor nodig, zeg je?

 

Verschillende obstakels

Al bijna een maand lang, sinds mijn eerste dag hier in Cajamarca, staan al mijn avonden in het teken van de Internationale Vrouwendag. Verschillende ngo’s en organisaties staken de koppen bij elkaar om plannen te maken voor 8 maart, en ik had het geluk net op tijd aan te komen om nog deel uit te kunnen maken van dit prachtige team vrouwen én mannen.

We zouden 8 maart vullen met activiteiten. Een hele dag lang. En strijden voor gelijkheid. De ideeën bleven stromen, en al snel moesten we beginnen te schrappen. Een protestmars, een theater, een workshop voor kinderen in een opvangtehuis en een film met een vrouw in de hoofdrol wonnen de afvalrace.

Binnen ons vergaderteam: een hele groep verschillende gezichten van verschillende ngo’s en verenigingen. Obstakels: even veel als er verschillende personen deelnamen.

 

Gelijke rechten

Allemaal willen we hetzelfde: gelijke rechten voor man en vrouw. Op arbeidsvlak, educatief vlak, gerechtelijk vlak, op alle vlakken. Vrouwen in Peru verdienen gemiddeld een vijfde minder dan mannen voor dezelfde job. Vrouwen worden geacht het huishouden te doen, gasten te bedienen. Ze worden geacht kinderen te baren en op te voeden – volgende week heb ik een afspraak in de kerk omdat ik het durfde een discussie aan te gaan over het feit dat ik geen kinderen op de wereld wil zetten.

Ze worden geacht het eten op tafel te zetten, want uit een paar vraagjes die we die achtste maart na ons theater stelden, bleek al snel dat zelfs een ei bakken geen evidentie is voor een man. Ze worden geacht mannelijke familieleden te bedienen, want zelfs een kan optillen om een glas chicha morada in te schenken blijkt moeilijk voor het mannelijk geslacht. De ongelijkheid merken we overal. In zoveel kleine dingen, grotere dingen, zoveel dingen van het dagelijks leven.

We willen dat het patriarchaat valt, en die kreet hebben we dan ook luidkeels laten horen, die achtste maart. Daar staan we allemaal achter. Maar al willen we allemaal dezelfde rechten voor man en vrouw, dat betekent niet dat we ook allemaal dezelfde rechten willen.

 

Wel of geen feministe

Verschillende deelnemers aan ons collectief 8 maart zijn erg gelovig. Abortus? No way. Groot struikelblok, grote discussie. Abortus schrappen we maar even uit ons actieplan voor de achtste maart, al werkt het merendeel van ons team voor de abortuskliniek hier in Cajamarca.

Iemand anders springt op bij het horen van het woord feministe. Ik ben geen feministe, klinkt het. Feminisme blijft een negatieve bijklank hebben in veel kringen.

Tweede hoog oplaaiende discussie. Wat feminist ook wel of niet betekent, hoe lang we ook discussiëren, de term blijft een groot struikelblok. We veranderen de zin ‘feminista quiero ser’ (feministe wil ik zijn’) uit de fantastische feministische versie van het revolutionaire lied Bella Ciao, naar ‘igualdad quiero lograr’ (‘gelijkheid willen we bereiken’).

We discussiëren over de mannelijkheid en vrouwelijkheid van woorden, over wanneer we todas of todos gebruiken, wanneer we de mannen erbij betrekken en wanneer niet. We discussiëren zelfs over wie er wel of niet mee mag lopen in onze mars.

Acht maart valt namelijk net na carnaval. En carnaval is groot hier. Cajamarca is het Río de Janeiro van Peru, en de hele stad leeft een jaar lang naar carnaval toe. Ongelooflijk leuk – en eerlijk, carnaval was een fantastische ervaring – maar iets minder leuk als je een stad probeert warm te maken voor acties de vrijdag net daarna. Acties die volledig verdronken in de carnavalsactiviteiten die Cajamarca tot en met woensdag in hun ban hielden.

