Jaarverslag 2019

Jaarverslag 2019

Benieuwd naar wat we vorig jaar allemaal uitgespookt hebben? Hier kan je CATAPA’s jaarverslag van 2019 downloaden, met onder andere een overzicht van onze activiteiten en projecten in Vlaanderen en Latijns-Amerika en onze vernieuwde missie- en visietekst!

Hoe kan de ICT-toeleveringsketen eerlijker?

Hoe kan de ICT-toeleveringsketen eerlijker?

Onderzoeksmissie in Oruro (Bolivia) voor het project ‘Make ICT Fair’ (‘Maak de ICT-sector eerlijk’)

Samenvattend rapport ook beschikbaar in het Engels, Spaans en Frans.

Samenvattend rapport 

Er is heel weinig literatuur voorhanden over de toeleveringsketens die schuilgaan achter de metaalhandel en daarom wil CATAPA met het onderzoek naar de mijnbouw van polymetaal erts in Bolivia nagaan wat precies de sub-nationale, nationale en transnationale actoren en processen zijn die bij de mijnbouwactiviteiten betrokken zijn. In het Boliviaanse departement Oruro werd daartoe een veldonderzoek uitgevoerd. Deze onderzoeksmissie verschaft ons elementen om de lokale implicaties van de mondiale ICT-industrie bloot te leggen. Zo krijgt de term Make ICT Fair in elke schakel van de toeleveringsketen zijn specifieke betekenis doordat er een kader wordt aangereikt om te bepalen hoe de situatie er in elk deel van de keten uitziet op het vlak van arbeid, gemeenschap, milieu en juridische kwesties in de beoogde context.

In het Boliviaanse Oruro is bij de toeleveringsketen voor tin, zilver, lood en zink – enkele van de metalen die nodig zijn voor de productie van elektronische apparaten – een veelheid van actoren betrokken. Voorafgaand aan de export worden hier de mineralen ontgonnen door mijnbouwcoöperatieven (naast staatsmijnen en groot- en kleinschalige private mijnen) en dan verkocht aan lokale handelaars, die daardoor dus de eerste toeleveranciers zijn binnen de internationale toeleveringsketen voor deze metalen.

Tin wordt gesmolten door twee industriële smelterijen in Oruro en daarna geëxporteerd, vooral naar de VS en Nederland. Zilver-, lood- en zinkconcentraten worden rechtstreeks geëxporteerd naar metallurgische fabrieken in Azië (Zuid-Korea, China en Japan) en Europa (België, Nederland en Spanje).

Er werd onderzoek uitgevoerd vanaf de ontginning, de ertsverwerking en het smelten tot aan de export. Via case studies hebben we concrete voorbeelden van zes mijnbouwcoöperatieven, een aantal lokale toeleveraars, de staatssmelterij en de belangrijkste internationale handelaars die in het gebied opereren. Dit onderzoek heeft aan het licht gebracht wat de gevolgen zijn van het gebrek aan verplichte sociale en milieu gerelateerde kwaliteitsnormen die op de toepasselijke niveaus zouden kunnen worden opgelegd aan de bedrijven die deze metalen opkopen. Ook bleek dat er geen traceerbaarheidscriteria waren die een verbinding tot stand zouden kunnen brengen tussen de verschillende actoren en waardoor een mogelijke ‘maatschappelijke verantwoordelijkheid’ zou ontstaan van kopers ten opzichte van de lokale actoren.

Mural painting on the walls of a former tin smelter in Oruro (Bolivia) © Silke Ronsse / CATAPA

De implicaties van mijnbouw in Oruro

Het onderzoek richtte zich op het vergaren van gegevens over de impact van de mijnbouw in de verschillende schakels van de toeleveringsketen.

 

Gebrekkige voorzieningen op het gebied van gezondheid en veiligheid

Dat de situatie in Oruro zo specifiek is, heeft te maken met de belangrijke rol die kleinschalige coöperatieven spelen in de Boliviaanse lokale mijnbouweconomie. Dit type mijnen stelt namelijk een groot aantal arbeiders uit de regio te werk. De coöperatieven zijn eigenlijk een systeem van ‘zelfexploitatie’ aangezien zij hun eigen werkgever zijn, maar machteloos staan ten opzichte van de bedrijven die hun ertsen kopen. Het coöperatief kader mag dan een zekere vrijheid impliceren voor de arbeiders (die lid moeten zijn van de coöperaties), het heeft ook tot gevolg dat de werkmethodes nog zeer traditioneel zijn, d.w.z. vaak nog afhankelijk van manuele arbeid, ook al is er de laatste decennia al meer mechanisering.

In de ontginningsfase hebben de arbeiders te maken met onverantwoorde veiligheids- en gezondheidssituaties, waarvan de belangrijkste de gebrekkige bescherming door stofmaskers is. Dat leidt tot een aantal gevallen van silicose (ook bekend als de mijnwerkersziekte, die veroorzaakt wordt door siliciumstof in de longen).

De mijnwerkers van de coöperatie die tewerkgesteld zijn in het concentratieproces van de ertsen worden blootgesteld aan ongecontroleerd en nonchalant gebruik van toxische stoffen zoals xanthaat, cyanide en kerosine, die onmiddellijk oogirritatie veroorzaken, maar op lange termijn ook het zenuwstelsel en de interne organen aantasten. Gezondheidsproblemen en huidkwalen ontstaan door rechtstreeks contact met zuren en zware metalen en ook door veel te lang in de zon en het stof te werken.

Een ernstig probleem is ook het gebrek aan langetermijnplanning, zodat mijngangen niet geïnspecteerd worden, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan zoals het exploreren van zones die eerder al als no-gozones werden beschouwd.

Mining bin for load next to Morococala's mine entrance (Oruro, Bolivia) © Silke Ronsse / CATAPA

Voedselsoevereiniteit en biodiverse ecosystemen lopen gevaar

Ook al heeft Bolivia wetten voor de bescherming van ‘Moeder Aarde’ en ondanks de vereiste dat er in de meeste gevallen een milieulicentie moet worden verstrekt voordat er tot ontginning mag worden overgegaan, gaan alle mijnbouwactiviteiten gepaard met ernstige milieuschade. De belangrijkste effecten zijn dat de mijn zuur water oplevert, dat mijnafval in de open lucht wordt gedumpt en dat de chemicaliën voor het concentratieproces gewoon geloosd worden (een pH-waarde van minder dan 3 is courant voor de waterlopen rond de mijngebieden).

Mijnexploitatie heeft ernstige gevolgen voor de landbouw in de directe omgeving en in stroomafwaarts gelegen gebied. De gevolgen voor het milieu zijn vaak zo groot dat landbouwers zich gedwongen zien om mijnwerker te worden omdat hun land al te zeer aangetast is. Het is moeilijk om van de vele mijnbouwsites de kost van alle effecten op de ecosystemen te berekenen en sanering is haast onbegonnen werk.

De hachelijke situatie van vrouwen

De vrouwen betrokken in de coöperatieve mijnactiviteiten van Oruro zijn doorgaans oudere weduwen die hun echtgenoot verloren in de mijnen of bij aanverwante activiteiten, ofwel jonge meisjes of alleenstaande moeders met kinderen. Actieve deelname is voor hun beperkt, omdat er traditioneel wordt aangenomen dat hun aanwezigheid binnen in de mijn ongeluk brengt. En daarom werken ze hoofdzakelijk buiten, waar ze afgedankte steenblokken stukslaan, of op andere terreinen werken met minder kansen om leefbaar inkomen te verdienen.

Het inkomen van de mijnwerkers hangt volledig af van geluk: ofwel vinden ze voldoende metaalrijke ertsen ofwel niet. In het verkoopproces worden vooral de vrouwen bedot en krijgen ze een oneerlijke prijs. Heel wat vrouwen werken op informele basis, zelfs buiten het kader van de coöperatie. Ze hebben geen ziekteverzekering of een pensioenfonds. Over het algemeen dragen zij bovendien de zorg voor het gezin en daardoor dragen zij bijna altijd de dubbele last van productief werk en reproductie.

Woman leaching tin from waste rock in Machacamarca (Oruro, Bolivia) © Isabella Szukits / Südwind

De gevolgen voor de komende generaties

De milieuschade door de mijnbouw heeft een invloed op de landbouwactiviteiten en maakt het in sommige streken onmogelijk om er nog iets te telen, aan veeteelt te doen of te vissen. Dit heeft een migratie op gang gebracht van boerengemeenschappen naar mijnbouwsites en naar de steden.

