Bolivia

Bolivia is, net als Peru, een land met een eeuwenlange mijnbouwtraditie. Gezien deze historische rol, zit mijnbouw diep verweven in de Boliviaanse samenleving. Actuele mijnbouwconflicten zijn daarom vaak heel complex, met vele betrokken actoren.

Reeds voor de komst van de Spanjaarden, in de 16de eeuw, werden er metalen ontgonnen. Tijdens de kolonisatie maakten de Spanjaarden gretig gebruik van de rijkdommen van het land. Eén van hun belangrijkste ontdekkingen was Cerro Rico in Potosí, ontdekt in (1545) - een berg zo rijk aan zilver dat ze gedurende de kolonisatie de Spaanse schatkist moeiteloos vulde. Ook na de onafhankelijkheid in 1825 bleef de mijnbouwsector in handen van een rijke, heersende klasse. Verandering kwam hierin in de jaren 1950, wanneer enkele Boliviaanse revolutionaire elites aanstuurden op het nationaliseren van de mijnbouwsector. De COMIBOL (Corporación Minera de Bolivia) ontstond en speelde een aantal decennia een belangrijke sociale en economische rol. Dit duurde echter niet lang want vanaf de jaren ‘80 zorgden neoliberale regimes voor een hernieuwde privatisering. Men stelde alles in het werk om buitenlands kapitaal aan te trekken, onder meer door een gunstig belastingsregime te creëren en weinig restricties te voorzien. Dit trok grote mijnmultinationals aan zoals Glencore, Newmont Mining, Pan American Silver, die sinds dan actief zijn gebleven in het land. Duizenden mijnwerkers die voorheen via COMIBOL tewerkgesteld waren, werden ontslagen. Een deel van hen begon zich te organiseren in coöperaties om  op die manier verder mineralen te ontginnen. Zo’n twintig jaar later zijn deze coöperaties veelal uitgegroeid tot kleine bedrijfjes die volgens eenzelfde logica werken als de private sector.

De neoliberale tendens van de laatste decennia blijft zich opmerkelijk genoeg voortzetten onder het linkse regime van president Evo Morales. Bij zijn aanstelling zette hij de zorg voor Pacha Mama (Moeder Aarde) hoog op de agenda - een zorg die cultureel gezien diep is ingebed, zeker bij de Boliviaanse indígenas. Ondanks zijn ecologische discours groeide het aantal grootschalige mijnprojecten tijdens zijn ambtstermijn, die via een geïndustrialiseerde wijze (open-pit mijnbouw) mineralen ontginnen. De Boliviaanse export van mineralen blijft  op die manier toenemen, maar van de waarde van de export blijft naar schatting slechts zo’n 10% in het land. De nieuwe mijnwet, die in 2014 werd goedgekeurd, favoriseert de mijnbouwsector duidelijk en maakt het zowel voor mijnbouwbedrijven als voor  coöperatieven makkelijker om mijnbouwconsessies te verkrijgen. Deze versoepeling impliceert onder andere dat het nu ook officieel mogelijk wordt gemaakt om concessies te verkrijgen in natuurparken. Dit heeft niet alleen voor een grote toename van het aantal uitgegeven concessies gezorgd, het heeft ook een sterke uitbreiding richting tropische gebieden en Amazonewoud veroorzaakt. De proteststem van  Pachamama klinkt slechts ver op de achtergrond.

De eeuwenlange mijnbouwbedrijvigheid heeft onvermijdelijk al tot vele milieu-incidenten geleid en de totale milieu-impact is enorm. In een aantal mijnbouwregio’s, is het gehele ecosysteem reeds onomkeerbaar beschadigd. Dit is bijvoorbeeld het geval in het rivierbekken van de Desaguadero rivier in het departement Oruro. Daar lozen de mijnoperaties van Glencore, Newmont Mining en vele coöperaties hun mijnafval in de rivieren die via de Desaguadero uitmonden in de meren Uru Uru en Poopó. Hierdoor kunnen de traditionele activiteiten (visvangst, veeteelt en landbouw) niet meer uitgeoefend worden, noch zonder moeilijkheden noch zonder gezondheidsgevaar. De hele zone werd door de overheid uitgeroepen tot rampgebied, helaas heeft dit tot geen enkele concrete actie geleid om het gebied te beschermen tegen verdere vervuiling en zo de lokale bevolking te beschermen. Verder is de recente uitwijking naar de tropische laaglanden zorgwekkend. De zoektocht naar goud leidt tot enorme vervuiling van de waterbekkens door het gebruik van kwik. Daarenboven leidt de expansie van mijnbouw er tot immense ontbossing.

Bolivia blijft zich met andere woorden kenmerken door een economie die gericht is op de extractie van natuurlijke grondstoffen; metalen zoals zilver, goud, zink, tin, koper, maar ook aardolie, aardgas en soja vormen de spil van de economie. Het linkse regime waar veel hoop op gericht was, heeft hier helemaal geen verandering in gebracht. Zolang het land zich niet op alternatieven richt, zijn er weinig hoopvolle toekomstvooruitzichten.