Daarnaast vormde carnaval de grote oorzaak voor de discussie over wie wel of niet mee mocht lopen in de protestmars. Eén lid van ons collectief heeft namelijk meegedaan aan de strijd om de titel Koningin van Carnaval, een soort missverkiezing. Iets wat op zich al reden was tot discussie, want hoe vrouwvriendelijk is een missverkiezing? En dan kwam haar voorstel: de reinas mee laten lopen in onze protestmars om zo meer publiciteit te krijgen. Maar de vraag of een miss mocht deelnemen aan een protestmars voor gelijke rechten voor vrouwen, deed de discussie nog hoger oplaaien. Een hele vergadering lang werd er gepraat over wie wel of niet mee mocht lopen in onze mars.

Eerlijk – ik kon soms mijn oren niet geloven. Zoveel verdeeldheid, terwijl we allemaal eigenlijk hetzelfde willen. We spendeerden uren en uren discussiërend, en hoewel ik hou van de discussies en ik het interessant vind de verschillende meningen te horen, leken we onze eenheid steeds meer kwijt te raken.

Ons mooie vrouwenverbond dreigde tijdens iedere vergadering uiteen te vallen en opgesplitst te worden. Net wanneer eenheid zo belangrijk is. Net wanneer we als vrouwen samen een front moeten vormen. En zoals zo vaak merkte ik tijdens die eindeloze discussies, dat ook vrouwen deel uitmaken van het machismo. Dat een fundamentele wijziging nodig is binnen de opvoeding en educatie van zowel mannen als vrouwen. Het probleem zit dieper geworteld dan we denken.

 

Ingeperkte feministische kreten

Daarnaast kwamen we er een dag voor onze protestmars achter dat er diezelfde dag eveneens een vreedzame (en stille!) mars georganiseerd werd door verschillende gouvernementele organisaties. Géén protestmars, dat werd ons maar heel goed duidelijk gemaakt. Na nog eens een lang overleg, mochten we toch aansluiten. Achteraan, want wij gingen wél kabaal maken. En we moesten onze feministische kreten inperken. Alweer die verdeeldheid, die angst voor echt protest.

Maar ondanks dat alles, was de mars een succes. Een dag voordien werden we onverwachts uitgenodigd voor zowel een radio-interview als een interview op de plaatselijke televisiezender. Waar ze – surprise surprise – een journalist voor kozen die gekend staat om zijn machistische uitspraken. We stuurden onze mondigste jongere er op af, en mister macho werd onder tafel gepraat. Zo hard, dat hij vergat de genodigden te bedanken voor hun komst en zomaar een gascentrale van Cajamarca begon te vernoemen om de overschakeling naar de reclame in te leiden. Heel rare gewoonte hier trouwens. Journalisten die deel uit maken van opkomende advertenties. Maar goed.

Een dag later merkten we waarom we onze feministische kreten in de mars moesten inperken: vooral politieagenten waren oververtegenwoordigd in de vreedzame pasacalle. Iets wat bij velen logischerwijs kwaad bloed zette. Wie neemt immers zijn verantwoordelijkheid niet op bij alle vrouwenmoorden die gebeuren? Wie zien wij vreedzaam toekijken wanneer iemand tijdens de carnavalsvieringen wordt lastiggevallen?

Achter de vreedzame staatsorganisaties leken wij een bende woestelingen, met trommels, met verschillende megafoons, met boxen, met alles wat maar lawaai kon maken.  Een paar bedeesde maar goedkeurende glimlachjes van vrouwen vooraan gaven ons nog meer kracht.

We stonden er vrijdag, hoe klein onze groep kabaalmakers achteraan ook was. We schreeuwden, we zongen, we sloegen onze trommels letterlijk kapot en we trokken aandacht. We werden zelfs uitgenodigd om te spreken in een zaal van het politiekantoor, samen met verschillende andere organisaties. Al leek het meer een verplichting om ons ook uit te nodigen, want waar iedere spreker al het nodige respect kreeg, werden wij eerst verkeerd aangekondigd, om vervolgens minstens vier keer onderbroken te worden door geklungel met de muziekinstallatie. Een probleem dat bij geen enkele andere organisatie leek voor te komen. Over gelijke kansen gesproken.