Het beperkte kapitaal binnen dit coöperatief model maakt het moeilijk om de mijnbouwactiviteiten duurzaam te beheren. Het korte-termijnperspectief zorgt voor onzekerheid als het gaat over het inkomen van de mijnwerkers, vooral als de prijzen laag staan en ook door de eindige beschikbaarheid van het erts dat ze ontginnen.

Door de lage prijzen voor metaal hebben coöperatieven het soms moeilijk om te investeren in verbeterde productiviteit met behulp van machines, ingenieurs en de exploratie van nieuw te ontginnen ertsaders. De internationale handelsbedrijven halen voordeel uit hun oligarchische positie door hun strategie van onrechtvaardige prijsverlaging voor de mineralen bij het punt van herkomst, wat de coöperaties – de zwakste schakel in de internationale handel – rechtstreeks treft, met verliezen als gevolg.

Main street of Japo (Oruro, Bolivia) © Silke Ronsse / CATAPA

ICT eerlijk maken in Oruro : een meervoudig kader

 

Bolivia staat voor een complexe situatie om de betrokken mensenrechten te respecteren

Het onderzoek in Oruro heeft aangetoond dat er globaal een bewustzijn moet worden gecreëerd wat betreft de schending van mensenrechten in de mijnbouwgebieden. Dan pas kan de situatie verbeteren. Dit is nodig zodat er middelen en inspectiepersoneel worden ingezet waarmee het naleven van de wetten ter bescherming van Moeder Aarde en van de verschillende milieurichtlijnen wordt afgedwongen, maar ook om te zien of de sociale, arbeids- en veiligheidsnormen worden opgevolgd.

Bolivia heeft verschillende internationale instrumenten voor de mensenrechten geratificeerd, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die de staten ertoe verplicht te zorgen voor ‘rechtvaardige en gunstige arbeidsvoorwaarden’ (Art. 23) en die ook bepaalt dat ‘Eenieder recht heeft op een levensstandaard die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin (…), alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil’ (Art. 25 §1).

Het Internationaal Convenant inzake economische, sociale en culturele rechten (ICESR) van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO verplicht sedert 1976 de staten om ‘veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden’ (Art. 7 ii b) te garanderen evenals ‘een zo goed mogelijke lichamelijke en geestelijke gezondheid’ (Art. 12 i).

De Amerikaans Verdrag van de Mensenrechten (ook Verdrag van San José) voorziet de bescherming van Boliviaanse mijnwerkers, waarin het recht op rechtvaardige, billijke en bevredigende werkomstandigheden (Art. 7) en het recht op gezondheid (Art. 10) zijn opgenomen.

Acid water outlet on surface from Japo's galleries (Oruro, Bolivia) © Silke Ronsse / CATAPA

Need for monitored fair and responsible criteria in the international trade:

De internationale verhandeling van Oruro’s zink-, zilver- en loodconcentraten wordt gedomineerd door een kleine groep internationale bedrijven die deze mineralen importeren en doorverkopen of smelten, nl. Korea Zinc, Trafigura en Glencore. Ook al zijn deze bedrijven niet juridisch gebonden door de mensenrechtenverdragen die hierboven werden opgesomd, zij zijn wel de voornaamste stakeholders binnen de keten en dragen verantwoordelijkheid voor die rechten via een gecontroleerde naleving van de Guiding Principles on Business and Human Rights (De VN-Richtlijnen voor het Bedrijfsleven en de Mensenrechten) en de OECD Due Diligence Guidance for Responsible Supply Chains (de Ketenverantwoordelijkheid in de Richtlijnen van de OESO).

Door de toeleveringsketen te traceren kan een meer verantwoordelijk kader worden vormgegeven voor de relaties tussen de mondiale bedrijven en hun verschillende toeleveraars, als onderdeel van een stijgende roep om maatschappelijk verantwoord ondernemen bij de transnationale bedrijven. Dit zou er in de ICT-toeleveringsketen op neerkomen dat ontgonnen mineralen die niet beantwoorden aan de minimale sociale en milieunormen niet meer ingezet mogen worden op de internationale markt.

De OESO-Richtlijn betreffende de ketenverantwoordelijkheid voor mineralen uit conflictgebieden en hoogrisicogebieden definieert ketenverantwoordelijkheid specifiek als een ‘permanent, proactief en reactief proces, waardoor bedrijven kunnen garanderen dat ze de mensenrechten respecteren en niet bijdragen aan een conflict ; het helpt ze ook om de internationale wetgeving na te leven’.

‘Risico’s’ worden gedefinieerd in verband met de eventueel negatieve effecten van bedrijfsoperaties die het resultaat zijn van de eigen activiteit van het bedrijf of van zijn relaties met derden, waaronder toeleveranciers en andere entiteiten in de keten. Deze verreikende definitie betekent dat internationale handelsbedrijven gehouden zijn de verplichting tot ketenverantwoordelijkheid te respecteren ten opzichte van alle betrokkenen in de keten, inclusief de coöperatieve mijnen.

Tin smelter Empresa Metalúrgica Vinto (Oruro, Bolivia) © Silke Ronsse / CATAPA

Oproep voor internationale actie

ICT eerlijk maken impliceert dat de internationale handelsbedrijven die bij de ontginningen in Oruro betrokken zijn de verschillende stappen van ketenverantwoordelijkheid, zoals vereist in de Richtlijn, gaan volgen:

  • Ga de precieze omstandigheden na van de ontginning, het transport, verhandelen, verwerken, smelten, raffineren en bewerken van de metalen en de fabricage van de producten.
  • Identificeer alle feitelijke of potentiële risico’s door de precieze omstandigheden te beoordelen aan de hand van de normen die in de toeleveringsketen van het bedrijf zijn vastgelegd.
  • Voorkom of reduceer de geïdentificeerde risico’s door een risicomanagementplan op te stellen en uit te voeren, wat kan uitmonden in het besluit om de handel verder te zetten tijdens doorgedreven pogingen tot risicovermindering, of de handel tijdelijk op te schorten terwijl er wordt gestreefd naar permanente risicovermindering, of zich niet meer te engageren met een bepaalde toeleverancier nadat pogingen tot risicoreductie zijn mislukt of het bedrijf reductie niet haalbaar acht.

Om voor de lokale actoren bevredigende resultaten te halen, moeten de verschillende stakeholders in de toeleveringsketen partners worden binnen een nieuw gecontroleerd kader, waarbij openbare instellingen een rol opnemen om de verschillende initiatieven een duw te geven en er ook op toe te zien.

De beoordeelde coöperatieven evenals lokale toeleveraars hebben duidelijk interesse getoond voor een controlerend systeem dat de manier waarop de toeleveringsketen wordt beheerd kan verbeteren, en dit is een aanzet om optimistisch te zijn over het ontwikkelen van een eerlijke en verantwoordelijke ICT-sector, waarbij het volgende nodig zal zijn:

  • een eerlijke prijsbepaling voor de metalen, die gebaseerd is op een eerlijk basisloon voor de mijnwerkers en niet op de productiekosten van de ertssmelterijen,
  • naleving van de nationale wetten en de internationale normen voor milieubeheer om verdere verontreiniging met zware metalen in de bodem te vermijden en om toekomstige sanering mogelijk te maken,
  • investeringen in lokale multi-stakeholderstructuren om lokale alternatieven voor mijnbouw te steunen en zodoende de getroffen lokale economieën nieuw leven in te blazen en te diversifiëren.

Vertaald door Magda Brijssinck

 

Lees het complete rapport hieronder.

Covid-19 in the Peruvian Amazon: Challenges for the most vulnerable communities of Loreto

Covid-19 in the Peruvian Amazon: Challenges for the most vulnerable communities of Loreto

Author: Mirna Fernández

 

If there is one thing which the Covid-19-outbreak has brought to the surface in a very clear way, it is the existing global inequalities. To which extent communities are able to withstand the crisis, depends a lot of their access to healthcare, sanitation and food systems.

The reality in the region of Loreto, located in the Peruvian Amazon, shows that this pandemic and its socioeconomic implications will pose severe threats to some of its most vulnerable communities.

An already collapsed Health Care System

When the first positive cases of the coronavirus were confirmed in Loreto, the hospitals were already close to collapsing. The Peruvian Health Minister, Victor Zamora, announced that Loreto was facing two “big problems” at the same time: Coronavirus and Dengue.

Before the arrival of Covid-19 the region of Loreto was victim of one of the worst episodes of a dengue epidemic in the history of the region. According to the National Center for Epidemiology, Prevention and Control of Diseases (CNE), only in the first 3 months of 2020, the number of cases of dengue in Peru reached 8 times the amount of cases compared to the same period last year. Loreto has reported the biggest number of cases, with 3,925 in total, which is 31 times higher than the same period last year. This was already a heavy burden for the weak regional health care system. In the hospitals, few beds were available for the many patients that needed to be covered by mosquito nets to prevent the spread of the disease to other patients in the hospitals.   