 

Bloemen en feminicide

Maar het zijn juist die acties, die ons harder hebben doen vechten. De kreten kwamen vanzelf, de term feminisme is meermaals gevallen en er zijn die dag wonder boven wonder geen discussies ontstaan. We deelden ervaringen, hielden elkaar vast, we waren één, hoe verdeeld we voordien ook waren. Tijdens de theatervoorstelling werd net dat beetje harder gesproken, en ook de workshop in het opvangcentrum was een groot succes.

En eerlijk, ik heb in protestmarsen van duizenden mensen gelopen, 75.000 als de klimaatmars in België meetelt, maar onze eigen kleine mars voelde ergens zo veel belangrijker. Juist omdat we zo veel tegengewerkt werden. Misschien ook juist omdat we maar met een klein aantal waren, en onze stem zoveel luider moesten laten klinken. Misschien omdat ik de kracht voelde van de vrouw die naast me liep, die recent haar dochter heeft verloren (nota bene in de politieschool) en wanhopig en tevergeefs zoekt naar gerechtigheid.

Misschien omdat we wekenlang werkten aan bloemen – gemaakt van gerecycleerd materiaal! – om uit te delen als respons op de boeketten bloemen die vrouwen ontvangen op 8 maart, en we daar donderdagavond de hele avond met veel moeite recente data van feminicides aan hingen, om de volgende ochtend tot de gruwelijke ontdekking te komen dat die data nu al niet meer up to date zijn.

Misschien omdat een vriend van mij deze week een artikel deelde dat stelde dat bijna de helft van de Peruaanse bevolking vindt dat het de schuld van de vrouw is als zij alleen naar een feest gaat en daar wordt aangerand. Misschien omdat ik de reactie las van een kennis van hem, die schreef dat iedereen verantwoordelijk is voor wat hem of haar overkomt op een feest. Misschien omdat ik – net zoals iedere vrouw die ik ken – ook in genoeg benarde situaties beland ben op feestjes. Misschien omdat ik nooit, maar dan ook nooit, zal kunnen begrijpen hoe we een slachtoffer de schuld kunnen geven boven de daadwerkelijke aanrander. Misschien omdat die reactie het bloed van onder mijn nagels haalde, en me kreten deed uitschreeuwen nog voor ik in de protestmars was.

 

Gesteriliseerde vrouwen vechten

In ieder geval, we grepen onze trommels en we schreeuwden ons schor. En bij elke geschokte blik rond ons, schreeuwden we harder.

Voor alle 149 Peruaanse vrouwen die in 2018 vermoord werden, voor de 27 Peruaanse vrouwen die Nieuwjaarsdag nog vierden, niet wetend dat het hun laatste zou zijn. Voor alle meisjes die nooit meer naar huis terugkeerden, voor alle vrouwen die ’s avonds met de sleutels in hun hand over straat rennen, voor alle meisjes die worden betast op het openbaar vervoer, die worden nageroepen op straat, die elkaar iets laten weten als ze veilig thuis zijn gekomen. Voor de zestien vrouwen die dagelijks slachtoffer zijn van seksueel geweld in Peru. Voor de honderdduizenden vrouwen die verplicht gesteriliseerd werden onder het bewind van Fujimori.

Ook zij vochten deze 8 maart voor hun rechten. Voor het eerst werd er in Tambo, in Bambamarca, een district van Cajamarca, ook geprotesteerd op 8 maart. Een groep van gesteriliseerde vrouwen trok met hun borden en kreten de straat op. Ongezien in de gemeenschap Tambo. Op video’s lachen de vrouwen van oor tot oor.

Toen doña Dora Lisa, één van die vrouwen, maandag ons kantoor binnen kwam, stond diezelfde grijns nog steeds op haar gezicht. “Je had er bij moeten zijn señorita”, glundert ze, “we zijn allemaal samen onze rechten aan het verdedigen! Ze denken dat wij niks zijn, maar ze kennen ons niet! En wat ze ook zeggen, ik blijf strijden, zoals ik al altijd heb gedaan, en nu zijn we met nóg meer! En volgend jaar, dan zijn we met nóg zo veel meer! Dan moet je ook komen, señorita.”

Haar blijdschap is aanstekelijk. Ze vertelt over de verschrikkelijke pijn die ze heeft moeten doorstaan toen ze verplicht gesteriliseerd werd, net als 99 andere vrouwen uit haar gemeenschap. Dat zijn meestal vrouwen die niet kunnen lezen of schrijven en waar weinig verzet van verwacht wordt, “maar dan hebben ze niet op mij gerekend!”, glundert Dora Lisa.

Dit. Dit hebben we nodig. Sterke vrouwen als Dora Lisa. Die kleine conservatieve gemeenschappen op hun kop zetten en straten overspoelen met kreten en borden, die een debat openen over hoe zij zélf vooruitgang kunnen boeken, en hoe ze hun eisen aan de staat in werkelijkheid omzetten.

 

Veel sterke vrouwen

En gelukkig zijn er ook veel sterke vrouwen zoals Dora Lisa. Om de dag af te sluiten op 8 maart, speelden we een film in Cajamarca. Geen film waarin de vrouw een slachtofferrol aanneemt, wel één van een sterke vrouw met ballen aan haar lijf. (Nu ik dit neerpen krijg ik voor het eerst serieuze twijfels bij deze uitdrukking. Ballen aan haar lijf? Betekent dat dat alleen mensen met ballen, mannen dus, moedig en krachtig zijn? Nog een uitdrukking om vanaf nu te schrappen uit mijn woordenboek.)

We kozen voor een film die ons kracht zou geven, want het einde van de dag betekent nog lang niet het einde van onze strijd. ‘Million dollar baby’. De film werd geprojecteerd door een club die elke vrijdag films afspeelt, waardoor de film helaas werd voorgesteld door iemand die begint en eindigt met een ‘Feliz día de la mujer’. Door iemand die helaas anti-abortus is, pro-mijnbouw en eigenlijk ons tegenbeeld is. En een paar verongelijkte blikken van ons collectief terugkrijgt op zijn gelukswensen.

Maar zijn woorden maken de film niet minder krachtig. Wanneer de film, net als de Internationale Vrouwendag, rond middernacht eindigt, zitten we allemaal in tranen. Het benefietconcert waar we nog naartoe zouden gaan wordt geschrapt, en arm in arm lopen we verzonken in gedachten rond de plaza. De dag gaf ons veel om over na te denken. Wanneer we onze monden terug kunnen openen, spreken we af om vaker actie te ondernemen, veel vaker.

Eén Internationale Vrouwendag per jaar is niet voldoende, lang niet. Het is tijd dat we, net zoals we woensdag symbolisch de verlichamelijking van carnaval in Cajamarca hebben begraven en de grond in lieten zakken, dat nu met het patriarchaat en het machismo doen.

Dit artikel schreef ik op 9 maart. Inmiddels is ook het aantal van 27 vrouwenmoorden niet meer up-to-date. Vandaag, op 20 maart, zijn dat al 31 moorden. Gisteren nog werd in Puno opnieuw een lichaam van een vrouw gevonden, naakt. In heel Latijns-Amerika werden er alleen in januari al 280 vrouwen vermoord. Cijfers die elk jaar meer lijken te stijgen, in plaats van te dalen. We hebben nog een lange strijd te gaan.

Voor hen die geen stem meer hebben: meer en meer Peruaanse vrouwen strijden voor hun rechten

Maxime Degroote | Peru, Vrouwen

Voor hen die geen stem meer hebben: meer en meer Peruaanse vrouwen strijden voor hun rechten

Maxime Degroote, 4 april 2018

Dat het op acht maart Internationale Vrouwendag is, daar kun je niet omheen hier in Peru. De felicitatieberichtjes stromen binnen bij het opstaan, gelukwensen worden gedeeld met moeders, zussen, vriendinnen. Chocolade en bloemen worden uitgedeeld op het werk, winkels promoten cadeaus voor vrouwen, vrouwen krijgen er korting. Mannen roepen je na op straat, ´Feliz día de la mujer, guapa´. Wanneer ik ´s avonds iets ga drinken met vrienden, krijgen alle vrouwen aan tafel gratis een mierzoet drankje aangeboden. Gelukkige Dag van de Vrouw.