Patients with dengue with mosquito nets to avoid the spread of the disease. Photo: DIRESA Loreto

The Covid-19 outbreak disrupted Loreto, as the region doesn’t have enough beds ready to use in Intensive Care Units (ICU). The Regional Hospital of Loreto – the biggest and most equipped hospital of Loreto – has only 12 ICU beds for Covid-19 patients, of which 10 are already in use. The other hospitals in the region all together have only 9 extra ICU beds and all of them are in use already by non Covid-19 patients. This should cover a population of 884 000 inhabitants. Belgium, in comparison, has a population of 11.46 million inhabitants and 1864 ICU beds, of which 785 remain free for future patients needing Intensive Care. The fact that only 2 ICU beds remain free for the whole region of Loreto is a hard reality check.

While the pandemic is spreading in the region, everyday we hear reports from health personnel dropping out due to a lack of protective equipment. A hospital called ESSALUD had to close temporarily when 4 health workers were tested positive, and improvised health centres had to be put in place to continue the medical attention for its patients. The president of the Medical Federation of Loreto, María Huilca Chambi, pointed out the lack of biosecurity for the personnel taking the samples for Covid-19 testing. “We are putting our lives at risk”, she said.

Loreto is currently the region with the fourth highest amount of most positive cases in Peru, with 619 to date. This is the result of 2876 tests performed in the region since the beginning of the outbreak, according to the official government data. There is an obvious lack of tests, labs and equipment for the personnel’s health, which did not improve much since the beginning of the outbreak. This raises questions about the credibility and transparency of the local authorities.  

Increasing food prices

Loreto does not have a diversified agricultural production, due to the hard conditions that the Amazon ecosystem poses on peasants. With mainly poor, infertile soil where crops are often suffering from erosion due to heavy rains and from different plagues, only a limited variety of crops can survive. Therefore, the region needs to import massive amounts of food, especially vegetables, from other regions of Peru.

The transportation of imported food is especially complicated for Loreto. Its main city, Iquitos, which has about one million inhabitants, is the only major city in Peru that is not accessible by road. The imported food from other regions needs to arrive either by air or by ground transportation until Yurimaguas, and from there by boat for more than 3 days. The regional food supplies reach Iquitos by boat, coming from local communities settled on the river sides.  

Family agriculture produces 70% of the food supplies that are consumed in Peru. In many cases, this means that the surplus food production of small families is sent to other regions by means of passengers’ transport, which is now prohibited by the State of Emergency. The cargo transport of food supplies is allowed, and people working in the food supply sector are officially allowed to pass by regularly. However, to obtain the necessary permits with the National Police, you would need to provide certain certifications that many small producers don’t have.

Therefore, if prices of basic food in the region have increased, it is directly linked with the State of Emergency declared by the government of Peru and its transport restrictions. Basic fresh food items like eggs, potatoes, tomatoes, bananas and onions have doubled in price since the beginning of the lockdown.

Speculation is another cause of increasing food prices. There was a wave of panic among the inhabitants of the country, especially during the first days of the lockdown, so the markets and stores were wiped out of some products. The resulting demand in turn increases the prices. While the Peruvian government is trying to send positive messages to the population ensuring that there will not be a shortage of food supplies, the outcome is nonetheless that the prices of some products might take a while to stabilize after the panic-buying.

There are also very strict and inconvenient rules put in place during the State of Emergency regarding groceries shopping. In Iquitos, markets start business around 5 am and the police force the vendors to start closing by 9:30 am. The result is a major assembly of people trying to buy their food in the very early hours of the morning, which absolutely poses more risks for mass contagion.

Belen market early in the morning during the state of emergency. Photo: Luis Rodriguez

Threats to Indigenous Peoples and Native Communities

There is no national action plan for Covid-19 focused on Indigenous Peoples, despite the demands from the largest national indigenous organization, Aidesep, and the regional organization of indigenous federations, Orpio. They demand the participation of indigenous peoples’ representatives in the planning and implementation of measures to avoid scenarios of mass contagion in the indigenous communities.

Indigenous peoples’ organizations from Loreto such as Fediquep, Feconacor, Opikafpe and Acodecospat have proposed sanitation protocols to be urgently implemented, but they are still waiting for a response from the government. Loreto compasses more than 24% of the Amazon indigenous population in Peru according to the latest national census. It is the region with the most indigenous communities in the country, which count about 1200. But in most of these communities, health posts have a shortage of supplies, even more so during this sanitary crisis.

There is only one lab in the region that can process the Covid-19 molecular tests: it is located in Iquitos. The Regional Health Director, Percy Minaya León, mentioned that his main concern is the population in remote areas and close to international borders, which includes indigenous and native communities. In these areas, the health care personnel that takes samples for example in Santa Rosa o Caballococha (near the borders with Colombia and Brasil), must travel by boat on the Amazon river for more than 12 hours and then go back to the lab in Iquitos with the samples for testing. There are not enough tests, nor enough personnel to cover these areas appropriately in terms of Covid-19 testing.

Out of fear of getting infected by the virus, several native communities took the decision to block all entrances to their territories in order to isolate themselves. They prefer not to receive any donation rather than exposing themselves to possible infection. However, not everybody is respecting their decision. There are unscrupulous merchants, hostile public officials, rapporteurs, illegal loggers and miners, uninformed military and police, and other outsiders who do not understand that their decision falls within their right to self-determination and is valid and well-founded. 

Communities block the access to their territories. Photo: Agencia Andina

There are many basic needs which lack coverage for indigenous peoples in the Peruvian Amazon, now representing major obstacles for their wellbeing during this health crisis. According to the census for native communities conducted in 2017, only 9,8% of the indigenous population in the Amazon has access to the Internet, where they could consult the most recent prevention and protection measures. Moreover, only 25,8% of these communities have access to a public drinking water system, complicating washing hands to prevent infections.

To overcome this crisis, the national and regional governments have a huge amount of work to do, especially in these remote areas, to avoid the worst-case scenarios, in which the most vulnerable communities become infected on large scale. After the crisis it will be necessary to evaluate to which extent the government failed to meet the needs of the indigenous population during this pandemic.

You can also read more about the COVID-19 situation in Peru in our other blog post Caning, arrests and social issues: Ten days of quarantine in Peru.

Open Min(e)d – International Speakers Tour 2020

Open MinEd 2020:

The extraction of life, gold and oil

We hebben weer een record bereikt. De hoeveelheid grondstoffen die per jaar door de mensheid wordt verbruikt, heeft de 100 miljard ton overstegen*. Tegelijkertijd is het percentage gerecyclede grondstoffen lager dan de jaren daarvoor. Kortom, we zijn aan het overconsumeren. Om aan de toenemende vraag naar goederen te voldoen, zoeken bedrijven naar de laagste productiekosten. Dat staat gelijk aan slechte arbeidsomstandigheden en de ontwikkeling en opstapeling van tonnen afval om zoveel mogelijk winst te genereren. Laten we samen nadenken over oplossingen voordat er geen grondstoffen meer zijn! 

Tijdens de 11e editie van CATAPA’s Open MinEd sprekers tour richten we ons op de impact van onze constante vraag naar producten, en de grondstoffen die we nodig hebben om ze te produceren. We zoomen in op werknemers in China, die onze elektronische apparaten onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden produceren. We gaan naar Colombia waar de ontginning van goud, een basismetaal in al onze ICT-producten, allerlei problemen oplevert voor lokale gemeenschappen. En tot slot zetten we de ecologische en sociale gevolgen in de schijnwerpers van een van onze belangrijkste grondstoffen: olie. Tijdens de diverse evenementen van de sprekerstour gaan we op zoek naar antwoorden, zoomen we in op alternatieven voor onze huidige manier van produceren en consumeren en zetten we eerlijke initiatieven en inspirerende bewegingen in de schijnwerpers.

We zijn blij om drie sprekers te ontvangen, drie getuigen van uitbuiting en conflict. Alle drie strijden ze voor een rechtvaardige wereld:

Lap Hang Au is lid van het Labour Education and Service Network in Hong Kong. Hij zal vertellen over de arbeidsomstandigheden in ICT-fabrieken in China en hij heeft specifieke expertise over de impact van lithium-ionbatterijen die o.a. gebruikt worden voor elektrische auto’s. Deze worden als fundamenteel beschouwd voor the Green Transition.  