Maar zo gelukkig is die dag niet. Dat een dag als deze nog altijd zo broodnodig blijft, zegt genoeg. Ook de cijfers van vrouwenmoorden spreken voor zich, zoals ik eerder al schreef na één van de vele vrouwenmoorden die gepleegd zijn sinds ik hier ben. Acht maart wordt gevierd, maar veel valt er niet te vieren.

En dus doet Peru wat ik Peru inmiddels al zoveel keren zien doen heb. Peru trekt de straat op. Tegen alle verkrachtingen die nog steeds gebeuren, tegen al het geweld tegen vrouwen, tegen de moorden, tegen de discriminatie, tegen het machismo, tegen het simpele nagefluit op straat. Er is hoop. Er zijn een heleboel sterke Peruaanse vrouwen die zich niet zomaar laten onderdrukken.

 

Verhalen vol moed

Met veel zijn we niet, die achtste maart. Slechts een kleine selectie ´cusqueños´ die de dag niet zomaar aan zich voorbij konden laten gaan. Maar net zoals ik de laatste maanden zoveel gedaan heb, kijk ik opnieuw vol trots, vol bewondering, vol respect naar de vrouwen die naast me lopen.

Want ik heb nog nooit zoveel sterke, prachtige, moedige vrouwen ontmoet als tijdens de afgelopen acht maanden hier in Peru. Maanden die gevuld waren met de meest verschrikkelijke verhalen van vrouwen. Na de eerste mars van Ni Una Menos, toen ik net een week of twee in Cusco woonde, stond ik te huilen op het plein toen ik hoorde over de vele vrouwenmoorden in dit land.

Sindsdien heb ik mezelf nog vele keren op diezelfde plek in tranen teruggevonden. Luisterend naar de meest verschrikkelijke verhalen, maar eveneens naar de moed in diezelfde verhalen van vrouwen die aan hun verleden wisten te ontsnappen.

Een paar weken geleden nog, stond ik op de Plaza de Armas te luisteren naar de getuigenissen van de gesteriliseerde vrouwen die de protestmars tegen de gratieverlening van ex–president Fujimori leidden en op eigen houtje helemaal naar Cusco afreisden om gerechtigheid te eisen. Voor het eerst zag ik toen hoe jong ze nog waren, besefte ik pas goed hoe recent die horror zich heeft afgespeeld.

Een vrouw van misschien dertig jaar oud nam toen het woord. Al zou ze zichzelf niet zo omschrijven. “Ik ben geen vrouw meer,” zei ze toen, “mijn vrouwelijkheid is me afgenomen. Ik heb geen kinderen en zal er nooit hebben. Ik zou even goed niet kunnen leven.”

De Plaza de Armas, gevuld met zesduizend protesteerders, was stil bij de hartbrekende getuigenissen van de vrouwen. Zelfs toen Claudia sprak, stille Claudia met haar lange vlechten, hoorde je niks. Al snapte bijna niemand wat ze vertelde in het Quechua en was ze amper hoorbaar zonder megafoon, het plein was stil. En als iemand durfde lawaai te maken, reageerde vijfduizendnegenhonderdnegenennegentig man onmiddellijk met geïrriteerde shh-geluidjes.

 

Verbannen en verlaten

Eén van die bijna 400 000 gesteriliseerde vrouwen is Inés. In 1995 werd zij onder het bewind van Fujimori tegen haar wil gesteriliseerd. Ze kan nog levendig omschrijven hoe ze die dag uren naar het ziekenhuis in Cusco reisde vanuit haar gemeenschap in Chumbivilcas. Hoe ze daar de vloer van het ziekenhuis vol vrouwen aantrof, die overgaven, bloedden, schreeuwden om hulp. Hoe ze zich wou omkeren en wegrennen, maar hoe het ziekenhuispersoneel beloofde haar te helpen en weer ´jong´ te maken.