– Antonella Calle Avilés is een Ecuadoraanse feministe en ecologe. Ze is actief in onze partnerorganisatie, Acción Ecológica, een milieuorganisatie die zich bezighoudt met de impact van ontginning in Ecuador.  Antonella is al jaren een verdedigster van milieurechten en op dit moment richt ze zich vooral op het oliewinningsproject in Yasuní national park, een van de meest biodiverse plaatsen op aarde.

– Yefferson Rojas Arango is de medeoprichter van onze partnerorganisatie COSAJUCA in Colombia. COSAJUCA is een jongerencollectief dat er eigenhandig voor gezorgd heeft dat het grote open-pit goudmijnproject ‘La Colosa’ er niet door gekomen is. Nu richt Yefferson zich samen met het collectief op alternatieven voor mijnbouw in de regio, zoals biologische landbouw. Hij is vooral geïnteresseerd in agro-ecologie en medicinale planten. 

Van 8 tot 15 maart nemen onze internationale gastsprekers deel aan evenementen en lezingen in verschillende steden en universiteiten van België, waar ze hun verhalen vertellen en hun kennis delen.

 

AGENDA

DONDERDAG 5.03
Evening tbc | Opening exhibition: Activism and feminism | ES, NL
@Antwerp – Mundana, Paardenmarkt 74
 
ZONDAG 8.03
9:30 – 11:30h | ANTONELLA | Ontbijt met een Rebel (Belmundo) | NL
@Ghent – Bond Moyson, Vrijdagmarkt 10 (take the entrance through the door in the street ‘Meerseniersstraat’)
 
MAANDAG 9.03
 
20h | ANTONELLA | GEC Talks (Belmundo) | NL
@Ghent – Lekker GEC, Koningin Maria Hendrikaplein 6
 
14:30 – 17h | ANTONELLA | Guest lecture | EN
@Ghent – Universiteitstraat 4, auditorium B
 
16 – 17:30h | AU | Guest lecture | EN
@Heverlee (Leuven) – KU Leuven Celestijnenlaan 200C-01.06 (aula D) (Campus Heverlee)
 
8:30 – 9:45h | YEFFERSON | Guest lecture | ES
@Gent – UGent, Abdisstraat 1, auditorium A410
 
13 – 14:30h | YEFFERSON | Guest lecture | NL
@Gent – Campus aula, universiteitsstraat 4, auditorium D (straatkant, vlak aan kalandeberg)
 
DINSDAG 10.03
11 – 12h | AU | Webinar from Fair ICT Flanders: Labour conditions in Battery factories in China | ES
 
14 – 15:30h | AU | Guest lecture | EN
@VIVES Brugge
 
18 – 19:30h | AU | Guest lecture | EN
@Gent – address + auditorium to be confirmed
 
20h | ANTONELLA | Cinema Belmundo, movie screening of By the name of Tania | NL
@Gent – Studio Skoop, Sint-Annaplein 63.
 
WOENSDAG 11.03
12:30 – 13:50 | YEFFERSON | Spanish Class | ES
@Antwerp – Universiteit Antwerpen Stadscampus – auditorium not yet known
 
DONDERDAG 12.03
9 – 10:30 | YEFFERSON | Guest lecture | EN
@Leuven – KULeuven HIVA Parkstraat 47
 
13 – 17h | AU | Conference: “Green Transition Challenged by the Metal Supply Chain” | EN
@Flemish Parliament, Brussels
https://kuleuven.sim2.be/registration-for-green-transition-challenged-by-the-metal-supply-chain/
 
VRIJDAG 13.03
 
14:30 – 17:15h | ANTONELLA | Guest lecture: Political issues of sustainability: ecology, justice and North-South relations. The case of mining | NL
@Ghent – UGent, Universiteitsstraat 4, auditorium tbc
 
10:45 – 12:15h | AU | Guest lecture: Car technology & automotive engineering | EN
@Sint-Katelijn-Waver- KU Leuven Technology Campus De Nayer, Jan Pieter de Nayerlaan 5, ROOM A002
 
Evening tbc | ANTONELLA & YEFFERSON | Fun(d)raising concert |NL, ES, EN
@Gent – to be confirmed
 
ZATERDAG 14.03
17:30 | ANTONELLA & YEFFERSON | Benefit Dinner Ecuador – Colombia | NL
@Gent – Louisaal (Buurtcentrum Macharius), Tarbotstraat 61A.
 
ZONDAG 15.03
Morning tbc | YEFFERSON | Brunch with Farmers |
@Brussels – address to be confirmed

 

Facebook event!

*The Circularity Gap Reporting Initiative: a global score for circularity

©Pablo Rojas Madariaga / Danwatch

Lithiumexploitatie droogt de ’s werelds droogste woestijn uit

Lithiumexploitatie droogt de ’s werelds droogste woestijn uit

Dit artikel is een samenvatting van een langer onderzoeksproject van Danwatch, gepubliceerd in samenwerking met CATAPA en SETEM. Meer informatie aan het eind van dit artikel.

De Acatama-woestijn in Chili, ’s werelds droogste woestijn, is haar laatste watervoorraden langzaamaan aan het verliezen. Inheemse gemeenschappen trekken al enkele jaren aan de alarmbel en worden nu gesterkt door wetenschappelijke onderzoeken en milieuorganisaties. Oorzaak van deze uitdroging? Lithiumwinning.

Lithium is essentieel voor de batterijen in onze telefoons, onze computers en de explosieve toename van het aantal elektrische voertuigen die vaak worden gezien als de sleutel tot een groene energietransitie. Chili, dat over de helft van de lithiumreserves ter wereld beschikt, is uitgeroepen tot ‘Het Saudi-Arabië van het Lithium’ en bijna de gehele export wordt momenteel gewonnen uit de Atacama-woestijn, de droogste plaats ter wereld. Maar het winnen van Atacama’s lithium brengt met zich mee dat enorme hoeveelheden van de schaarse watervoorraden worden opgepompt. Watervoorraden die ervoor gezorgd hebben dat inheemse volkeren en dieren duizenden jaren in de woestijn hebben kunnen overleven. 

Volgens onderzoekers veroorzaakt de extractie nu al blijvende schade aan de kwetsbare ecosystemen van het gebied. In de Atacama en elders in Chili protesteren de inheemse gemeenschappen nu tegen de huidige en toekomstige plannen voor lithiumwinning. Veel gemeenschappen beweren dat ze nooit geraadpleegd werden vóór de winningsprojecten, hoewel de Chileense autoriteiten verplicht zijn dit te doen volgens de internationale verdragen die door de Chileense staat geratificeerd zijn. Het Deens onderzoekscentrum Danwatch kan documenteren dat bedrijven zoals Samsung, Panasonic, Apple, Tesla en BMW batterijen krijgen van bedrijven die Chileens lithium gebruiken.

Met de onvergelijkbare lithiumreserves van het land en het steeds belangrijker wordende belang van het metaal voor de energiesector, heeft Chili af en toe het label ‘Het Saudi-Arabië van het Lithium’ gekregen. Bijna 40 procent van het wereldwijde aanbod komt de afgelopen 20 jaar uit Chili en, zoals Danwatch kan onthullen, komt het terecht in een aantal van de populairste elektronica en elektrische auto’s. Het metaal is een van de meest populaire producten van de Chileense energiesector. 

De inheemse gemeenschappen van de Atacama werden echter in snelheid gepakt. Chili heeft ILO-conventie 169 ondertekend, die de regeringen verplicht om de inheemse bevolking te raadplegen wanneer grote projecten in hun omgeving worden uitgevoerd. Maar volgens de inwoners van Pai-Ote werden ze niet geraadpleegd voordat de lithiumprojecten in de media werden gepresenteerd. “We ontdekten via de pers dat er een overeenkomst was gesloten die SQM in staat stelde om hier aan lithiumwinning te gaan doen. Niemand vroeg het Colla-volk of ze de mijnbouw op hun grondgebied wilden”, zegt Ariel Leon, vertegenwoordiger van de Colla-gemeenschap.

Het Chileense lithium kan tegen lage kosten worden gewonnen: mijnwerkers pompen lithiumhoudende pekel uit een massief reservoir onder de Atacama-zoutvlakte naar enorme plassen op het oppervlak van de woestijn. De hoogste zonnestraling ter wereld zorgt ervoor dat het water van de pekel snel verdampt, waardoor het lithium samen met andere zouten en mineralen wordt opgeschept.

Tijdens dit proces verdampt tot 95 procent van de gewonnen pekel in de lucht. Dit versnelt de waterschaarste in de Atacama, zegt Ingrid Garces, een hoogleraar techniek aan de Chileense Universiteit van Antofagasta, die onderzoek doet naar zoutpannen. “In Chili wordt lithiumwinning beschouwd als een normale vorm van mijnbouw, alsof je een harde rots aan het winnen bent. Maar dit is geen reguliere mijnbouw – het is waterwinning”, zegt ze.

De twee bedrijven achter de lithiumwinning in de Atacama, de Chileense Soc. Química & Minera de Chile (SQM) en het Amerikaanse Albemarle Corp. hebben vergunningen om bijna 2.000 liter pekel per seconde te winnen. Naast de pekel winnen lithiummijnwerkers ook aanzienlijke hoeveelheden zoet water samen met de nabijgelegen kopermijnen. “Het gevolg is een impact op de biodiversiteit in het algemeen. En dat effect is nu al te zien – de wetlands drogen uit”, zegt Ingrid Garces.

Atacama’s inheemse gemeenschappen luiden al jaren de alarmklok over waterschaarste. Volgens de Atacama volksraad, die 18 inheemse gemeenschappen vertegenwoordigt, zijn de afgelopen tien jaar rivieren, lagunes en weiden allemaal in hoeveelheid water afgenomen. De Chileense autoriteiten hebben echter grotendeels vertrouwd op de milieueffectrapportages van de mijnbouwbedrijven zelf. En deze studies hebben over het algemeen geen significante effecten op het waterpeil of de omliggende natuur vastgesteld.

“Voor de lokale bevolking is de verandering heel erg duidelijk. Ze merken dat er minder water voor hun dieren is en ze zien hoe de rivieren uitdrogen. Deze anekdotische kennis wordt niet serieus genomen door de bedrijven of de staat”, zegt Cristina Dorador, bioloog en universitair hoofddocent aan de Chileense Universiteit van Antofagasta die het microbiële leven in de Atacama bestudeert.

In augustus 2019 kwam een analyse van satellietbeelden door het satellietanalysebedrijf SpaceKnow en het wetenschappelijke tijdschrift Engineering & Technology toch tot een vergelijkbare conclusie. Op basis van satellietfoto’s uit de periode van 2015 tot 2019 zagen zij een sterke omgekeerde relatie tussen het waterniveau in de lithiumvijvers van SQM en de omliggende lagunes: “Toen het waterniveau in de SQM-vijvers toenam, zou het waterniveau in de lagunes dalen”.

De ironie wil dat de Atacama-zoutvlakte ooit een groot meer was, voordat het duizenden jaren geleden door ernstige klimaatveranderingen opdroogde. Wetenschappers bestuderen de woestijn vandaag als voorbeeld van wat er met ecosystemen elders op de planeet kan gebeuren als de wereldwijde klimaatverandering effectief wordt. Maar in het streven om de stijgende temperaturen met elektrische auto’s te temperen, zuigen de industrieën het weinige water dat nog over is in de droogste woestijn ter wereld weg.

 

Danwatch, SETEM en CATAPA deden onderzoek naar de impact van de lithiumexploitatie in kader van het Europese Make ICT Fairproject. Deze campagne wilt de toevoerketen van onze elektronica zichtbaar maken en beïnvloeden door samen met publieke aankopers van ICT mijnbouw-en assemblagebedrijven om betere milieu-en arbeidsvoorwaarden te vragen. Lithium, als één van de belangrijkste metalen in de transitie naar groene economie, vormde de focus van dit artikel. 

 

Danwatch is naar Chili geweest om de groeiende lithium extractie industrie van het land te onderzoeken. Daarbij werd groot aantal wetenschappers, bedrijven, politici en mensen die het dichtst bij de ontginningsgebieden wonen, geïnterviewd. Ze hebben de impactstudies van de mijnbouwbedrijven en de weinige onafhankelijke onderzoeksrapporten over dit onderwerp bestudeerd. Ze baseren zich vooral op onderzoek uit 2019 naar lithiumwinning in Chili door onderzoekers van de Arizona State University’s School of Sustainability.

Het onderzoek wordt ondersteund door het Make ICT Fair project, dit is gefinancierd door de EU. Publicatie gebeurt in samenwerking met SETEM en CATAPA.

TOESTELLEN DIE DE WOESTIJN UITDROGEN

Bekijk hieronder alle artikels uit het onderzoeksproject.

ARTIKEL 1: Onze vraag naar batterijen droogt de droogste plek ter wereld op.
ARTIKEL 2: Een groot deel van het lithium in de wereld wordt tegen de wil van de inheemse volkeren op hun grondgebied ontgonnen.
ARTIKEL 3: Inheemse volkeren worden aangeklaagd omdat zij zich verzetten tegen toekomstige lithiumprojecten in Chili.

ARTIKEL 4: Er zit waarschijnlijk Chileense lithium achter het scherm waarop u dit leest.

ARTIKEL 5: Hoeveel water wordt er gebruikt om de batterijen in de wereld te maken?

ARTIKEL 6 / INTERVIEW: De mijnbouwbedrijven zien alleen water. Maar water is leven voor ons.

Interview met de 67-jarige Clementino López, één van de ongeveer 20.000 inheemse Likan Antai in de Atacama-woestijn,

ARTIKEL 7 / VIDEO: Bekijk de surrealistische lithium extractie landschappen van bovenaf.

Bekijk de surrealistische lithium extractie landschappen van bovenaf.

Dit artikel is geschreven door Aäron De Fruyt en Charlotte Christiaens.
Fotografie: ©Pablo Rojas Madariaga / Danwatch

Art as a Form of Protest – Peru

Art as a Form of Protest – Peru

As all neighboring countries of Peru are stuck or have been stuck in violent protests recently, Peru seems calm. Cajamarca, known for its huge protests to stop the mining project of Conga, seems calm.

Those protests happened only about 7 years ago, in 2011 and 2012, and still have a special taste in everyone’s mouth. Everyone in Cajamarca today has lived them profoundly. Everyone has somehow been part of the cruel protests. But looking at Cajamarca now, it seems like the idea of protesting has died. It seems like people have quietly accepted legal and illegal mining activity in the region. For example, there seems to be no reaction to the new mining project Michiquillay of the company Southern Copper, which they hope to start using in 2022. And there is very little reaction to the contamination of the Valle de Condebamba, where vegetables most Cajamarquinos eat get produced and are severely contaminated with toxic metals.

Why is that? Why do people stay calm? Is it because there are too many protests in Peru? Because they got tired? Because of the number of social conflicts that never get resolved? Because of the 279 people that died defending human rights until 2018 in Peru? Because of the horrible criminalization of protests in Peru in all its forms – both direct attacks as methods like states of emergency? Because of the memory of the horrible protests in 2012?

All very good reasons to not take to the streets anymore. But the truth is – the protests have never really stopped. They have just taken different forms.


Silent protests

Calm, silent protests are happening everywhere. Protesting doesn’t mean aggression. Protesting means showing how things can be different, making people think, for example through art, photo exhibitions, music, whatever you feel like. Protesting can be as silent or as violent as you want it to be. It’s your fight.

So yes, people in Cajamarca – or in Peru – might be tired of protest marches. It’s easy to see that the protest marches for women rights are smaller every year. The three climate change actions we’ve organized this year shrunk every time, and in June, when bull fights came back to Cajamarca after years, we were just a small group screaming outside of the arena holding up cardboards and getting laughed at.

But almost no one came to see the bull fights. The stadium was empty, which made the government cancel the second day of fights. And isn’t that a sign that Cajamarca doesn’t want bull fights anymore? Isn’t just not showing up a form of protest too? Isn’t silent protest, protest too?


Cross boundaries

Protest is what you want it to be. And using art as a form of protest isn’t something new. In fact, it represents the way of protesting in Peru. In the world. And all through history.

It’s said that art as a form of protest or activism was first seen with Dada, an anti-war movement which openly outed critiques to the First World War. Picasso protested with paintings based on for example the Spanish Civil War. The Vietnam War formed a base for many works of art in the sixties, and also gender issues, feminism, immigrant problems, and so on, got addressed through art. And then we haven’t even mentioned Banksy yet with all his work on all kinds of global issues, or the Russian feminist punk-rock band Pussy Riot that dealt with themes as feminism, freedom of speech, LGBT+ rights, etcetera, through their music.

Art is political, and art can be a powerful weapon. Art can make you think about things you hadn’t thought about before. Art can make a political statement, can be some sort of critique on a political or social situation. Art often looks up boundaries, or crosses them.