Tot op de dag van vandaag weet ze niet precies wat de dokters vervolgens met haar gedaan hebben, maar toen ze wakker werd, had ze hechtingen in haar onderbuik en werd ze gek van de pijn. En die pijn bleef meer dan een jaar aanhouden.

Sindsdien kon Inés niet alleen geen kinderen meer krijgen, ze kon ook niet meer op het veld werken om haar familie te onderhouden. Veel vrouwen werden na hun sterilisatie zelfs verbannen door de gemeenschap doordat ze zelf hun steentje niet meer konden bijdragen en geen kinderen konden baren om het werk over te nemen. Echtgenoten verlieten hun gesteriliseerde vrouwen en vrouwen als Inés verloren hun vrouwelijkheid en voelden zich nooit meer hetzelfde.

Maar de sterke Inés bleef niet bij de pakken neerzitten. In 2012 vond ze meer en meer vrouwen uit andere provincies in dezelfde situatie. Ze begonnen zich te organiseren, en sinds 2015 vormt Inés het hoofd van de Asociación de Mujeres Víctimas de Esterilizaciones Forzadas, een organisatie waar Derechos Humanos Sin Fronteras, partnerorganisatie vanBroederlijk Delen, zich sterk voor inzet.

Inmiddels hebben 280 mannen en vrouwen zich bij Inés aangesloten en zich als gesteriliseerd laten registreren. Maar er ontbreken uiteraard nog ongelooflijk veel registraties. Huidig president Pedro Pablo Kuzcynski beloofde voordat hij verkozen werd dat hij zou helpen met die registraties en onderzoeken.

Onderzoeken zijn er echter amper geweest. Het Instituto de Defensa Legal (IDL), eveneens een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, zet zich in voor de verdediging van de gesteriliseerde mannen en vrouwen uit de organisatie van Inés. En er is nog veel werk – slechts drie of vier van de zaken zijn sinds 1995 onderzocht. De rest is gewoon gearchiveerd.

 

Naar Brussel

En dat is nog niet alles. Niet alleen kwam PPK zijn belofte over de onderzoeken niet na, daarbovenop verleende hij gratie aan de verantwoordelijke voor de sterilisaties: oud-president Alberto Fujimori. En dat was een harde klap in het gezicht van de gesteriliseerde vrouwen. In het gezicht van Inés. “PPK heeft onze laatste waardigheid weggenomen. Onze zaak moest zelfs nog onderzocht worden, en nu is Fujimori vrij. Op 24 december vrijgelaten. Op een feestdag. Zodat we niks zouden kunnen doen”, zegt ze.

Maar dan had hij niet op Inés gerekend. Inés doet wél iets. Ondanks al het onrecht dat haar nog steeds wordt aangedaan, blijft ze doorzetten. “We willen reparatie van wat ons is aangedaan, we willen onderzoeken, maar vooral gerechtigheid”, zegt Inés strijdlustig.

 

En er wordt naar haar geluisterd. Inés werd uitgenodigd om haar verhaal te doen op het Feministisch Forum in het Europees Parlement in Brussel, georganiseerd tussen 6 en 8 maart.

Een paar weken geleden stond ze overstuur voor de deur van Derechos Humanos Sin Fronteras. Of we haar alsjeblieft konden helpen met het regelen van haar paspoort, want ze snapte er niks van.

Even kregen we het allemaal benauwd. Daar ging onze Inés, die nog nooit zo ver gereisd had, met vier verschillende vluchten in haar eentje naar België. En twee dagen later weer die hele lange weg terug. Maar deze week stond ze weer voor diezelfde deur, breed lachend, de gaten in haar mond ontblotend. “Brussel is prachtig,” was het eerste wat ze zei, “en ik ben ontelbaar veel keer geïnterviewd. Iedereen wou mijn verhaal horen!”

 

Gehoord worden

En dat is voor haar het belangrijkste. Dat ze gehoord wordt. Dat de wereld weet wat zij en honderdduizenden anderen hebben moeten doorstaan. En beetje bij beetje wordt er ook echt meer geluisterd.