Art and activism

Also during the awful protests against mining project Conga in 2011 and 2012, art was used. The Plaza de Armas in Cajamarca changed into an art gallery, there were concerts, people were singing and dancing on the street. The Marcha del Agua towards Lima was beautiful with everyone singing together. And that has never stopped. That’s still part of Peru’s – or Cajamarca’s – culture. Art is protest.

As Carlos, founder of an environmental organization in Cajamarca says: “Art has a great impact on people. People get conscious about the environment, and on top of that about the beauty of the art and the people.” Art has an incredibly creative power to move people emotionally, while activism sets a goal, shows us the social or political change we need to see in the world. Art moves a feeling, while activism creates an effect. And in order to make that change, in order to get that effect, we need some sort of stimulation. We need to be moved. Emotionally. Art and activism combined, can lead to many, many things.

On top of that, art used as a form of protest, outside of actual protest marches or political spaces, gets you a surprise effect. It makes people think about serious, maybe political, issues, without them maybe realizing it. It gets in your mind, and slowly, gets you to that effect activism wants to reach.


Changing minds

Murals for example, big paintings on walls, are widely used as a form of protest or activism in Cajamarca and in Peru. In the province of Celendín the streets are full of colourful walls. And also in Cajamarca the city is covered in painted walls, leaving powerful messages. Something we could already see in the beginning of the 20th century in Mexico.

And I have to admit, while painting one of those murals, thinking about the load of work waiting for me on my desk, I did think to myself that I could use my time better. That I could actually do something useful to help the environment, instead of just paint. That I shouldn’t waste my time painting a wall with a message probably no one would read. But was I wrong. All the people passing by that day stopped to check out our message. To see what it was about. And still very often, as I walk passed that wall, I see people talking about the painting. Maybe the mural didn’t gain the change immediately. But it is changing people’s minds, slowly, daily, firmly.

The same happened when we used a beautiful Cajamarcan tradition as a form of activism. On Corpus Christi, the whole Plaza de Armas gets covered in alfombras, or flower carpets. We focused on animal rights and protested against the bull fights with our carpet, whereas some others used it to address gender inequality, for example. And in between the beautiful art works, those pieces of art showing some sort of social or political issue, were the alfombras where most people stood around, discussing what they saw. Not what was actually there, but what they saw, what it meant to them, what they understood the message was. It made people rethink their own actions.


Happiness in protest

And that’s not all. Ecological fairs keep popping out of the ground like mushrooms, focusing on economic alternatives to mining and environmental issues, and that way making passengers-by think about the impact of mining activity without them realizing that’s what it’s about. Wakes are organized to mourn the death of our environment, combined with a beautiful piano concert, to focus on environmental issues in a different way. Theatres are held all through town showing the effects of gender inequality or climate change. Movie nights focusing on social themes are a big thing.

The lyrics to the typical cheerful carnival music of Cajamarca get changed to songs defending human rights and are being sung whenever the opportunity shows.

A few weeks ago a protest action was held at Cerro Quilish. Only about 30 people showed up, hiking to the top of the mountain from where you could look out over Yanacocha. But those 30 people brought up their giant speaker, singing and dancing their way up. And after the talk on top of the mountain, the volume of that same speaker was turned up a bit more.

People opened their bags, uncovering bowls of food, giving everyone a spoonful of whatever they had brought. Sharing. Dancing. Singing. Turning a protest into a beautiful moment together, showing their strength, their traditions, their bond. Showing they are one. Unstoppable. Finding happiness in protest.


Beautiful protests

There’s loads of centers that open their doors for all kind of social movement or activity, for free, supporting artists. There’s a cultural magazine made entirely by volunteers that also hold events every few weeks addressing for example topics as cultural identity, traditions, history. There’s movies or poetry in Quechua to make people rethink their roots and history. There’s dozens of bands in Cajamarca singing about animal rights or human rights or violence against women or any topic you can think of.

Lots of youth organizations take charge and organize fun activities for all ages such as actions on recycling with quiz questions and prices to win. Photo exhibitions focus on what nature should look like and shows the work of different human and environmental right defenders.

Of course, protesting is hard in Peru. And it’s sad that there’s still so much to protest about. But at least we know it will always be here, in its own way. And protesting can be so, so beautiful.

There’s resistance. There’s hope. In all its forms. Don’t underestimate the power of art. And don’t underestimate Cajamarca.

Armenia: Amulsar, the Mountain where Water is more Precious than Gold

On the 2nd of October, CATAPA had the honor of receiving Armenian activist Anna Shahnazaryan, from the Armenian Environmental Front. She is part of the Save Amulsar campaign, which for years has been opposing the Amulsar gold mine by Lydian International. The Amulsar mine is the second largest gold deposit in Armenia. Shahnazaryan travelled to Belgium to have conversations with EU lobby groups and managed to give a short presentation with CATAPA.

During this gathering, we also met Laura Luciani (author of this article), who is a PhD student at the Centre for EU Studies of Ghent University, where she researches human rights and civil society in the South Caucasus.

ORIGINAL ARTICLE in the East Journal in Italian, by Laura Luciani.

Armenia: Amulsar, the Mountain where Water is more Precious than Gold

In 1986, a group of 350 Armenian intellectuals wrote an open letter to Mikhail Gorbačëv to denounce the catastrophic consequences of pollution caused by heavy industries, whose repercussions had long been ignored by the Soviet authorities. Even though for over thirty years environmental protests have been taking place in an almost cyclical way in Armenia, and the damages caused by irresponsible industrial practices are constantly monitored, today citizens still have to take to the streets to prevent yet another ecological disaster.

For seven years, local communities and environmentalist groups have been opposing the construction of a gold mine in Amulsar – a mountainous area in the South of Armenia, located in the centre of the national water supply system. But in the last year, in the wake of the political changes that affected Armenia, this local protest has taken on a transnational dimension: now, the “post-Velvet-Revolution” government led by Nikol Pashinyan finds itself having to handle it with caution.

The project and its impact

Armenia is a country rich in mineral resources including copper, gold, but also lead, silver, zinc and other industrial minerals; these constitute more than half of the country’s exports. With a surface of less than 30,000 km2, Armenia counts today around 27 authorized mineral sites, of which 17 are active. However, the exploitation of these deposits has for decades been at the centre of controversies due to mismanagement and to these extractive projects’ extremely negative environmental effects.

In 2012, a mining company called Lydian Armenia (subsidiary of the offshore company Lydian International) signs a first deal with the Armenian government, at that time led by the Republican Party. In 2016, the company receives the final mine operation permit, even though the project is highly problematic. Amulsar, which is the 2nd largest gold deposit in Armenia, is in fact located only 6 km away from the spa town of Jermuk, famous for its thermal water: the inhabitants (who were not consulted about the project and its impact) fear that the proximity of the mine and the pollution resulting from it may discourage tourist flows to the town, thus affecting the community’s main source of income.

Scientists also indicate that the project could have ecological repercussions on a much larger scale: the Amulsar deposit is located within a seismic area, which increases the risk that acid drainage processes, accelerated by the excavations, leak in and contaminate the surrounding rivers (Arpa, Vorotan and Darb), with negative consequences for agriculture and livestock. Furthermore, contamination threatens to reach Lake Sevan – the largest freshwater reservoir of the country and an almost sacred place in Armenian popular culture. Last but not least, the project would alter the Amulsar ecosystem, which hosts different protected species including the Caucasian leopard (or Persian leopard) – of which only 10 specimen remain in Armenia.

A turning point 

After years of protest, in June 2018 the local communities decided to seize the window of opportunity opened by the “Velvet Revolution” that took place over one month earlier (thanks to an unprecedented wave of mass peaceful protests) to undertake direct action and block the streets leading to the mining site. The #SaveAmulsar campaign was born: for over a year and a half, local people supported by environmental activists have been supervising the entrance to the mine, doing shifts in checkpoints they built for this purpose, and managed to effectively stop the works in the construction site.

However, the citizens’ euphoria suffered a severe blow on 9 September this year: after opening an investigation and commissioning an independent assessment of the project’s environmental impact, prime minister Nikol Pashinyan unexpectedly gave the go-ahead for the digging in the Amulsar gold mine, asking protesters to clear the streets. As Anna Shahnazaryan, Armenian Environmental Front’s activist, explains in an interview for Kiosk (T.N. Italian radio programme), “the independent report, published in August, stated that Lydian’s estimations about the mine’s impact on water resources were incorrect, and that the project contained several evaluation errors – including intentional ones. Therefore, the environmental impact mitigation measures envisaged by Lydian were not adequate”.