Niet alleen naar Inés, maar ook naar andere dappere vrouwen die hun stem laten horen. Vrouwen zoals Melchora, die net zoals Inés bleef doorzetten tot haar verhaal gehoord werd. Zij werd in 2016 uitgenodigd om te praten over haar lange strijd tegen de mijnbouw in Espinar voor het Interamerikaans Hof voor de Mensenrechten (CIDH) in Washington.

En ook naar Máxima Acuña werd geluisterd. In 2011 weigerde zij simpelweg te verhuizen uit haar huisje in Celendín, Cajamarca, toen het Newmont mijnbedrijf daar het nieuwe Congaproject wou starten. Ze werd bedreigd, haar huis werd verwoest, haar dieren werden gedood en ze werd continu in de gaten gehouden door geplaatste camera´s. Maar Máxima hield voet bij stuk en met de steun van de rest van de gemeenschap en internationale organisaties als Amnesty International, zorgde ze ervoor dat het Congaproject werd afgelast. In 2016 won ze de Goldman Environmental Prize voor haar strijd tegen de mijnbouw.

 

Grote tegenstrijdigheid

Met haar actie redde Máxima de hele gemeenschap, al betekende dat niet dat ze daarna door iedereen goed onthaald werd. Vrouwen uit diezelfde gemeenschap noemen haar onaardig, een leugenaar. “Ze is bij alle internationale vergaderingen, maar op lokale vergaderingen komt ze nooit opdagen. Ze zingt dat het dorp kracht betekent, maar deelt niks met het dorp. Alles is voor haar. Ik zou haar niet verdedigen als ze weer wordt aangevallen”, klinkt het bij twee vrouwen die ik sprak in Celendín.

Iemand anders neemt het voor haar op. “Máxima is geen leidersfiguur. Het is niet haar schuld dat ze een prijs heeft gewonnen en internationale bekendheid heeft. Ze is een vrouw zoals jij en ik, ze is niemand iets verschuldigd. Ze is eenvoudigweg een ongelooflijk sterke vrouw die op haar terrein bleef terwijl haar heel veel geld geboden werd om weg te gaan”, meent die.

De tegenstrijdigheid is groot. Dankbaarheid voor wat ze samen bereikt hebben, maar ook afgunst. Vrouwen die zich inzetten voor mensen- en vrouwenrechten, maar tegelijkertijd slecht praten over Máxima´s echtgenoot, want “zij draagt duidelijk de broek in huis, terwijl hij als man toch de baas zou moeten zijn.” Er is nog een lange weg te gaan, als zelfs voor vrouwen zelf gelijkheid nog niet vanzelfsprekend is.

 

Voor hen die geen stem meer hebben

De strijd is nog lang niet afgelopen. En dat merken we op 8 maart nog maar eens. Zoveel vrouwen waar we voor moeten vechten op de Internationale Vrouwendag. Voor de vrouw die uitgehuwelijkt en mishandeld werd, die door de overheid gevolgd wordt voor haar werk rond de vervuiling van de mijnen. Maar die nog steeds de meest goedlachse vrouw is die ik hier heb ontmoet. Voor hen die geen stem meer hebben, zoals verschillende borden tijdens de protestmars aangeven.

Voor de zoveelste keer vind ik mezelf met tranen in de ogen terug op de Plaza de Armas, luisterend naar de moedige getuigenissen. Van een meisje van amper twintig, dat een bord in haar armen klemt waarop staat: “Mijn eerste vriend sloeg me. Mijn tweede vriend heeft me net niet vermoord.”

Ze huilt wanneer ze vertelt over de gebeurtenissen uit haar korte, moeilijke leven. Een volgende vrouw vertelt hoe haar vader haar moeder vermoord heeft. En hoe ze nog steeds wacht op gerechtigheid, al is het jaren geleden gebeurd.

En terwijl ik weg loop van het plein en de verzameling sterke, moedige vrouwen, die net al huilend hun moeilijke getuigenissen gedeeld hebben, achter me laat, knipoogt een man naar me. ´Hola mamita guapa, a dónde te vas tan solita, ven conmigo´, klinkt het. Ik geef hem een woedende blik, verstop mijn gezicht in de kraag van mijn jas en loop hem snel voorbij. We zijn nog lang niet aan de laatste mars toe.