Nevertheless, the Investigative Committee and the prime minister himself concluded that the company would be able to manage all the environmental risks. “For this reason, – Shahnazaryan continues – in the last two months the situation has become hectic: the prime minister took the side of Lydian and organized different meetings with the company’s representatives, while we activists took to the streets both in Amulsar and in Yerevan”.

“Post-revolutionary” Armenia and its problems

Experts suggest that Pashinyan is defending the private interests of Lydian Armenia and its investors (among which the USA, the United Kingdom and several international financial institutions) to prevent the company from having recourse to the Investor-State Dispute Settlement (ISDS). This is an international mechanism which allows a foreign investor to request arbitration by a corporate court if the “host-state” violates its rights: this decision could cost Armenia around two billion dollars, that is two thirds of its state budget.

However, there are also people who believe that Pashinyan’s ambiguous position is symptomatic of some criticalities of Armenia’s post-revolutionary government: first, the lack of an ideology going beyond the mere overthrow of the corrupt political system, which for ten years had been in the hands of former president Serzh Sarghsyan. According to Anna Shahnazaryan, “the current government uses many slogans, but behind the slogans there is little action. And one of these slogans is ‘we will not follow the economic path traced by the previous government, which focused on the mining industry, but we will try to develop new sectors such as tourism and the IT sector’”.

In reality, the “economic revolution” that Pashinyan wants to bring about in Armenia seems to be based on the same neo-liberal approach of the previous government, aimed at “opening up the country” to multinationals and foreign investors (with the 400 million dollars destined for Amulsar, Lydian would be the largest single investor in the history of independent Armenia). An understanding of “development” which disregards ecological considerations, human rights and the citizens’ well-being.

Another problem, Shahnazaryan points out, is that “with the revolution in Armenia people developed a certain idolatry of the current prime minister, who is considered the leader of the revolution. Many former activists who participated in the revolution and were then elected to Parliament have now expressed ‘unconditional support’ to Pashinyan’s position on Amulsar”. According to Shahnazaryan, this raised many doubts, even among those who were not necessarily opposed to the project, “because it is something that undermines the democratic structure of the country: the legislative body should not be ‘unconditionally supporting’ the person that it is in charge of supervising”.

#SaveAmulsar continues 

Last year, the Armenian Environmental Front launched a petition requesting municipal councils in Jermuk and other towns in the region to ban all mining activities and declare Jermuk an ‘ecological area’. Although the petition has collected 12,000 signatures so far, the government has recently appealed against this initiative. Lydian Armenia is also putting pressure on protesters through legal channels.

Meanwhile, activists are trying to internationalize the movement, with the aim of exposing the responsibilities of international financial institutions (in this case, the European Bank for Reconstruction & Development) and other project funders (notably, the Swedish government which channelled money to Amulsar through state export-credit funds) in the global phenomenon of extractivism – namely non-sustainable development practices based on the extraction of mineral resources at the expense of local communities’ interests and the environment on which they depend.

Anna Shahnazaryan is convinced that the government cannot give a definitive authorization to Lydian “because the citizens are firmly opposed to the project, and if Pashinyan decides to use violent methods this will only turn against him”. The stakes in Amulsar seem to be very high: they do not “only” touch upon the protection of the environment and natural resources, but also the legitimacy of Nikol Pashinyan and the future of democracy in Armenia.

Persbericht: Make ICT Fair Ontbijt in het Europees Parlement

Persbericht: Make ICT Fair Ontbijt in het Europees
Parlement

Sensibiliseert over de schendingen van de
mensenrechten in de ICT-toeleveringsketens.

Op 1 oktober in de ochtend, hield het Make ICT Fair consortium een ontbijt-evenement in het Europees Parlement in Brussel, bijgewoond door ongeveer 30 deelnemers. 

Het evenement werd voorgezeten door het Oostenrijkse EU-Parlementslid Monika Vana van de Fractie European Greens/EFA en het Zweedse EU-Parlementslid Abir Al-Sahlani van Renew Europe. Het ontbijt werd georganiseerd om de aandacht te vestigen op problemen rond duurzaamheid en schendingen van de mensenrechten in de toeleveringsketen van ICT-producten. Daarnaast werd besproken welke rol Europarlementsleden kunnen spelen in het bevorderen van EU-beleid inzake mensenrechten, de Europese ontwikkelingsbanken en overheidsopdrachten.

EU-Parlementslid Abir Al-Sahlani zei: “Onze samenleving heeft veel baat gehad bij de globalisering. Maar het is belangrijk om te sensibiliseren over de risico’s voor mensenrechtenschendingen, die verbonden zijn aan de productie van een aantal van de populairste producten waarvan velen van ons gebruik maken – zoals smartphones. Mensen mogen nooit in gevaar komen als ze hun werk doen”. 

Het ontbijt begon met een videogetuigenis van Pak Kin Wan, een medewerker van het Labour Education and Service Network in Hongkong, gericht aan leden van het Europees Parlement. Daarna was er een toespraak van Anna Shahnazaryan, die werkzaam is bij het Armeense Milieufront in Armenië en geconfronteerd wordt met mensenrechtenschendingen verbonden aan een gepland mijnbouwproject in haar land. Sprekers van SETEM, Bankwatch en Südwind gaven vervolgens lezingen over de prioritaire EU actiegebieden: 1) bedrijven en mensenrechten, 2) De rol van Europese ontwikkelingsbanken en 3) overheidsopdrachten. 

“De situatie van de werknemers in de ICT-leveringsketens vraagt onze onmiddellijke aandacht”, aldus Monika Vana, EU-parlementslid. “Mensenrechten en arbeidsrechten worden dagelijks geschonden, naast de ernstige negatieve gevolgen voor het milieu in veel landen. Wij, als politici, hebben de verantwoordelijkheid en de mogelijkheid om efficiënt te handelen. Wij kunnen er mede voor zorgen dat er een wettelijk kader is dat bedrijven en financiële instellingen begeleidt bij het uitvoeren van een due diligence-onderzoek naar de mensenrechten, voordat zakelijke of financiële beslissingen worden genomen. Wij kunnen er ook voor zorgen dat het Europees Parlement hetzelfde toezicht uitoefent op zijn eigen ICT-aanbestedingen.”

De organisaties die deel uitmaken van het Make ICT Fair consortium, hebben de EU- parlementsleden een lijst met uitgebreide case-studies overhandigd, evenals een informatiedocument met een overzicht van de belangrijkste acties die de EU- parlementsleden kunnen ondernemen om te zorgen voor de uitvoering van een eerlijk en duurzaam EU-beleid op de geïdentificeerde prioritaire gebieden. 

Deelnemers konden foto’s en beelden uploaden met behulp van de hashtag #MakeICTFair en #fairelectronics op sociale media. 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de directeur van het Fair Trade Advocacy Office, Sergi Corbalán, op corbalan@fairtrade-advocacy.org

Opmerkingen 

Make ICT Fair is een Europees project dat tot doel heeft het leven van werknemers en gemeenschappen die geconfronteerd worden met de negatieve effecten van de productie van ICT-apparaten zoals smartphones en laptops, te verbeteren. We richten ons op EU- burgers, openbare aanbesteders, ontwikkelingsbanken, besluitvormers en bedrijven om hun inkooppraktijken te verbeteren en het beleid op elkaar af te stemmen. De partners zijn: SETEM Catalunya, CATAPA, ICLEI, de Universiteit van Edinburgh, Le Monde Diplomatique, People & Planet, CEE Bankwatch, Swedwatch, Electronics Watch, Towards Sustainability Association en Südwind.

Mijnbouw in Azuay: een David vs. Goliath verhaal

Mijnbouw in Azuay: een David vs. Goliath verhaal 

Azuay, een provincie in het Zuiden van Ecuador met Cuenca als historische en culturele provinciehoofdstad, groeide de laatste maanden snel uit tot een emblematische regio in de strijd tegen mijnbouw. 

In het canton Girón, in de provincie Azuay, werd op 24 maart 2019 een volksraadpleging (Consulta Popular) georganiseerd over het grootschalige mijnbouwproject Loma Larga. Een historische gebeurtenis, want het was meteen het eerste lokale referendum in Ecuador over een mijnbouwactiviteit. 

Tijdens de Consulta Popular in Girón, werd aan de inwoners gevraagd of zij al dan niet akkoord gingen met de ontginning van goud in de Páramo Kimsacocha, gelegen in het nationaal park Cajas. De páramo is een kwetsbaar ecosysteem in het hooggebergte van de Andes dat van vitaal belang is voor de watervoorziening in de regio en in het land. 

Het resultaat van de volksraadpleging was overtuigend! 87% van de gemeenschap verkoos water boven goud en zei “si a la vida, no a la minería”. Een belangrijk precedent in Ecuador, want na deze overwinning probeerden andere provincies dit voorbeeld te volgen. Imbabura en Carchi, twee provincies in het noorden van Ecuador, dienden recent een aanvraag in tot Consulta Popular maar helaas werd dit door het Ecuadoriaanse Grondwettelijk Hof afgekeurd. 

Ook op vlak van politiek leiderschap, is het belang van de provincie Azuay niet te onderschatten. In mei 2019 verkozen de inwoners Yaku Pérez Guartambel als nieuwe prefect. Hij leidt sindsdien de autonome regering van de provincie Azuay. 

Yaku Pérez staat bekend om zijn sterke uitspraken tegen de mijnbouwsector en zijn ambitie om via legale weg – met name door het organiseren van volksraadplegingen – de provincie Azuay vrij te maken van metalen mijnbouw. Zo werd Yaku Pérez al snel een symboolfiguur in het land.

Yaku Pérez at the demonstration in Quito, 16 September 2019 © Iván Castaneira

Een constitutioneel probleem 

Na de overwinning van het referendum in het canton Girón, riep Yaku Pérez op tot een algemene volksraadpleging over mijnbouwactiviteiten in de provincie Azuay. Deze vraag werd voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof, maar keurde het verzoek, na een hoorzitting op 17 september 2019, af. 

Pérez liet duidelijk zijn ongenoegen blijken over de aard van de zitting. Volgens hem moet de voorzitter van het Hof een openbare hoorzitting houden alvorens een beslissing te nemen, zoals gebruikelijk is voor grondwettelijke kwesties. “We willen een publieke hoorzitting om de rechters in de ogen te kunnen kijken en te spreken vanuit het hart. Om op een feitelijke en juridische manier de noodzaak van een volksraadpleging aan te tonen.” aldus Pérez.

Demonstration in front of Constitutional Court in Quito, 17 September 2019 © Iván Castaneira

Bovendien zou er binnen het Hof sprake zijn van belangenvermenging. Eén van de grondwettelijke rechters, Dr. Ramiro Avila Santamaria, werd gewraakt en mocht niet deelnemen aan de zitting wegens eerdere uitspraken tegen extractivisme. Andere rechters, die duidelijk banden hebben met de mijnbouwsector, mochten dan weer wel deelnemen. Zo is rechter Carmen Corral advocate bij Solines Asociados, een advocatenkantoor dat advies en steun verleent aan mijnbouwbedrijven. Een andere rechter, Hilda Nugues, maakt deel uit van de bemiddelingscommissie van de Kamer van Koophandel van Guayaquil, die zich uitspreekt tegen het referendum. 

Er wordt duidelijk enorme druk uitgeoefend door de nationale overheid en de grote multinationals. Er heerst grote ongerustheid over wat er in Girón is gebeurd en men vreest de uitkomst van dergelijke volksraadplegingen op provinciaal en nationaal niveau.

'SOMOS AGUA', demonstrators from Azuay in Quito, 16 September 2019 © Iván Castaneira

Campagne tegen Yaku Pérez 

Niet geheel toevallig verspreidde de pro-mijnbouwsector op dezelfde dag als de hoorzitting, een campagne op Twitter waarin ze Yaku Pérez door het slijk haalden. 

Er werd beweerd dat Pérez in de periode 1999-2000 mijnbouwconcessies zou hebben gehad omdat zijn naam werd teruggevonden in het mijnbouw register. 

Dit werd door Yaku Pérez al snel weerlegd. Hij zou indertijd als advocaat documenten ondertekend hebben voor de ontginning van zand en stenen voor constructiewerken in de provincie. Dit type ontginning komt ook voor in het register, maar het gaat hierbij niet over metalen mijnbouw. 

De strijd gaat verder 

Na de negatieve uitspraak van het Grondwettelijk Hof, kondigde Pérez aan het verzet op te drijven en een bredere deur te openen door een volksraadpleging te organiseren op nationaal niveau. 

Hij dringt erop aan om een Nationale Constitutionele Vergadering bijeen te roepen om het wetgevende schaakbord in Ecuador te herzien. De Ecuadoriaanse Grondwet erkent de Consulta Popular als een legaal burgerinitiatief. De mijnbouwsector en de Ecuadoriaanse overheid stellen echter dat lokaal overleg over mijnbouw niet kan, omdat de natuurlijke hulpbronnen in de ondergrond een zaak van nationaal belang zijn.

'SOMOS AGUA', demonstrators from Azuay in Quito, 16 September 2019 © Iván Castaneira

Bovendien stelt de grondwet dat de bevoegdheden van verschillende beleidsorganen niet exclusief, maar competitief zijn. “U mag dan wel eigenaar zijn van wat in de ondergrond zit, maar u dient wel over de bodem te passeren,” stelt advocate Verónica Potes, experte milieurecht en mensenrechten. 

“Het is een strijd van David vs. Goliath”, zegt Yaku Pérez, “We zijn met weinig, maar we hebben de waarheid, de rede en de legitimiteit in ons voordeel. We gaan door en stellen deze kwestie desnoods aan de kaak voor de internationale gerechtshoven.”

Living under risk – Copper, ICT and Human Rights in Chile

Living under risk

Copper, Information and Communication Technologies (ICT) and Human Rights in Chile

Catapa heeft dit rapport (in het Engels) samen met War on Want gepubliceerd. U kunt het hier lezen.

CHILE, COPPER & ICT

Chile is currently the largest copper producer in the world, holding 29% of the world reserves of the red metal. Copper represents a crucial portion of the Chilean economy and the copper industry -as will be shown in this report- is highly influential in national politics.

But the extent and intensity of copper extraction across Chile’s territory has precipitated negative impacts in the environment and on communities that resist extractivism.

Through the analysis of a case study, this report unveils the adverse socio-environmental impacts of copper extraction and discusses the role of the company, the national government and international actors in addressing the consequences brought by the copper mining industry.

Within this last group, this report highlights the role that ICTs –which represent 24% of the usage of copper (Comisión Chilena del Cobre, 2016a) – could play in the improvement of social, environmental and labour conditions at the local level.

 

The case study

Caimanes is a small agrarian town situated in northern Chile that has been at the centre of opposition to the Los Pelambres (hereinafter MLP or the Company) mining project, the fifth largest copper mine in the world. The community does not have political relations with national or local elites, and therefore, as will be seen, its opportunities for mobilisation have been mostly limited.

Yet, the local community reacted against the construction of El Mauro tailings dam –the largest in Latin America- identifying various negative socio-environmental impacts on issues of water, health and security. As will be detailed in this report, the capacity of the community to mobilise resources has varied across the 20 years of struggle. Through its history of resistance, the community has gone through different phases of mobilisation: from a period of direct action to a process of formalising its demands in a judicial lawsuit, which has marked the last 10 years of mobilisation.

This case also reveals a process of countermobilisation to the protest. Given the significant scale of the project, and its high
levels of associated investment, the mining project has been assiduously defended by the state and the Company, restricting the possibilities for social contention. As will be seen throughout the report, both the Company and the state have deployed direct techniques of repression such as forced displacement, the criminalisation of local leaders, and use of police forces to suppress protests. Additionally, the corporate-state nexus, has also used more sophisticated forms of counter-mobilisation such as using company-community interactions to divide the inhabitants of Caimanes, and diminishing their capacity to decide in formal spaces of community engagement.

By analysing the mechanisms that explain the rise of the Caimanes mobilisation and its main shifts, this report explores the
emergence of micro-dynamics of contention in territories that lack political opportunities and resources. Its insights allow us to understand episodes of protest in an unfavourable context for social contention; and how, despite this restrictive context, the community has been able to create opportunities, resources and solidarities at different stages of the conflict.

The report begins with a contextualisation of the political economy of copper in Chile, highlighting how it relates to consumption at a global scale, with a specific emphasis placed on the consumption of ICTs. It then generates a process-tracing analysis of the episodes of contention marked by two significant stages of protest: (i) a period during which the community aimed to, and were successful in receiving compensation from the company and (ii) a period during which the community sought to legally demonstrate the negative impacts of the project. This part of the report includes a discussion about the interlinked relationship of the community with a growing labour movement that has not yet been able to coordinate their demands with the socioenvironmental movement. The concluding section summarises these two periods of
protest highlighting the most important elements that have generated conflict in the last 20 years. It also shows how the global consumption of copper (especially from ICTs), the closed political opportunities at the national level, the process of countermobilisation by the Company and lack of networks have ended up dividing and isolating the community, diminishing its capacity to self-organise.